vrijdag 27 juli 2012

Sicilie, dag 14

Alweer onze laatste gehele dag op Sicilie. En ook die hebben we vooral besteedt aan de Etna.

Gisteren hadden we de zuidelijke route naar boven gevolgd, en vandaag de enige andere, de noordelijke. Al wat daar aan infrastructuur stond is in 2002 weggevaagd door een flinke uitbarsting, maar sinds die tijd zijn er nieuwe gebouwtjes neergezet (deze keer vooral van hout, en misschien ook wel verplaatsbaar), opnieuw wegen aangelegd, en de nieuwe kabelbaaan is ook net klaar (en glimt nog).

Dus aan de noord-kant zie je hier (op 1900 meter) vooral zwarte velden met woeste lavabrokken, die volstrekt onbegaanbaar zijn, met daar tussenin groene valleien die in 2002 gespaard zijn gebleven. En behoorlijk wat dode bomen die in de weg stonden, of nét te dichtbij. Terwijl aan de zuid-kant de 'brokken' zó klein zijn dat het eerder zwart zand lijkt.

Goed, de volgende ochtend achterlijk vroeg op, je vraagt je af of het zin heeft om uberhaupt naar bed te gaan. En dan terug naar NL.

Sicilië evaluatie? Overal perfecte koffie, heerlijke antipasti, zonnig, somber en ruig, kronkelende wegen en een beroerde rijstijl (iedereen neemt voorrang), voor al het overige roept men met de alomtegenwoordige Maria-beelden de hulp van het hogere in, met zeer wisselend resultaat.

Bij de foto's:
- links: de top van de Etna vanaf Piano Provenzana
- recht: halverwege de Etna, in het bos

donderdag 26 juli 2012

Sicilie, dag 12 & 13

Gisteren hebben we het eilandje Lipari verlaten, ons rijdende eitje opgepikt in Milazzo, en zijn doorgereden naar Giarre, een (onaantrekkelijk) plaatsje dat ligt ingeklemd tussen de Etna (in het Westen) en de Siciliaanse kust (in het Oosten). Dit is dan ook een goede uitvalsbasis voor tochten op of naar de vulkaan. We logeren in een tot hotel verbouwde oude boerderij omgeven door exotische fruitbomen.

Deze ochtend zijn we naar de Rifugio Sapienze vertrokken, het grondstation van een kabelbaan die je van 1950 naar 2500 meter brengt. Het was al een heel gedraai om er te komen. Eenmaal uitgestapt op de kabelbaan kun je dan nog zo'n 400 meter verder de hoogte in, naar 2900 meter, met een voertuig dat een mengeling is van jeep, truc & bus. De echte sportievelingen (quod non) doen dat te voet. Een enkeling slaat zelfs ook de kabelbaan over, maar dan moet je van goeden huize komen en hééél vroeg beginnen. Op deze hoogte gaat het sweatshirt aan.

De tocht is al mooi. En eenmaal boven aangekomen is het landschap zeer indrukwekkend, met fumaroles (rookpluimen) hier & daar. Terwijl de top dan toch nog echt wel een eindje verder is, maar die is niet stabiel genoeg om zo maar stervelingen als L&R op toe te laten. Onder begeleiding van een gids kun je een tochtje maken over de resultaten van een uitbarsting in 2002. Goed ingepakt, want het is hier fris. Of nee, het is eerder zo dat de zon-kant verbrandt en de schaduw-kant kleumt.

Onze timing bleek gelukkig, want op de weg terug naar beneden nam de bewolking snel toe, en was het gedaan met de uitzichten.

Bij de foto's:
- linksboven: sneeuw die gevangen is geraakt onder een recente as-laag
- rechtsboven: wandelaars op de toppen van een recente secundaire krater uit 2002
- onder: wij hadden geen gelukkige hand in het selecteren van een vrijwilligster als fotograaf, getuige a) de ontbrekende onderlichamen, b) de truc die rechs nog net in beeld staat, en c) de grote hoveelheid mensen die geheel of half op de foto staan en waar wij niets mee te maken hebben.

dinsdag 24 juli 2012

Sicilie, dag 9 - 11

We zijn op de 'Eolische eilanden', althans, op één daarvan, Lipari. Ze liggen een uurtje (varen) boven Sicilië, en ze zijn allemaal behoorlijk vulkanisch. Eentje ervan kent iedereen van naam, 'Stromboli', nog altijd behoorlijk actief. Een ander is zelfs door de Romeinen al 'Volcano' gedoopt, als ware het de schoorsteen van de werkplaats van de god/smid Volcan. Het is daarmee de archetypische naamgever geworden van alle vulkanen ter wereld.

We zitten in een ruim en licht appartement in het oude binnenstadje, waarvan de beheerders (mogelijk nadat een groot aantal eerdere gasten nooit is komen opdagen) ons bij de haven afhaalden, want deze kruip-door-sluip-door route vind je inderdaad niet alleen. We mogen ook gebruik maken van een 'zwembad', dat ergens om de hoek boven op een ander appartement is geïnstalleerd, maar dat is dermate klein dat je het eerder een badkuip zou kunnen noemen (hoewel het daarvoor eigenlijk net weer iets te groot is). Hoe dan ook, niet zo héél aantrekkelijk, en al helemaal niet als er toevallig al iemand anders in zou liggen, want dat wordt wel heel intiem. Mochten we al willen zwemmen dan kunnen we een van de vele "pumice" (=puimsteen) stranden bezoeken.

De nauwe steegjes hier hebben wel iets weg van Venetie (maar dan zonder kanalen), en je kunt inderdaad (op 2 hoog) de overbuurman wel een hand geven vanaf het balkon. Niet dat je dat zou willen, want hij roggelt & proest dat het een aard heeft.

Omdat we onze auto op het 'vaste land' hebben achtergelaten, hebben we gisteren een wandeling nabij Lipari-stad gemaakt, naar de zuidpunt, voor vergezichten op Volcano. Onderweg aardig wat bramen verorberd, de vijgen zijn helaas nog niet rijp en de olijven kun je zo van de boom maar beter niet proberen, want die vieze smaak blijft je dagen bij. Voor het eerst was het niet onbewolkt, en dan ook meteen maar het andere uiterste, dreigende onweerswolken met flinke donderklappen. Helemaal droog hebben we het niet gehouden, maar de meeste regen viel (blijkbaar) net verderop. Prima wandelweer dus, in een shirtje want koud wordt het niet.

En vandaag hebben we de vulkaan van Volcano beklommen. Zo'n 400 meter hoog, met bijzonder weinig risico op nieuwe uitbarstingen maar wel een heleboel 'fumarole' (rookpluimen) die de aarde geel kleuren door de zwavel die ze bevatten. Je kunt, qua neus, dus ook maar beter op de windrichting letten. Prachtige vergezichten op alle andere Eolische eilanden.


Bij de foto's:
- boven: uitzicht over Lipari (stad) vanaf de citadel
- links midden: Loes op weg naar de Dom van Lipari
- rechts midden: zicht op de vulkaan van Volcano, vanaf Lipari
- onder: de rokende krater van de vulkaan van Volcano.

maandag 23 juli 2012

Sicilie, dag 7 & 8

Onderweg naar ons volgende verblijf in Scillato, kwamen we langs Palermo, de meest Siciliaanse van alle Siciliaanse steden, qua drukte, krapte & verval (en om die reden hebben we haar maar links laten liggen), maar ook langs Caccamo, een dorpje dat wordt gedomineerd door een prachtig kasteel, dat trouwens wel héél erg vol staat met mannenspeelgoed als speren & schilden.

En vandaar dus verder naar Il Vecchio Frantoio, ook een oude boerenhoeve die nu (deels) op tourisme is ingericht. Erg afgelegen, vrij hoog in de bergen waardoor het er wat minder heet is dan aan de kust. En vanwege die afgelegen ligging met ingebouwde avondmaaltijd, dus dat werd weer een lange aaneenschakeling van (vele) voorgerechten (antipasti), dan een pastaschotel (primo), dan een vleesgerecht (secundo), en dan een zwaar toetje. Een oefening in zelfbeheersing, want het is allemaal even lekker. Heerlijke zomeravond buiten onder een goed zichtbare sterrenhemel.

Het gebied waar we deze 2 dagen zijn heet 'Parco Naturale 'Regionale della Madonie', een natuurreservaat waar je prachtig kunt wandelen. Dat hebben we dan ook gisteren & vandaag gedaan, met mooie vergezichten. Net uit te houden door regelmatig de schaduw van plukjes bos op te zoeken om uit te puffen.

Bij de foto's:
- linksboven: het kasteel van Caccamo
- rechtsboven: Il Vecchio Frantoio, ons verblijf in de Madonie
- links onder: Loes & het autootje (fiat 500)
- middenonder & rechtsonder: in de Vallone degli Angeli, in het Madonie-gebergte

donderdag 19 juli 2012

Sicilie, dag 5 & 6

Eergisteren hebben we in ons verblijf gedineerd. Althans, daar hebben we een begin mee gemaakt, want na de werkelijk voortreffelijke antipasti (voorgerechten) die ons in (veel te) groten getale werden voorgeschoteld, moesten we ons bij de primi piatti (1e hoofdschotel) al gewonnen geven wegens geen ruimte meer, en hebben we de rest (2e hoofdschotel, nagerecht, koffie) afbesteld.

Gisteren hebben we een wandeling gemaakt door natuurreservaat 'Lo Zingaro' in de buurt van Castellammare del Golfo; een wilde kuststrook rijk aan vogels en inheemse plantensoorten. Maar ook een plek met hier & daar mooie maagdelijkse strandjes, dus is het een komen & gaan (te voet) van mensen met parasols & koelboxen, in zwembroek of bikini, maar wel met stevige wandelschoenen, want het pad is best pittig. Daarna lunch in Scopello, een dorpje waarvoor het woord 'pitoresk' lijkt uitgevonden.

Vanochtend al vroeg op pad naar Erice, een zowat geheel intact gebleven middeleeuws dorp dat op een flinke berg pal aan zee ligt, en dus aan alle kanten mooie uitzichten op de Egadische eilanden en Tyreense zee biedt. Onderwijl kun je dan een groot aantal kerken bezoeken (behalve dan dat de zaken hier niet zo héél snel op gang komen, dus voor tienen heb je pech). Wel érg lekkere espresso.

Daarna zijn we doorgereden naar de zoutvlakten nabij Trapani. Al eeuwen wordt hier zout 'gewonnen' (how hard can it be? zo vlak aan zee). Vroeger meer dan nu, dus is een deel van de betreffende molens op fotogenieke wijze aan het desintegreren. Lunch in (nu ja, op het terras van) een verbouwde zoutfabriek, aan alle kanten omgeven door zoutpannen en bergen zout. Heel vreemd sfeertje, maar de lunch was prima (hoewel de ansjovis in deze context wel extra zout leek).

Bij de foto's:
- boven: nabij 'lo Zingaro', Scopello. Gebruikt als filmset in "Ocean's 12" (de minste van de drie)
- middenlinks: tijdens onze wandeling hadden we zicht op de ruige kust van 'lo Zingaro'
- middenrechs: de Dom van Erice
- onder: zoutwinning in Nubia, nabij Trapani

dinsdag 17 juli 2012

Sicilie, dag 3 & 4

De vroegste bewoners van Sicilie hadden zich gevestigd in de Pantalica-kloof, waar ze woningen en graven in de rotsen hebben uitgehakt. Het gehele gebied is tegenwoordig één groot natuurpark met archeologische resten. Je kunt er komen door een slingerend weggetje te volgen dat zo'n elf kilometer na de bewoonde wereld doodloopt op een hekje, waarna je te voet, afhankelijk van de hitte, een stukje of een heel eind verder kunt. Omdat het al niet zo vroeg meer was, en dus heet, hebben we maar een stukje gedaan. Bovendien werden we een beetje afgeschrikt door de blijmoedige gospelmuziek die een stel wildkampeerders de kloof in zond. Maar toch mooi.

En vandaag dan de langste rit van de hele trip, zo'n 350 kilometer. Dat lijkt te doen, totdat blijkt dat de snelweg die op onze (niet zo héél actuele) kaart staat aangegeven als 'verwachte opening 2005', helemaal niet blijkt te bestaan. Althans, je ziet hier een losstaand viaduct, en daar wat tolhuisjes, maar dat is het dan wel zo'n beetje. De route die dan rest, is een 'doorgaande weg' die elk gehucht dwars doorkruist en over grote stukken een maximum snelheid kent van 50 kilometer per uur (niet dat iemand zich daar aan houdt). En ineens lijkt 350 km dan het andere eind van de aarde.

Desondanks halverwege toch maar uitgestapt in Agrigento, waar de mooiste Griekse overblijfselen van het hele eiland zijn te vinden. Sommige tempels zijn nog verbluffend compleet, al kost het moeite om er een plaatje van te maken zonder al te veel mensen in beeld.

De middagrit ging een stuk beter, en kende zelfs een stukje snelweg, waar we de 110 zeker wel even hebben gehaald.

En nu dus in ons 'appartement' in Buseto Palizzolo, Baglio Fontana, een wat grootse benaming voor twee kleine kamertjes, maar wel met openslaande deuren en een mooie tuin. Op naar het avondmaal.

Bij de foto's:
- linksboven: de prehistorische graven van Pantalica
- rechtsboven: straatbeeld van Palazzo Acreide (nabij Pantalica)
- linksonder: Agrigento: de tempel der concordia, (de gevallen)Icarus & Ronald (rechts)
- rechtsonder: zicht op Castelmare di Golfo, op weg naar Buseto Palizzolo

zondag 15 juli 2012

Sicilie, dag 1 & 2

Na een vlucht met de KLM naar Milaan, en een vlucht met onbekend merk naar Catania, zijn we inmiddels gesetteld in de 'Masseria degli Ulivi', ons verblijf nabij het stadje Noto. De Masseria is een oude boerderij, waaromheen men een aantal bijgebouwen heeft neergezet met mooie lichte kamers en weidse uitzichten over het Siciliaanse landschap. De landerijen staan vol met olijfbomen, maar de olijven gaan blijkbaar allemaal naar het buitenland, want toen we de ober vroegen of we vooraf aan de maaltijd er een paar konden krijgen, was het nurkse antwoord 'No', waarna hij zich weer snel uit ons gezichtsveld terug trok.

Vanochtend zijn we Noto gaan verkennen, een stadje dat een prima decor zou zijn voor een opera van de meest larmoyante soort. Veel kerken, veel grootse trappen die leiden naar die kerken, en daar tussen in dan imposante palazzo's die betere dagen hebben gekend. Een daarvan, het Palazzo Villadorata, is nog ongeveer zo ingericht als toen de Siciliaanse landadel hier nog adres hield, en dat is zeker het bekijken waard. Veel chaises-longues,decoratief behang en wulpse plafond-schilderingen.

Daarna zijn we naar de kust afgezakt voor wat verkoeling, want het is hier zoals verwacht heftig heet. In het uitgesproken slaperige haventje van Marzamemi hebben we gelunched onder het genot van een zeebriesje.

Bij de foto's:
- linksboven: de 'Masseria degli Ulivi'
- rechtsboven: Loes op weg naar de Chiesa del San Santissimo Salvatore
- linksonder: Ronald op een van de vele Chaises-longues in het Palazzo VillaDorata
- rechtsonder: de verontrustend kleine vissersbootjes in Marzamemi

maandag 27 februari 2012

Zuid Afrika, slot

Zowat de laatste dag hier, en we besteden haar (deels) in het 'Loskop Dam Nature Reserve'. Qua omvang & wereldberoemdheid niet helemaal Kruger, maar we hebben nog geen giraffe's en neushoorns gezien, en die zitten ook in Loskop, dus je weet maar nooit. Onze enthousiaste gids Shane stelt een bootsafari voor, kost iets meer maar dan heb je ook wat. Bij aankomst in het park blijkt die boot van het type 'opblaasbaar', maar dat schijnt geen probleem te zijn, ook al gaan we op zoek naar hippo's & krokodillen (mogelijk bestaat ze uit een soort rubber die hippo's & krokodillen niet lusten).

Net nadat Shane de boot te water heeft gelaten (door trailer & jeep achteruit het meer in te rijden), breekt er een onweer los. Eerst nog in de verte, maar laten we even afwachten hoe dit zich ontwikkelt. Welnu, het ontwikkelt zich onze kant op, maar in zo'n traag tempo dat we enige tijd blijven aarzelen of we verder zullen gaan over land of over water. Maar als eenmaal de donderslagen niet alleen van links maar ook van rechts tot ons komen, besluiten we de boot maar weer op het droge te takelen en alsnog een stukje te gaan rijden. Op papier is dit avontuur dus (niet) in het water gevallen, maar de rit door de jungle was ook mooi, dus was het zeker geen mislukte middag. Helaas geen giraffe, en ook geen neushoorn.

En erger: helaas ook zowat onze laatste dag in Zuid Afrika, voor nu. Na een kort bezoekje aan NDLOVU Headquarters (Waar Lot een deel van haar onderzoekswerkzaamheden verricht), keren we terug naar Jo'Burg, dan London, dan Schiphol, dan thuis. Het was een mooie, maar te korte, trip.

Op de foto's:
- rechts: Shane parkeert Jeep, trailer & boot in Loskop Lake
- linksboven: geheel klaar voor een aquatisch, maar in rook opgaand, avontuur
- linksonder: avond in Loskop

zaterdag 25 februari 2012

Zuid Afrika, part four

Gisteren een lange rit van Phalaborwa naar Groblersdal, iets meer dan 400 kilometer, o.a. omdat we per sé via Graskop moesten, waar we eerder de auto van Lot hadden achtergelaten. Op de van 'slaggate' vergeven Zuid-afrikaanse tweebaanswegen een rit van meer dan 7 uur, dus nadien waren we niet veel meer waard. We hadden nog net genoeg puf voor een tochtje naar een van de betere restaurants in de buurt, The Guinnea Feather, voor een mooie zonsondergang.

En dan vandaag de dag die ons het excuus verschaft voor deze hele reis: met Lot mee naar Elandsdoorn, om daar de kliniek, het community building en dergelijke te bekijken. Een tijd van een half uur vanaf Groblersdal, maar wel van de ene wereld in de andere. Ons verblijf, The Lion's Guesthouse, ligt in een 'witte wijk' van Groblersdal (afgezien dan van het huishoudelijk personeel en de tuinmannen). Elandsdoorn daarentegen is een zwarte township, slechts deels officieel erkend door de staat (en voor de rest gedoogd), en een soort hete aardappel die regelmatig wordt doorgegeven door de provincie-grenzen om de paar jaar te veranderen en dan nét linksom of rechtsom de nederzetting te trekken. Midden in dat gebied is, met veel Nederlandse steun, een clinic verrezen die tot in de wijde omtrek bekend staat om haar 'miracles'. De drukte die hier doordeweeks heerst, moeten we er op zaterdag maar bij denken. Het ziet er indrukwekkend uit, als je er bij denkt welke moeilijkheden (financieel, ambtelijk, etcetera) je daarbij moet overwinnen. Helaas verkeert de clinic in zwaar weer, omdat grote geldschieters het laten afweten (de kleintjes niet, de school van Loes heeft onlangs nog haar Kerstdonatie overgemaakt naar Elandsdoorn).

De 'overige highlights' van de streek namen daarna aanmerkelijk minder tijd in beslag (de ATM, de supermarkt, de Wimpy). Nee, veel touristen komen hier niet. Het voordeel daarvan: als witje wordt je direct geassocieerd met de clinic, en die heeft een hele goede naam. De rest van de dag beginnen we met cappucino bij de Godiva Spa, mogelijk de mooiste B&B in town, maar dat wisten we niet van te voren. Daarna lunch bij de Loskop Lodge, dat ons opviel door de prachtige oudhollands architectuur, maar die bleek recent neergezet. Desondanks leuke plek hoor. En verder in de tuin van onze guesthouse, waar we een bruidsreportage voor de voeten lopen (eerder werd ons ook al de doorgang versperd door een BruidsHummer, die echt vééél te groot is voor de oprit van het Guesthouse).

Bij de foto's:
- Linksboven Eetzaal in The Lion's Guesthouse, mogelijk niet geheel politiek correct
- Rechtsboven Met Lot op weg naar Elandsdoorn in de Chevy
- Linksonder De AIDS Prevention Jeep van de Elandsdoorn Clinic
- Rechtsonder In de clinic, met Donald (verpleegkundige) en Robert (arts)

donderdag 23 februari 2012

Zuid Afrika, part three

We hebben twee dagen Kruger-park achter de rug, en het was heel mooi. Gisterochtend & deze ochtend met de eigen auto. Gisteren nogal laat, omdat we nog op een reserveband aan het wachten waren. Het had nog wel wat voeten in aarde voor dat eindelijk geregeld was. Maar vanochtend konden we de motivatie vinden om héééél vroeg op te staan, omdat de beestjes vroeg in de ochtend actiever zijn, en beter zichtbaar.

Daarnaast, gistermiddag onder begeleiding van Park Ranger Johan (of heet hij Jan, daar zijn we nog steeds niet over uit), in zo'n stoere groene jeep met zoeklichten (die we overigens zelf moesten vast houden). En de afgelopen middag, met ons drietjes, op pad voor een wandeling door de bush met maar liefst twee park rangers, waarvan er één volgens de dames op George Clooney leek, beide voorzien van een indrukwekkend geweer "voor het geval dat" (hetgeen zich gelukkig niet voordeed).

En, wat was de score? Hééél veel olifanten (meer dan honderd), natuurlijk ook impala's (dat spreekt van zelf), maar ook leeuwen-welpjes, wilde honden, een luipaard, en hier en daar een zebra. Jammer genoeg geen giraffe's, en ook geen neushoorns, maar die worden ook in zo'n hoog tempo gestroopt dat ze erg zeldzaam aan het worden zijn. Tijdens de wandeling konden we een heerlijke geur van wilde kruiden opsnuiven. Het is een andere ervaring dan met de auto. Hier komen ook de kleine(re) beestjes ook aan bod zoals joekels van spinnen, schorpioenen, kikkers en de kleinere vogels.
Het was prachtig hier. Morgen nemen we afscheid van deze plek.

Bij de foto's:
- Linksboven Huize Leadwood in The Sefapane Lodge
- Rechtsboven Loes (links) & Olifant
- Linksonder Nieuwsgierige leeuwenwelpjes
- Rechtsonder Te voet door Kruger

dinsdag 21 februari 2012

Zuid Afrika, part two

Maandag zal Annelot ons komen opzoeken in Graskop, maar pas tegen de middag. We besluiten in de ochtend een wandeling te maken vanaf het terrein van het Graskop Resort Hotel. Op internet hadden we gevonden dat daar mooie (korte) wandelingen zijn te maken.

De entree van het terrein ziet er wat verlopen uit, maar er is nog wel iemand bij de receptie te vinden die ons het een & ander uitlegt over wandelroutes. Kort onderweg, blijkt al snel dat het resort inmiddels een township is geworden, waar alles stukkig of stukker is, en iedereen zwart & arm. Hier en daar is nog een vermoeden aanwezig van een wandelpad, maar waarschijnlijk heeft al jaren niemand die paden meer gebruikt. We snappen nog niet helemaal waarom er toch nog een receptioniste aanwezig was, en waren hier ook al snel uitgewandeld. Mooi maar raar.

Daarna nog een waterval verkend nabij Sabie (the Mac Mac Falls), en daarna in blijde afwachting van Lot, die om een uur of twaalf aankomt vanuit Groblersdal. Uitgebreide begroeting, pannenkoek voor lunch (althans ik), en daarna snel door naar een paar uitzichtspunten in de buurt, die Loes & ik tot nu toe alleen in dichte mist hadden gezien, en Lot helemaal niet. Bij The Pinnacle met goed zicht, maar God's Window zit wederom helemaal dicht. Welnu, dit was onze laatste poging. Wij bekijken het nog wel eens op Youtube. De Berlin Falls in de buurt maken veel goed, maar de dag eindigt wat chaotisch door een lekke band, de eerste ooit voor ons allemaal. Een dikke kei op de weg daar kan zo'n autoband niet tegen. Toch nog verrassend snel gewisseld, mede aangespoord door donkere wolken die gelukkig net niet los barsten.

Vandaag (dinsdag), door naar Phalaborwa. Extra voorzichtig, want pas daar zullen we een nieuwe reserveband kunnen krijgen, heeft mener Avis ons telefonisch laten weren. Onderweg opnieuw prachtige uitzichten op de Blyde River Canyon, gevolgd door een flinke afdaling naar de vlakten van Kruger. De temperatuur stijgt snel. In Phalaborwa is het 37 graden, dus dat is voor ons even wennen (Lot kent deze temperaturen al langer).

In de Sefapane Safari Lodge hadden we voor ons drieen een 'family rondavel' gereserveerd. Dat blijkt een gigantisch bouwwerk te zijn, met drie slaapkamers ieder met eigen badkamer, maar waar met een beetje goede wil ook zo tien personen in zouden kunnen. Eigen veranda met eettafel en zitje, grote keuken, grote living met tv en prive internet verbinding, ook wel fijn. Het huis is heel wat groter dan nodig, maar erg leuk.

Morgen beestjes spotten in Kruger. Eerst op eigen gelegenheid, en tegen zonsondergang onder begeleiding weer het park in.

Bij de foto's:
- Linksboven Begroeting in Graskop
- Rechtsboven The Pinnacle, nabij Graskop
- Linksonder Berlin Falls, nabij Graskop
- Rechtsonder Onderweg naar Palaborwa (weer niets gekocht)

zondag 19 februari 2012

Zuid Afrika, part one

Goed, Heatrow overleefd, en een nacht in een Jumbo, met een bovenproportioneel aantal babies aan boord. En daarna een lange rit vanaf Johannesburg, door een niet zo enerverend landschap, maar wel met af & toe verkeersborden verwijzend naar plaatsen met prachtige namen als "Woestalleen" of "Goedezin". En ook direct al onze eerste wilde dieren gescoord, bij een benzinestation met ingebouwd 'wildpark' (nou ja, een weide met struisvogels, buffels & zebra's grenzend aan de pompinstallaties). En dan zomaar vervolgens afremmen voor een groepje apen die de wegoversteken, net als wat loslopende koeien maar dat telt niet als wild.

Maar nu zitten we in Graskop, een plaatsje in de Drakensbergen, een prachtig gebergte dat Johannesburg en de vlakten van Mpumalanga scheidt van het Kruger-park. Gisteren hebben we verder niet veel uitgespookt, wegens algemene gammelheid na vlucht & rit. Maar vandaag zijn we al vroeg op pad gegaan naar de diverse uitzichtspunten & watervallen hier in de buurt. De eerste, met de pretentieuze naam "God's Window", ging volledig de mist in. Letterlijk, want de laaghangende bewolking & lichte regen beperkte het zicht tot enkele tientallen meters. Dat kwam ons bekend voor, want in 2002 hebben we hier van het zelfde uitzicht (niet) genoten. En toen zeiden we dat we hier nog wel eens terug zouden komen. Inderdaad.

Maar een eindje verderop, bij de "Bourke's Luck Potholes", werd het dan toch wat helderder, en konden we een mooie wandeling maken tussen de watervallen & bavianen, die ook graag gebruik maken van de hier & daar aangelegde voetgangersbruggen, maar alleen als ze de ruimte krijgen. Welnu, dat is wederzijds, want er zijn weinig diersoorten met een lagere aaibaarheidsfactor dan bavianen. De Afrikanen zijn erg trots op de "Blyde River Canyon", een kloof die wel wat weg heeft van de Grand Canyon, maar dan wat minder Grand, en bovendien een stuk groener, waardoor je weer meer aan de Blue Mountains nabij Sydney moet denken. Hoe dan ook, de vergezichten zijn prachtig, met af & toe een doorkijkje naar de laagvlakte die er achter ligt, en waar het Kruger-park zo'n beetje begint.

Daarna lunch in "Pilgrim's Rest", ondanks de devote naam een dorp dat ontstaan is tijdens de goudkoorts van 1873. Veel historische bouwwerkjes, bijna allen gevuld met (te dure) snuisterijen. Terwijl je daarin rond neust, wordt je auto ongevraagd gewassen, in de hoop dat je daar, ongevraagd of niet, toch voor wilt betalen als je terug komt. Deze keer niet, dank u.

Bij de foto's:
- Linksboven Ronald wijst aan waar het goede weer vandaan moet komen.
- Rechtsboven "Bourke's Luck Potholes", het begin van de Blyde River Canyon
- Linksonder Wildlife
- Rechtsonder Loes bij de Blyde River Canyon