woensdag 20 februari 2019

Zuid Afrika, part 4

Gisteren zijn we vanaf Stellenbosch een klein stukje teruggereden naar Franschhoek, om daar de La Motte Estate te bezoeken, waar men, naast heel veel wijn, ook een mooie wandeling én een aantal schilderijen en tekening van Jacob Hendrik Pierneef in de aanbieding heeft. Wij vinden Pierneef's werk beiden heel leuk, hoewel (of wellicht 'omdat') het soms wat aan de vroegere schoolplaten doet denken.

De weg naar La Motte was al behoorlijk 'mistig', en op de estate hing zelfs een brandlucht, dus werd al snel duidelijk dat er heftige bosbranden gaande zijn in de omgeving van Franschhoek. De weg (bergpas) die we gisteren genomen hebben naar het stadje is inmiddels onbegaanbaar vanwege het vuur en dus afgesloten. En een (lange) wandeling over het terrein van La Motte werd ons ook bepaald afgeraden. Nu ja, dan rest nog de kunst (van Pierneef) en die was zeer de moeite waard.

In Franschhoek zelf werd het rustieke karakter van de dorpsstraat wat ontregeld door de rook en de laag overvliegende blushelicopters. Het lijkt er voor nu echter op dat het stadje zelf behouden blijft.

Vandaag hebben we een mooi (langere) wandeling gemaakt in het Hottentot Nature Reserve, op loopafstand van het centrum van Stellenbosch. Prachtige uitzichten, en hier gelukkig geen rook. Daarna hebben we nóg een wine estate in de omgeving bezocht ('Spier'), en net als op La Motte is het gelukt om ongeschonden (d.w.z. niet aangeschoten en zonder aangeschafte kratjes) te vertrekken.

Bij de foto's:
- linksboven: Pierneef museum op La Motte Wine Estate
- rechtsboven: La Motte Wine Estate in de rook
- linksonder: Hottentot Nature Reserve, met op de achtergrond de Simonsberg
- rechtsonder: Spier Estate

maandag 18 februari 2019

Zuid Afrika, part 3

Gisteren hebben we rondgereden op het schiereiland onder Cape Town, en daarbij twee plaatsen bezocht die we nog niet goed kenden.

Eerst Llandudno, een slaperig stadje met hele dure (buiten)huizen, slechts een enkele b&b maar wel een mooi strand en een mooie wandelroute langs de ongerepte kust.

En daarna het strand van Noordhoek, kilometers aan helder wit zand aan een prachtige zee.

Daarmee zat onze tijd in Cape Town er op, dus vandaag zijn we via de 'pitoreske' (en twee keer zo lange) route naar Stellenbosch gereden, waar we net zijn aangekomen.

Onderweg veel verbrande natuur en ook verwoeste huizen gezien langs de kust, want er zijn hier in januari twee grote bosbranden geweest. Ook de Harold Porter Botanical Garden, waar we even pauzeerden voor een kop koffie, is deels verwoest. En hoewel je het natuurlijk niemand gunt, is zo'n verbrand landschap eigenlijk ook wel weer mooi.

Bij de foto's:
- links boven: het kustpad bij Llandudno
- rechts boven: het eindeloze strand bij Noordhoek
- links onder: een botanische tuin in grijstinten
- rechts onder: Stellenbosch met de bergen van het Hottentots Holland Nature Reserve op de achtergrond

zaterdag 16 februari 2019

Zuid Afrika, part 2

We verblijven in Camps Bay, een buitenwijk van Cape Town, met naar men zegt een van de mooiste stranden ter wereld. Vooral om te kijken of te lummelen dan, want het water is hier steenkoud. Op Victoria Road is het altijd druk met mensen die indruk willen maken met hun auto of hun uiterlijk (of beide). Ook al behoren we in beide categorieën wellicht niet (meer) tot de top, het is hier wel prettig flaneren, en bovendien een ruime keus aan restaurants.

Het verblijf, de 'Camps Bay Retreat', is heerlijk. Een fantastisch hoofdgebouw uit het begin van de 19e eeuw, met een mooie en ruime tuin rondom, overal zicht op zee, Lion's Head én de Tafelberg, en twee 'glens', zeg maar ravijntjes, met hun eigen hangbruggen. Alcohol of niet, wij komen altijd teut aan bij onze kamer, na zo'n zwabberende brug.

In de ochtend hebben we 'The Old Biscuit Mill' bezocht, een leuke markt in een verlopen (maar opkomende) buitenwijk (genoemd woodstock) van Cape Town, op een oud industrieterrein met gezellig verbouwde pakhuizen vol trendy boetieks en serieuze koffiezaken. Erg leuk (en niet al te veel gekocht).
 
Bij de foto's:
- links boven: Camps Bay Retreat, met links het oude hoofdgebouw, rechts onze hangbrug en daartussen zicht op Lion's Head.
- rechts boven: ons verblijf in Camps Bay Retreat, met de tafelberg op de achtergrond.
- links onder: The Old Biscuit Mill
- rechts onder: Jezus moet werken voor de kost in de Old Biscuit Mill, en het presenteren van de koopwaar valt hem zwaar... 

vrijdag 15 februari 2019

Zuid Afrika, part 1

Een heerlijke eerste dag in Camps Bay (een buitenwijk van Cape Town), met veel zon en mooie golven, met op de achtergrond Table Mountain.

zondag 2 december 2018

Verenigde Arabische Emiraten, part 9, Dubai

Onze laatste hele dag in Dubai beginnen we met een bezoek aan de Madinat Jumeirah, een souk die vooral beroemd is omdat je van daar uit zo'n mooi uitzicht hebt op de Burj Al Arab (het meeste bekende gebouw in de stad). Hoewel de souk geheel 'nep' is (in de zin dat ze enkele jaren geleden is neergezet door een projectonwikkelaar), is het toch een heel aangename plek: een op z'n eftelings nagebouwde versie van het echte (markt-)leven.

Vlakbij ligt Jumeirah Public Beach, waar het gezellig druk was in en om het water, en waar westerse meisjes in bikini goed worden bekeken door Indiase bouwvakkers met een dag vrij.

In de namiddag hebben we de lift genomen naar de Burj Kalifa Viewing Deck op de 124e etage (450 meter). Die doet er een klein minuutje over (wat dus neerkomt op 30 kilometer per uur verticaal). Toen dit, vanwege de toenemende concurrentie uit China, niet meer het hoogste viewing deck ter wereld was, hebben ze er ook één aangelegd op de 148e verdieping (555 meter), zodat ze nu weer even de alfa viewing deck zijn (totdat men in Riaad klaar is met nog weer iets hogers). Die is echter vooral bedoeld voor mensen met gouden muiltjes en manchetknopen. Wij vonden de 124e ook wel goed genoeg. En dat was het ook.

Nog één nacht, en dan zitten de Emiraten er voor ons op. Het was de moeite waard.

Bij de foto's:
- boven: Burj Al Arab, Jumeirah Public Beach
- onder: uitzicht vanaf de Burj Kalifa

zaterdag 1 december 2018

Verenigde Arabische Emiraten, part 8, Dubai


In Dubai wordt echt alles in hoofdletters geschreven, en dat is nog wel eens vermoeiend. Zo kwamen we, onderweg uit Abu Dhabi, in de Dubai Marina het 'hoogste gebouw dat een kwart slag draait' tegen (we weten niet of er in deze categorie veel concurrentie is, maar toch). Een gebouw dat een halve of hele slag draait hebben ze dan nog weer niet.

En om de hoek van ons hotel ligt, naast het hoogste gebouw ter wereld (dat we morgen gaan bezoeken) ook 'de grootste mall ter wereld'. Omdat er net een feestweekeinde is aangebroken (zondag wordt '47 jaar VAE' gevierd) was het in die mall, hoe groot ook, een waar gekkenhuis met tientallen 'verkeersregelaars' om de voetgangersstromen in goede banen te leiden. Geen feestje (ondanks de aanwezigheid van 'de hoogste fontein ter wereld' die elk half uur zijn ding doet).

Vandaag hebben we het oude gedeelte van de stad bezocht, waar je nog met een abra (pontje) van de ene kant van de kreek naar de andere kunt, en weer terug, voor 1 dirham (23 cent) enkele reis. Een hele relaxte omgeving met fraaie kleinschalige historische gebouwen, zoals de voormalige residentie van Sheik Said Al Maktoum. Toen die in 1958 overleed, trok de hele familie weg en zakte de boel pitoresk in elkaar. Inmiddels mooi gerestaureerd.

De Spice Souk, aan de overkant, is ook prachtig, al moet je wel een beetje blijven doorlopen anders word je zo een winkel ingekletst of ingesleurd. Ondertussen wordt er aan de waterkant van alles (en in grote hoeveelheden) ingeladen op de aftandse vrachtboten die op en neer gaan naar Iran, dat hier zo'n 200 kilometer vandaan ligt.

Bij de foto's:
- linksboven: Dubai Marine, met de Guinness-waardige Cayan Tower
- rechtsboven: Old Dubai, wachten op de abra
- linksonder: smokkelboten op weg naar Iran, op de kreek bij Old Dubai
- rechtsonder: Spice Souk, Deira. Leuk, maar lastig om ongeschonden te doorstaan

donderdag 29 november 2018

Verenigde Arabische Emiraten, part 7, Abu Dhabi

Niet veel in Abu Dhabi is bij het oude gebleven. Het enige fort dat de stad nog kent gaat verscholen achter hoge schuttingen wegens 'renovatie', en dat schijnt al jaren te duren. Maar de klassieke vissersvloot is nog volop aan het werk. In Dhow Harbour liggen tientallen oude scheepjes met op de kade en aan boord werkelijk duizenden visvallen van kippegaas (dat hier dan wel 'visgaas' zal heten). Schepen die aankomen lijken haast te kapseizen onder de enorme hoeveelheid visvallen aan boord, maar ze wegen natuurlijk niks. Heel pitoresk.

Halverwege de stad staat 'Capitol Gate', een toren van 160 meter hoog en 18 graden uit het lood, hetgeen natuurlijk meer is dan de toren van Pisa, want anders heb je geen wereldrecord. Het bevat kantoren en expositieruimtes, maar als bezoeker kun je er niet zomaar in (dus of wij zeeziek zouden worden van deze extreme schuinte hebben we niet proefondervindelijk kunnen vaststellen).

Wél konden we naar de bovenste (74e) etage van ons hotel in de Etihad Towers ('bekend' van de B-film 'Fast & Furious' waarbij de hoofdpersoon in een auto op grote hoogte van de ene toren in de andere rijdt/vliegt), voor een fenomenaal uitzicht over de stad. Onze kamer zit natuurlijk ook al boven de 200 meter, maar vandaar kijk je maar anderhalve kant op, en de observation desk heeft vanzelfsprekend vrij uitzicht naar alle windrichtingen. Prachtig.

Bij de foto's:
- links: Capitol Gate, officieel de meest scheve toren ter wereld (ook volgens Guinness)
- rechtsboven: Dhow Harbour, Abu Dhabi Down Town op de achtergrond
- rechtsonder: zicht op de kustlijn van Abu Dhabi vanaf de Etihad Towers (300 meter)

woensdag 28 november 2018

Verenigde Arabische Emiraten, part 6, Abu Dhabi

Vandaag stond in het teken van het 'Louvre Abu Dhabi', het excuus (voor zover nodig) voor deze hele reis.

Een prachtig gebouw van Jean Nouvel, ook al wordt dat van binnen niet meteen duidelijk. De buitenkant is een soort kruising tussen het voormalige Evoluon (Eindhoven) en een vliegende schotel, maar dan in stijlvol zwart/wit en gelegen aan de blauwe wateren van de Perzische Golf.

Eenmaal binnen passeer je eerst een lange rij adequate maar niet bijzonder opvallende tentoonstellingsruimtes gevuld met een chronologische opsomming van wat de mensheid aan moois in elkaar heeft gesleuteld, geillustreerd met topstukken in bruikleen uit het Parijse Louvre. Leuk hoor, maar we hebben wel al eens eerder een handbijl, mummie, Grieks beeldhouwwerk, Mariavoorstelling, van Gogh, Giacometti of Ai Wei Wei in het echt gezien (al is het niet vaak onder één dak).

Het interieur wordt pas echt boeiend in de daaropvolgende 'semi-open' ruimtes onder het fascinerende dak. Dat dak is samengesteld uit een aantal lagen van opengewerkte geometrische figuren, die in elke laag verspringen en dus voor een chaotische lichtinval zorgen, waarmee, volgens (st)architect Jean Nouvel 'de natuurlijke schaduwwerking van een palmenoase' wordt nagebootst. Heel erg mooi, en dus niet helemaal niet erg dat 'het duurste schilderij allertijden' (Salvator Mundi van Leonardo da Vinci, 450.000.000 dollar) nog niet tentoongesteld werd. Dat is trouwens helemaal niet zo'n mooi schilderij...

Bij de foto's:
- boven: Ronald voor het Louvre Abu Dhabi
- midden: Loes in het Louvre Abu Dhabi
- onder: Uitzicht op de 'corniche' en downtown Abu Dhabi vanaf Breakwater Beach

dinsdag 27 november 2018

Verenigde Arabische Emiraten, part 5, Abu Dhabi

Na ons vertrek uit Al Ain zijn we eerst langs de Jebel Hafeet gereden, de net-niet-hoogste berg van de VAE. Op de hoogste berg (Jebel Jais) was immers het uitzicht gesloten wegens onderhoud. Dat soort problemen hadden we vandaag niet, maar nu staat er weer een raar paleis in de weg van het uitzicht op de oase van Al Ain. Nou ja, toch wel mooi.

Aangekomen in Abu Dhabi kwamen we eerst langs de Sjeik Zayed bin Sultan Al Nahyanmoskee, nagelnieuw en (natuurlijk) de grootste van de VAE (zoals eigenlijk altijd alles hier de grootste is). Een indrukwekkend bouwwerk, maar ook erg vermoeiend door het niet aflatende protserige uiterlijk vertoon. Toegankelijk voor niet gelovigen, maar vanzelfsprekend moest Loes zich wel verbergen in een leen-abaya. De superlatieven schieten te kort: grootste tapijt (47 ton...), meeste swarovski-kristallen in één kroonluchter (en dan hebben ze er minstens 3), 57 koepels etc. Leuk uitje, en leuk om weer te vertrekken.

Inmiddels zitten we in onze hotelkamer op de 58e verdieping te genieten van het wijdse uitzicht, over nog weer meer paleizen en liefst twee hotels die na zonsondergang voortdurend van kleur veranderen. Het is hier allemaal niet erg subtiel. En dan moet Dubai nog komen!

Bij de foto's:
- linksboven: Loes, in Abaya, onder honderdduizenden swarovski-kristallen
- rechtsboven: onze kamer, met op de achtergrond zicht op nieuw opgespoten eilandjes voor de kust
- linksonder: zicht op het presidentieel paleis vanaf de 58e
- rechtsonder: Ronald bij de Sjeik Zayed bin Sultan Al Nahyanmoskee

maandag 26 november 2018

Verenigde Arabische Emiraten, part 4, Al Ain (Abu Dhabi)

Gisteren zijn we aangekomen in Al Ain, de enige plaats van enige betekenis die niet aan de kust ligt. We weten niet of het daar aan ligt, maar in dit hotel zijn geen Russen te vinden (hetgeen niet perse een slechte zaak is).

Al Ain heeft veel uit leem opgetrokken historische forten. De grootste, het Al Jahili fort, ligt om de hoek, en hebben we gisteren bezocht. Mooie plek, loom sfeertje, en niemand te bekennen (behalve het alom tegenwoordige beveiligingspersoneel).

Deze ochtend vertrokken we eerst naar de grootste kamelenmarkt van de VAE, 5 kilometer verderop, en die stelde niet teleur. Duizenden kamelen (oh nee, drommedarissen), allemaal wachtend op een nieuwe eigenaar, met honderden verkopers, in de weer met voeren, laten drinken, beesten van links naar rechts of andersom, inladen of uitladen, etc. Aan de andere kant van de straat zowat net zoveel geiten, met net zo veel baasjes en drukte. Dat we hier de enige witjes waren (en Loes de enige vrouw) maakte gelukkig niet uit. Ik werd vrij vaak aangesproken met 'hello my friend, how are you?'. Mijn antwoord werd zelden begrepen, dus dit was ongeveer de reikwijdte van de plaatselijke kennis van het engels. Loes werd vooral aangegaapt, maar op een vriendelijke manier. Prachtige bijbelse (of moet je zeggen koranitische?) taferelen, beetje smelly ook wel.

In de middag hebben we Al Ain Oasis bezocht (ook vlakbij), een al eeuwen bestaande gigantische verzameling dadelpalmen met eindeloos veel irrigatie-kanaaltjes. Een hele verstilde plek, met mooie schaduwen in de middaghitte en veel vogels.

Bij de foto's:
- links: Al Ain Oasis
- rechtsboven: een van de tientallen rijen met 'kamelen-marktkramen'
- midden: koopwaar
- rechts midden: verkopers
- midden onder: niet te dicht bij, want hij bijt (de kameel)
- rechts onder: Al Jahili fort

zaterdag 24 november 2018

Verenigde Arabische Emiraten, part 3, Ras Al Khaimah & Fujeirah

Na een heerlijk verblijf in Hilton Al Hamra vertrekken we vandaag naar ons volgende emiraat. Maar eerst nog een (lange) omweg langs de hoogste berg van de VAE, de Jebel Jais. Wat dan wel weer jammer is voor de Emirati is dat de hoogste top van deze berg net over de grens in Oman ligt. Maar ook de 'sub-top' in Rak Al Khaimah schijnt de moeite waard te zijn.

Na een rit die bestond uit een horror-kruising, een volledig lege 8-baans snelweg en een mooie slingerende bergweg kwamen we aan bij de Jebel Jais Viewing Deck, helaas voor renovatie gesloten ('come back in three days'), waarmee ons ook direct de helft van de uitzichten door de neus werd geboord (wel naar links, niet naar rechts). Stiekem voorbij het rood-witte lintje sluipen gaat niet, men let hier goed op elkaar en op ons. Maar goed, het uitzicht dat ons nog wel werd gegund was best mooi. Ook goed zicht trouwens op 'de langste zip-line ter wereld', waar met grote regelmaat torpedovormige durfals met grote snelheid langs komen suizen. Ze klinken als straaljagers, vermengd met kreten die duiden op een mengeling van euforie en hysterie van de betrokkenen.

Aangekomen in Fairmont Fujeirah Beach Resort hebben we een 'first': we dineren op onze kamer met room service. Dat is de enige manier om in deze omgeving een 'lopend buffet' van draconische omvang (en kosten) te vermijden. En het is eigenlijk heel genoeglijk, zo met z'n tweetjes aan een uitklapbaar tafeltje in je eigen (ruime) kamer met openslaande deuren en een heerlijke zomeravond-temperatuur.

Bij de foto's:
- boven: op Jebel Jais
- midden: zipliners op Jebel Jais
- onder: Ronald laat zijn drone uit aan de voet van Jebel Jais

vrijdag 23 november 2018

Verenigde Arabische Emiraten, part 2, Ras Al Khaimah

 
Vanochtend vroeg op om op tijd bij de Kamelenraces te kunnen zijn (hetgeen eigenlijk dromedarisraces zijn, maar ht Arabisch kent geen aparte woorden voor die twee dieren. Weird...). De race track ligt nogal afgelegen, dus is het advies om per taxi te gaan, maar dat soort adviezen kunnen we heel goed negeren. Affijn, na flink verdwaald te zijn, kwamen we aan de late kant, via een wadi (droogstaande rivierbedding) die onze auto maar net aan kon, toch nog aan bij de track. Gelukkig was er nog bedrijvigheid genoeg. Mocht je daarover twijfelen, het filmpje toont geen race, maar een roedel die naar de start wordt geleid.
Op de foto komen een paar exemplaren aangestormd, aangemoedigd door de luid toeterende eigenaars in hun dikke automobielen, en met een echte jockey of een 'mechanische jockey' (d.w.z. een accu met een ronddraaiend zweepje eraan) op hun rug. Overigens schrok de koploper zo van mijn on-Arabische uiterlijk (dat is al een beetje te zien op de foto) dat hij korte tijd later omkeerde en terugkeerde naar de start. Jammer dan, voor degenen die daarop hadden gewed.