zondag 13 februari 2011

Sydney (part 1)

Gisteren was een reisdag, en de reis duurde, zoals verwacht, langer dan verwacht: het inkomende vliegtuig had (of leek te hebben) technische problemen. Het was dus al avond voor we in Sydney arriveerden. Na een lunch op de luchthaven van Christchurch en nog een 'lunch' in de tijdloze zone op 10 kilometer hoogte, zijn we maar zonder avondeten naar bed gegaan. We hebben nog wel even de omgeving verkend, en dat blijkt Chinatown te zijn, dus hééél vééél restaurants in de buurt. Ondertussen vlogen de vleermuizen in grote getale de stad uit, alsof er groot onheil aanstaande was.

Sydney heeft net een hittegolf achter de rug, dus is men hier blij met de regen die er nu valt. Wij iets minder, maar goed, dan maar met paraplu op pad. We zijn vandaag via de Botanische Tuin (prachtige rustige plek midden in de stad. Wel uitkijken voor de grote aantallen joggers, zeker op zondagochtend) en via het onvermijdelijke Opera House (nog steeds mooi), op weg gegaan naar Circular Quay, waar alle ferries zijn te vinden. Wij namen de ferry naar Manly, een buitenwijk van Sydney die (aan de noordkant van de haven) aan zee ligt. Mooi tochtje, en mooie plek. Veel surfers (ik neem aan beginners, want veel golven waren er niet), duikers, zwemmers. Vanuit Manly loop je zo de 'woeste natuur' in, met uitzicht op de haven & de hoogbouw van downtown Sydney op de achtergrond. Terug in Manly (en trouwens ook in de rest van de stad) valt het op dat alle restaurants op elk moment van de dag propvol zitten, soms ook met mensen die, zo doet een visuele inspectie vermoeden, best eens een maaltijd zouden kunnen overslaan. Het lijkt wel alsof uit eten gaan het meest gebruikelijke uitje is voor de zondag. Wij gaan ons daar zo bij aansluiten (in de hoop een plekje te kunnen veroveren).

Ons plan om een regenbui over te slaan door de Modern Art Gallery te bezoeken (met een expositie van Annie Leibovitz) kon geen doorgang vinden, omdat honderden anderen dit plan eerder hadden opgevat. De rij was een stuk langer dan de regenbui.

Bij de foto's:
- boven: wederom Loes bij de Opera House (zie 3 jaar terug)
- onder, links: De noordelijke toegang tot Sydney Harbour, North Head nabij Manly
- onder, rechts: Ronald loopt achteruit in Hyde Park (tot Loes klaar is met de foto)

vrijdag 11 februari 2011

Christchurch

Onze laatste rit in NZ, en een lange, van Mount Cook naar Christchurch, zo'n 350 kilometer. Deze ochtend blijkt het niet altijd feest bij Mount Cook, want de bewolking ligt zowat op de grond, en er is geen berg te zien. Niet erg om te vertrekken dus. En dat doen we vroeg, zodat we Christchurch nog wat kunnen verkennen. Na een moeizame kennismaking met het eenrichtingsverkeer & geblokkeerde straten (nog steeds als gevolg van de aardbeving van vorig jaar en de daaruit voortvloeiende herstelwerkzaamheden) van Downtown-Christchurch, kwamen we aan in ons hotel. Daar hebben we een kamer met 'Cathedral View', al moet je daar wel een knik voor in je nek leggen. De kathedraal, hoewel spiksplinternieuw naar Europese begrippen - 1881 - is het belangrijkste bouwwerk van de stad. Er is op veel plaatsen nog schade te zien van de aardbeving. Veel 'historische' panden (een jaar of 100 oud) hebben schade opgelopen, een ballustrade die gestut moet worden, een ingezakt dak, een extra verstevigde muur. Hier & daar is een pand geheel verdwenen, of wordt op dit moment afgebroken. Het riviertje dat door de stad meandert, de Avon, kan alleen bevaren worden met ultra-platbodems. Hier & daar zie je iemand in het water staan, dat dan meestal niet verder rijkt dan halverwege het onderbeen. Maar ultra-platbodems zijn er, met mannen in strohoed achterop ('punters') die als een soort NZ-se gondeliers de meer traditionele toeristen rondleiden op het water. De plaatselijke tramlijn, ook al vooral bedoeld voor toeristen, is aan de buitenkant behangen met 'bloemenpracht'. Dat is dus nogal braaf allemaal, maar een vreemde combinatie met het trage herstel van de beschadigde bouwwerken. Toch erg genoeglijk om een middagje doorheen te struinen, vooral in de Botanische Tuin (prachtige oude bomen) en ook in de Christchurch Art Gallery, die nét vorig weekeinde hun meest succesvolle tentoonstelling ooit hadden afgesloten, maar dat was van een artiest waarvan we indertijd in Melbourne al een expositie hadden gezien (Ron Mueck). En daarmee moeten we het dan doen, want dit is ons laatste bericht uit Nieuw Zeeland. Wordt binnenkort vervolgd uit Sydney, Blue Mountains & Singapore.

Bij de foto's:
- boven: Loes aan de oevers van de Avon, terwijl de punter puntert.
- onder, links: Captain Cook, neergezet in Victoria Park, heeft tegenwoordig niet zo'n mooi uitzicht als op zijn vroegere reizen.
- onder, rechts: Christchurch Art Centre (voor zover zichtbaar).

donderdag 10 februari 2011

Mount Cook

We werden vanochtend wakker met een plaatselijk natuurverschijnsel op ons balkon: de Kea. Een soort Alpine papagaai, die alleen in de bergen van NZ voorkomt, en mede bekend is om zijn lawaai. Daarna gingen we op pad voor de meest populaire dagtrekking hier, de 'Hooker Valley Walk' (een minder gelukkige naam). Ze begint op de plek waar het oorspronkelijke Hermitage Hotel stond (wij verblijven in de derde incarnatie van dit hotel, die op een wat veiliger plek is neergezet). Dat is al in 1884 gebouwd, maar in 1913 weggespoeld nadat het 16 dagen onafgebroken geregend had. Het pad leidt naar de Hooker Valley, de plek waar de Hooker Glacier overgaat in een ijsrivier, en de Hooker Glacier is de gletsjer die van Mount Cook afrolt, dus groot & hoog. Prachtige wandelroute, wél redelijk druk, maar dat geeft je de kans om tegenliggers op het hier & daar smalle pad voor te laten gaan en 'You are welcome' te zeggen. Hier & daar ook niet zo eenvoudig, met twee smalle hangbruggen, en delen van de route die over steenlawines klauteren, of pad & bergbeekje inéén (hoppen van steen naar steen, natte voeten bij een inschattingsfout). Het weer is echter erg goed, net als gisteren, de vergezichten zijn ongelooflijk helder. Vier uur hard werken, dus daarna eerst even lekker de schoenen uit.

Bij de foto's:
- boven: Loes in de Hooker Valley, Hooker Glacier & Mount Cook op de achtergrond
- onder, links: Ronald op de hangbrug (als je héél goed kijkt: de 2 verticale pixels in het midden)
- onder, rechts: Ronald in gesprek met Sir Edmund Hillary (die niets terug zegt; de wijze zwijgt, de dwaas vraagt?)

woensdag 9 februari 2011

Naar Mount Cook

Aangezien het vandaag weer een heldere dag was, hebben we in de ochtend nog de tuin van het kasteel verkend. Daarna zijn we naar Mount Cook vertrokken, eerst nog langs de kust, maar al snel langs grote langwerpige glestsjermeren, het binnenland in. Het is een vreemde gewaarwording om in een bergachtig landschap te rijden, maar wel op kaarsrechte wegen (die langs de kaarsrechte oevers van de kaarsrechte gletsjermeren lopen). En al snel zie je in de verre verte Mount Cook overal bovenuit torenen met z'n 3700 meter. Uiteindelijk zijn we, in Mount Cook Village, hemelsbreed niet zo ver van de Franz Josef gletsjer & de Fox gletsjer waar we een week geleden over schreven, alleen nu aan de andere kant van de bergrug (Southern Alps).

Voor de deur van ons hotel staat een lelijk bronzen beeld van Sir Edmund Hillary in een outfit die het midden houdt tussen een padvinder & Kuifje (toegegeven, daar zit al niet veel verschil tussen). Hillary heeft deze berg in 1948 beklommen (niet als eerste overigens), als een soort oefening voor zijn latere tocht naar de top van Mount Everest (wél als eerste). Vlak voor zijn dood heeft hij het plaatselijke naar hem vernoemde Activity Centre kunnen inzegenen, waar men 3d-films vertoont & glazen kiwi's verkoopt. Nee, Mount Cook Village is geen verstilde oase van rust & onthechting (heel veel Chinezen hier ook trouwens, heeft dat met elkaar te maken?). Maar zodra je een wandeling in de omgeving gaat maken, zoals naar het begin van de Tasman Glacier, valt al die onzin weg. Tasman is in zoverre bijzonder, dat het uiteinde van de gletsjer verscholen gaat onder een laag rotsen (langs de rand) en een meer in het midden. Het is niet zonder meer evident dat zich onder dat alles 200 tot 600 meter ijs bevindt, die meer dan een meter per dag voortkachelt. Fascinerend. Vanuit onze hotelkamer hebben we zicht op Mt Cook die er in het avondlicht ook heel indukwekkend uitziet.

Bij de foto's:
- boven: Tasman Glacier met meer, waarin af & toe plotseling een ijsberg opduikt.
- onder, links: eerste zicht op Mount Cook (een kilometer of 70).
- onder, rechts: de zelfde ijsschots als in de bovenste foto. Het gele vlekje is een rubberboot met 10 mensen aan boord.

dinsdag 8 februari 2011

Naar Dunedin / Otago Peninsula

Vandaag hebben we Fiorldland verlaten, en zijn we overgestoken naar de Oostkust van het Zuider-eiland. In theorie komt al het weer in NZ uit het Westen, en verliezen de wolken dus al hun water (als regen) als ze tegen de bergen aan de Westkust botsen, waardoor het aan de Oostkust een stuk droger is. Maar ja, dat is ook maar theorie, blijkt vandaag. We overnachten op het Otago-schiereiland nabij Dunedin, in een lodge die in oude stijl is opgetrokken naast een heus kasteel. Larnach Castle is voor NZ-se begrippen enorm oud, namelijk uit 1873, en op het hoogste punt van het schiereiland neergezet door een nouveau-riche bankier die daarmee indruk wou maken op zijn vrouw van adelijke komaf (hetgeen naar verluidt niet gelukt is). Een prachtige semi-kitscherige omgeving, met mooie vergezichten, waar we ook tijdens het avondmaal, samen met de andere lodge-bewoners aan één grote tafel, uitgebreid van hebben genoten. De uitweidingen van de gastvrouw (tussen hoofdgerecht & toetje) over de familiebeslommeringen waren mischien zelfs wel iets té uitgebreid, zeker waar zij haar verhaal onderbrak met uitspraken als 'Oh no, I got that completely wrong. Lets go back a bit'. Het feit dat je het gehele complex, en de gehele tuin, voor jezelf hebt na sluitingstijd is erg bijzonder.

Vóór die tijd zijn we nog snel afgedaald naar Sandfly Bay, om te kijken of we ('yellow-eyed') pinguins konden spotten of zeeleeuwen. In vol ornaat, voorbereid op welk weer dan ook, zijn we naar & over het strand gestruind, waarbij de capuchons het zicht zó belemmerden dat we bijna struikelden over de eerste zeeleeuw, die we voor een dood stuk hout aanzagen. Daarna alsnog met een grote boog omheen, want hij was erg groot. Na lang zwoegen kwamen we aan in een observatie-hut op enige afstand van dat deel van het strand waar de pinguins aan land zouden moeten komen. Na een vergeefs kwartiertje turen, en de geleidelijke acceptatie dat de pinguins vandaag niet voor ons waren weggelegd, keerden we terug naar het toegangspad van het strand, alwaar zich inmiddels 3 pinguins bevonden (die zich aan de 'verkeerde kant' van de baai bevonden). Onderweg hadden we nóg twee zeeleeuwen gespot (zonder er over te struikelen). Al met al een geslaagde (en natte) natuurwandeling.

Bij de foto's:
- boven: uitzicht vanuit de Larnach Lodge
- onder, links: Larnach Castle
- onder, rechts: Loes & zeeleeuw (rechts)

maandag 7 februari 2011

Te Anau - Milford Sound

Vandaag hebben we de Milford Sound bezocht. Ze is bekender dan Doubtful Sound, maar dat zou best eens kunnen komen omdat ze beter toegankelijk is: je rijdt er naar toe (120 kilometer enkele reis, via een doodlopende weg met een tunnel met éénrichtingsverkeer waarvan de stoplichten slechts één maal per 15 minuten van kleur veranderen) en stapt op een boot (dus heel wat anders dan gisteren). Er zijn hier dan ook héél wat meer mensen, boten, vliegtuigen & helicopters. Je kunt zelfs espresso krijgen bij de jetty. Maar al deze menselijke activiteit verdwijnt al snel in het niet zodra het schip vertrekt.

Het weer werkte vandaag mee, dus kregen we nu wel de vergezichten waar we ook gisteren al op gehoopt hadden maar toen niet kregen, en iets minder watervallen (maar die hebben we nu wel genoeg gezien voor de rest van ons leven, schat ik zo in). Ook hier bergen die vrijwel loodrecht uit zee oprijzen tot een hoogte ver boven de duizend meter, met een bos dat zich daar aan vast poogt te klampen, hetgeen vaak maar niet altijd goed gaat. Vandaag ook meer geluk met het zien van zeeleeuwen.

Een omgeving die gemaakt lijkt om je nietig te laten voelen (maar dan 'lekker' nietig).

Op de foto's:
- boven: Mitre Peak, Milford Sound
- onder, links: Loes & Ronald hebben, na lang wachten, ook hun moment op de voorplecht
- onder, rechts: twee platte stukjes in Milford Sound, beide ingepikt door zeeleeuwen

zondag 6 februari 2011

Te Anau - Doubtful Sound

Dit is vermoedelijk de meest natte dag van ons leven. We zijn vroeg op pad gegaan om de Doubtful Sound te bezoeken, een zeer afgelegen fjord met plaatsen waar 16 meter regen per jaar valt. Dus dat het niet de gehele dag onbewolkt zou zijn, was wel te verwachten (16 meter regen per jaar is ruim 4 centimeter per dag). Aan de andere kant hadden we er ook niet op gerekend dat dit één van de natste dagen zou worden die de schippers hadden meegemaakt.
Het begon nog redelijk onschuldig met een lichte miezer gedurende ons eerste transport, een korte busrit van Te Anau naar Manapouri, een (nog kleiner) plaatsje waar de eerste boot op ons lag te wachten. Die boot voerde ons in een klein uur, onder steeds dreigender luchten, en door de hoge snelheid flink bonkend op de golven, van de ene naar de andere kant van Lake Manapouri. Dan heb je de bewoonde wereld al wel een kilometer of 40 achter je gelaten. Het enige wat wacht bij de aanlegsteiger, is een waterkrachtcentrale, waar NZ'ers heel trots op zijn (laten we zeggen, hun Delta-werken), en een weg van een kilometer of twintig, die met enorme inspanning is gerealiseerd en er alleen is neergelegd om (in de jaren 60) die waterkrachtcentrale te kunnen bouwen. Die weg sluit dan ook nergens op aan; je kunt 20 kilometer heen (over een bergpas), om te arriveren bij het begin van de Doubtful Sound, en 20 kilometer terug. Alles wat hier rijdt moet met veel moeite per platbodem aangevoerd worden uit Manapouri (en alles wat moet worden gerepareerd moet per platbodem teruggebracht worden naar Manapouri). Hier regende het al wat meer.

Alvorens we per (volgende) bus verder trokken naar de Doubtful Sound, kregen we, of we nu wilden of niet, een korte rondleiding door de centrale. Die draait op het feit dat het meer 200 meter hoger ligt dan de zee. Men heeft 7 enorme 'afvoerputten' geboord in het meer. Het neerstortende water wordt onderin die tunnels opgevangen in turbines die 14% van de NZ-se elektriciteit opwekken. Dit technologisch vernuft kan met de bus worden bezocht: die rijdt in een spiraalvormige tunnel de berg in, om een kleine 200 meter lager, zo'n beetje op zee-niveau, uit te komen bij de turbinekamer, waar een vriendelijke oudere heer het bouwvakkerspet & oranje hesje op ons wacht voor een korte uitleg. Hij is (in het weekeinde) één van de twee aanwezige werknemers. Zelden zoveel steen om me heen gevoeld als hier, gelukkig snel weer via de zelfde spiraal naar buiten.

Na 20 kilometer met de tweede bus kwamen we dan eindelijk aan bij de Doubtful Sound. De naam stamt van Captain Cook, die het 'doubtful' vond of hij de zeearm nog weer zou kunnen verlaten, mocht hij er in zeilen (ergens rond 1770). Dat heeft hij dus niet gedaan. En bij de Doubtful Sound plensde het volop. We waren aan alle kanten omringd door bergen, die onder een hoek van 60 tot 90 graden de zee in duiken. Ze zijn volop begroeid, maar het gesteente is zó hard, dat bomen & planten er nauwelijks vat op krijgen en vooral houvast hebben aan elkaar. Dat kent natuurlijk zo z'n grenzen (zeker op hellingen van 60 graden), dus ontstaan er regelmatig (vooral na heftige regen en dat is hier vrijwel elke dag) 'boom-lawines', wanneer het hele zootje aan elkaar vastgegroeide flora zo de zee in schuift. En dit alles afgetopt met een laaghangend wolkendek, waardoor de toppen van de bergen volledig uit zicht verdwijnen. Het thema van de dag werd dus: watervallen, watervallen. Er zijn er hier tienduizenden. Velen ervan storten zowat loodrecht naar beneden. En aangezien de oevers óók zowat loodrecht zijn, kun je er dus lekker met je boot onder gaan liggen. Enkele die-hards lieten zich op de voorplecht volledig verplenzen. Wij zochten dat niet direct op, maar er viel nauwelijks aan te ontkomen. Nat, nat, nat (wel mooi trouwens).
Overigens worden er (vooralsnog) ná ons geen trps meer ondernomen naar Doubtful Sound: de weg is gesloten wegens flash floods. Wij waren er nog net op tijd uit.

Bij de foto's:
- boven: Doubtful Weather @ Doubtful Sound
- onder: Loes trotseert een waterval die aan boord dreigt te komen

zaterdag 5 februari 2011

Naar Te Anau

Het thema blijft ‘natuur’, want we zijn aangekomen in de volgende 'World Heritage Area'. Het landschap bestaat zover als je kunt zien uit knotsen van bergen, sommige geheel bebost, andere kaal of besneeuwd. Daartussen eindeloze vlaktes met kuddes schapen, koeien en vreemd genoeg ook herten. In de restaurants staat wel veel lamsvlees op het menu maar hertevlees zijn we nog niet tegen gekomen. Veel water ook hier. Grote meren en brede rivierbeddingen waar nu (in de zomer) minder water in staat. Tussen al dit moois slingert de weg van Wakana naar Te Anau die we vanmorgen hebben afgelegd. Het uitzicht vanuit de auto is een groot panorama 360 graden rondom. Het wolkendek heeft fascinerende vormen. Het is, zoals de meeste wegen in NZ, een tweebaansweg en er reden behoorlijk wat (langzamere) campers die de zelfde kant op moesten. In heel Nieuw Zeeland hebben campers al snel een ‘treintje’ van ongeduldige weggebruikers aan hun staart hangen. Als er dan gepasseerd kan worden, raast het hele stel (waaronder wij dus ook) in hoog tempo naar de volgende camper, waar het gehele proces zich herhaalt.

Te Anau is een tussenstop op weg naar het einde van de wereld. Want (120 kilometer) verderop loopt de weg dood bij de Milford Sound, een van NZ'S bekendste natuurwonderen. En verder kun je Te Anau alleen verlaten via de weg waarlangs je ook bent aangekomen (voor een kilometer of 100). We hebben deze middag twee trips geboekt: morgen naar de Doubtful Sound (een lange dag met bus-1, boot-1, bus-2, boot-2, bus-2, boot-1, bus-1), en overmorgen een cruise in de Milford Sound van een uur of twee (waar we dan dus nog wel 120 kilometer naar toe moeten rijden, en weer terug). Verder hebben we in de middag een kort deel gedaan van een meerdaagse wandelng hier in de buurt, 'Keppler's Track' (en nee, het pad heeft niet de vorm van een elips, mogelijk betreft het een andere Keppler).

Bij de foto's:
- boven: op weg naar Te Anau (180 graden)
- onder, links: Keppler's Track, boom met aanwijzing (?)
- onder, midden: Keppler's Track, varen & bubbelboom (?)
- onder, rechts: Keppler's Track, een bos met audio-tour? (waarover wij niet beschikten)

vrijdag 4 februari 2011

Wanaka (again)

Een onbewolkte dag, dus prima geschikt voor wandelingen. Misschien niet echt verrassend, want dat hebben jullie vaker gelezen. Maar ja, Nieuw Zeeland is nu eenmaal natuur, natuur, natuur. Eerst naar Diamond Lake, zo genoemd omdat het spiegelgladde oppervlak een mooie weerspiegeling toont van Mount Aspiring in de buurt (ook al waren er dan wat eenden die het oppervlak plaatselijk minder dan spiegelglad maakten). Deze wandeling, door de Lonely Planet en het 'Department of Conservaton' geafficheerd als 'geschikt voor het hele gezin', vergde al wel ongeveer het uiterste van onze krachten, doordat het pad semi-verticaal (nou ja, diagonaal dan) naar de diverse uitzichtspunten leidde. Dus daarna besloten we, op zoek naar een kleinere uitdaging, een deel van de oever van Lake Wanaka te volgen, via de interressant getitelde 'Minaret Burn Track'. Ook prachtig.

Bij de foto's:
- boven: Loes bij de Lake Wanaka Lookout boven Diamond Lake.
- onder: Zicht op Lake Wanaka & een der plaatselijke gletsjers vanaf Waterfall Creek Track

donderdag 3 februari 2011

Wanaka

Vanmorgen is het gelukt om de top van Mount Tasman wolkenloos vast te leggen. Met een stralend zonnetje zijn we uit FJ Glacier zuidwaarts vertrokken. Een woeste en slingerende route langs de kust, waar nauwelijks iemand woont. Pas na 140 kilometer kom je aan in Haast, maar dan moet je wel goed opletten, anders mis je de hele nederzetting. In de primaire levensbehoeften is echter voorzien, want er was espresso.
Vanaf Haast verlaat de weg de kuststrook, en volgt lange tijd stroomopwaarts de loop van de ‘Haast River’, om uiteindelijk uit te komen bij de ‘Haast Pass’ (inderdaad, in deze streek had men een hoge dunk van meneer Haast. Of er was niemand om hem tegen te spreken bij het benoemen van de natuurlijke fenomenen). Onderweg kom je langs ‘Thunder Falls’ en twee prachtige bergmeren (‘Lake Hawea’ & ‘Lake Wanaka’, die hier & daar slechts door een dunne strook land worden gescheiden). Uiteindelijk arriveerden we in een zompig Wanaka, met ‘Mount Aspiring’ (ongeveer te vertalen als ‘de ambitieuze berg’) op de achtergrond (als je heel goed kijkt door de regen). Wandelen gaat vandaag qua weer niet echt lukken, maar gelukkig zijn de vooruitzichten voor morgen beter.

Op de foto: Lake Hawea

woensdag 2 februari 2011

Fox gletsjer

We zijn vandaag héél rustig begonnen, want het regende pijpestelen. Zelfs zo rustig, dat we nog voor het ontbijt het staartje hebben meegepikt van een speelfilm waarvan we gisteren het einde niet hadden gehaald (en die nu alweer herhaald werd), en na het ontbijt (zo goed als) een complete andere speelfilm. Tegen die tijd nam de regen af, en zijn we er alsnog op uit gegaan. Eerst naar de kust in Okarito, met het meest verlaten, desolate & winderige strand dat we tot nu toe zijn tegengekomen. En daarna naar de andere gletsjer hier in de buurt, Fox (door toenmalkg premier William Fox naar zichzelf vernoemd in 1872. Naar verluidt was bescheidenheid niet zijn sterkst ontwikkelde competentie, en wij kunnen daar in meegaan, nu we Fox Glacier hebben gezien). En dan is het ding nog veel groter geweest, want de indrukwekkende vallei die je moet doorkruisen om bij het begin van Fox te komen, lag in 1750 nog vol met ijs. Daarna door naar Lake Matheson, een bijzonder romantisch meertje, ooit achtergelaten door de zich terugtrekkende gletsjer, en nu omzoomd door een bos met reuzen van Pine Tree's tot 65 meter hoogte. Omdat de zon inmiddels flink was doorgebroken, wilden we nog een laatste blik werpen op een gletsjer van gisteren, Franz Josef. De tracks waren echter afgesloten, om dat de overvloedige regenval van deze ochtend het risico van Flash Floods oplevert (plotselinge overstromingen, als ergens in de gletsjer een ijsdam doorbreekt). Gelukkig dus maar dat we FJ gisteren al hadden bezocht.

Op de foto's:
- boven: de toegangsvallei tot Fox Glacier, in de 18e eeuw nog vol ijs, onder een laag hangend wolkendek.
- onder, links: Ronald op een wiebelbrug over de Fox River.
- onder, rechts: de gapende monding van Fox Glacier.

dinsdag 1 februari 2011

Franz Josef gletsjer

Vandaag sombere foto's, want we zijn aangekomen bij de Franz Josef gletsjer, en alles is hier bewolkt, koud, grijs & wit. Het eerste deel van onze route vanaf Punakaiki was nog zonnig genoeg. En ook tijdens onze stops in Greymouth & Hokitika konden we nog een espresso in de zon nemen. Maar naarmate we meer terecht kwamen in de schaduw van Mount Tasman & Mount Cook, werd het steeds donkerder. En toen we later naar het begin van de gletsjer wandelden, werd het ook bepaald fris & regenachtig. Het is, samen met de Fox gletsjer even verderop, de enige gletsjer ter wereld die zó dicht bij een oceaan ligt (ook al wordt die afstand langzamerhand wel wat groter, doordat ze zich terugtrekt). Als je die kant op wll, loop je eerst nog door een tropisch aandoend weelderig bos, voordat je aankomt in de verlaten vallei van de lagere gletsjerbedding. Vandaar is het nog een kilometertje of twee naar het huidige uiteinde van de gletsjer, terwijl links & rechts de watervallen van de hellingen donderen. Hoewel we héél goed hebben opgelet, hebben we niet kunnen constateren dat ze anderhalve meter per dag beweegt (zoals de experts beweren). Het ding komt aan zijn naam doordat ene meneer Haast (waarnaar hier in de buurt ook een plaats is genoemd) hem naar zijn toenmalige (Oostenrijkse) keizer heeft genoemd, en dat beviel blijkbaar want hij heet nog steeds zo.

Bij de foto's:
- boven, Franz Josef, overzicht
- onder. links: Loes krijgt het al aardig koud
- onder, rechts: watervallen in de vallei