zondag 15 juni 2014

Kopenhagen, dag 2

De tweede dag, zaterdag, is het weer aanmerkelijk beter. We brengen de ochtend door in Christiania, nog steeds het natuurlijke verzamelpunt der onaangepasten in de stad. Hier & daar hele mooie zelfbouwhuisjes tussen het groen. En verder veel kralen en dromenvangers te koop in de hoofdstraat. Om de hoek van Christiania ligt de Vor Frelsers Kirke, waarvan de toren is voorzien van een een trap met de allure van een kurketrekker. Een interessante tocht naar boven (wel aldoor schipperen met de tegenliggers/afdalers), voor een prachtig uitzicht over de stad. Verder ook nog de botanische tuin bezocht (heel mooi, een soort Kew Gardens in het klein), en ook nog genoten van de 'moeder aller toeristische activiteiten', een rondvaart door de haven. Dat laatste zonder Sanne & Morten, die we later nog wel weer troffen voor een gezamenlijke maaltijd in Vesterbro.

Heerlijke stad, moeten we vaker doen.

Bij de foto's:
- boven: de kas van de Botanische Tuin
- midden: de Vor Frelsers Kirke, vanaf de toren
- onder: Loes & Joop in de rondvaartboot

zaterdag 14 juni 2014

Kopenhagen, dag 1

Een korte trip naar Kopenhagen, samen met Joop & Tineke, vooral bedoeld om Sanne & Morton te bezoeken, die hier tegenwoordig wonen.

Maar de (soms wat druilerige) vrijdagochtend beginnen we met een lange wandeling langs de Indrehavn, Slotsholmen (met het Christiansborg paleis en de oude & nieuwe koninklijke bibliotheek), Nyhavn, Amalienborg (waar we onbedoeld precies op tijd zijn voor de meest cheesy attractie van de stad, het wisselen van de wacht bij het koninklijk paleis), de zeemeermin en Kastellet.

Daarna door naar het Designmuseum Denmark, gespecialiseerd in stoelen. Bij de ingang krijgen we te horen dat je ze mag uitproberen als ze op de grond staan, maar degenen op een podium(pje) moet je met rust laten.
Na héél véél stoelen treffen we Sanne buiten, voor het museum. We vertrekken, eerst via ons hotel om huurfietsen op te halen, en daarna eerst richting Norrebro en daarna verder de stad uit richting het huis van Sanne & Morten.

Na een korte bezichtiging vertrokken we vanaf daar richting 'het eerste restuarant dat iets anders aanbiedt dan kebab of pizza' (Nordskovs Spisestue, toch al snel een minuut of 15 fietsen), en daarna snel door naar de videowall bij de Indrehaven, voor de voetbalfans in het gezelschap.

Bij de foto's:
- links boven: gezamenlijk in gevecht met de kaartjesautomaat voor de metro
- rechts boven: kastellet
- links onder: stoelen uitproberen in het Designmuseum Denmark
- rechts onder: Nederland - Spanje 1 - 1 (ruststand)

donderdag 8 mei 2014

Namibie, dag 18 & 19 (Waterberg Wilderness)

Ons laatste verblijf in Namibie heet 'The Waterberg Wilderness Lodge', en ze doet haar naam eer aan, want bij de rit er naar toe hebben we onze tweede lekke band opgelopen. Terwijl we toch niet sneller dan een kilometer of 20 gingen over het slechte wegdek.

De Waterberg is een tafelberg die een paar honderd meter uitsteekt boven de Kalahari Savanne, en de lodge is gelegen in een vallei die aan drie kanten wordt omgeven door die berg. Na al ons rondrijden in en om Etosha is het prettig dat je hier prima kunt wandelen, met of zonder gids. Vanochtend maakten we een wandeling naar boven (stevige klimpartij) min of meer verplicht met gids want bovenop leven allerlei dieren waar hij ons dan tegen zou moeten beschermen. Althans hij kent de do's en dont's in geval van een confrontatie. Lucas, een wat zwijgzame onduidelijk engels sprekende gids met kiespijn, hield het voornamelijk bij het aanwijzen van pootadrukken en uitwerpselen. De dieren zelf, waaronder giraffen, buffels, rhino's, hebben we niet gezien. Wel hoor je hier dag en nacht de bavianen. Gelukkig vluchten ze meteen weg als je in hun buurt komt.

We zijn nu in spannende afwachting van meneer Avis, die ons, zoals telefonisch is beloofd, een nieuwe reserveband komt brengen (ook al kost dat een paar tientjes). Want ja, op deze wegen rondrijden zonder reserveband zou je een soort 'Namibische Roulette' kunnen noemen. Want als er weer een gaat, en je hebt geen mobiel bereik, en er is (de eerste paar uur) geen ander verkeer, dan heb je een lange dag (of erger).

Kleine update: de band is afgeleverd, zonder velg. En hoewel het personeel van de lodge in eerste instantie beweerde dat zij die nieuwe band wel op de velg zouden kunnen plaatsen, bleek dat de volgende ochtend toch niet het geval. We zijn dus vertrokken zonder werkend reservewiel, maar wél met een onbruikbare extra nieuwe band op de achterbank. Tsja.... Gelukkig hebben we nu (zo'n 70 kilometer voor Windhoek) de slechte wegen wel achter de rug.

Wat ons tot het slotwoord leidt: Namibie, een prachtig land om te bezoeken maar wel in een terreinwagen met onverwoestbare banden.

Bij de foto's:
- boven: zicht vanaf de Waterberg op de Kalahari Savanne. 800 kilometer van dit en je bent in Botswana.
- links onder: van dit soort wegen wordt onze Hyundai nerveus.
- rechts onder: Loes aan de voet van de Waterberg, met haar favoriete boom

maandag 5 mei 2014

Namibie, dag 16 & 17 (nogmaals Etosha National Park)

Gisteren de hele dag en vanochtend hebben we dan zelf door Etosha National Park rondgereden. Dat lijkt misschien lang, maar het park is meer dan 250 kilometer breed. Een groot deel daarvan hebben we doorkruisd op weg naar ons huidige verblijf. De maximum snelheid ligt laag, en je wilt ook echt niet sneller met dit soort wegen (behalve als je een onverwoestbare terreinwagen hebt, quod non). Onderweg kom je heel wat waterholes tegen, en vaak is daar wat te zien. Vooral die bij Okaukuejo is 'beroemd' (in bepaalde kringen). Deze keer was er een grote trek gaande van honderden zebra's & wildebeest: inkomende stroom van rechts, even spartelen en drinken, uitgaande stroom links achter.

Een andere mooi plek was 'klein Namutoni', waar minstens 30 giraffen doende waren met een lijzige maandagochtend, aan alle kanten om onze auto: op een gunstige plek en dan de motor uit, vervolgens de raampjes open en genieten van alleen het geluid van de dieren.

Bij Namutoni ligt een fort dat nog door de Duitsers is gebouwd, rond 1900. De naam betekent 'grote geslachtsdelen', een misverstand dat is ontstaan omdat de plaatselijke arbeiders aan een (iets te) grondig lichamelijk onderzoek werden onderworpen vóór ze mochten meebouwen. Een behoorlijk foute plaquette herinnert aan de 'heldhaftige daden' van 7 Duitse soldaten die (iets na 1900) het fort hebben weten te verdedigen tegen een aanval van 500 man.

We slapen hier in een tent, maar dat wekt ten onrechte de indruk van een gebrek aan luxe. Want dit is een echte safari-tent, muren van canvas en ramen van gaas, een lekker bed omgeven door een bijna kamervullende klamboe, douche & toilet met stromend water en uitzicht op de bush, etcetera. Veel natuurgeluiden en de frisse (het kan behoorlijk afkoelen) lucht in de avond, nacht & ochtend. Zou niet misstaan in een glossy designblad. En tientallen soorten vogels (vooral te horen, vooral vroeg).

Bij de foto's:
- links boven: struisvogels & impala's in Lake Etosha (nu kurkdroog, en zelfs in goede doen maar een paar centimeter diep)
- links midden: spitsuur bij Okaukuejo
- links onder: overstekend 'wild'
- rechts boven: een van de vele giraffen bij Klein Namutoni
- rechts onder: de taken van de bijrijder vallen niet altijd mee.

zaterdag 3 mei 2014

Namibie, dag 14 & 15 (Etosha National Park)

Vandaag hebben we onze eerste game drive door Etosha National Park gemaakt. Onder begeleiding van een nogal zwijgzame gids, in een open bus (en daardoor last van opwaaiend stof) en over wegen die ook voor onze eigen auto wel begaanbaar bleken. Dus gaan we het morgen nog eens overdoen, maar dan zelfstandig.

Er waren heel veel beesten te zien. Onder andere bij de Okaukuejo Waterhole, waar een slapende toerist enkele jaren geleden nog werd verrast door twee leeuwen die zich niet al te veel aantrokken van de (toenmalige) omheining en met deze 'snack' aan de haal gingen, Vandaag geen leeuwen nij deze waterhole maar wel elders in het park.

Etosha (witte plaats) is in zeker zin een succesverhaal van natuurbehoud, want het park, dat groter is dan half nederland, zit propvol dieren, die er vrij goed zijn beschermd. Maar aan de andere kant, de grote trek van wildebeest & zebra (rondreizend met de seizoenen door Angola & Namibie), die hier eeuwen plaats vond, is door menselijk ingrijpen onmogelijk gemaakt, en om de daaruit voortvloeiende problemen op te lossen heeft men hier & daar waterholes aangelegd, die in den beginne een haard van ziektekiemen bleken, waardoor men óók weer moest ingrijpen (met chemicalien). Kortom: helemaal natuurlijk is de situatie dus niet meer. Maar een dierentuin kun je het toch ook echt niet noemen, want daarvoor is het veel te groot en is het eco-systeem te complex.

Wij hebben in ieder geval al vast behoorlijk wat gezien, en hopen morgen, als we (langzaam) door het park naar onze volgende bestemming aan de oostkant reizen, nog meer te spotten.

donderdag 1 mei 2014

Namibie, dag 12 & 13 (Skeleton Coast)

Na Swakopmund verlaten we weer de kust, op weg naar Damaraland. Maar voor het zover is rijden we nog een stukje langs de 'Skeleton Coast', inmiddels een nationaal park dat zowat doorloopt tot aan Angola in het Noorden. Ze heeft haar naam gekregen omdat hier honderden scheepswrakken langs de kust liggen. Zelfs al houdt een schip afstand tot de kust, als ze eenmaal ten prooi valt aan de gebruikelijke sterke westelijke wind en stroming is er geen houden meer aan en spoelt ze aan als een walvis op het droge. De zeemist die hier meestal in de ochtend heerst, maakt het deprimerende plaatje compleet.

Een eind verderop (ook langs de Skeleton Coast) ligt Cape Cross, waar tot 250.000 Kaapse pelsrobben (te) dicht op elkaar leven, de grootste verzameling van deze dieren op de planeet. Waarom precies hier, en waarom niet ietsje verder uit elkaar, is een raadsel, want de kust is hier net zo onherbergzaam als elders in de buurt. Fascinerend om te zien, horen & ruiken. Iets minder fascinered is, dat het gebied op vrijdag gesloten is omdat er dan 'geoogst' wordt (wat dat precies betekent mag je zelf verzinnen).

Toen hadden we er al 180 kilomter aan relatief goede kustweg op zitten, maar nog 230 kilometer gravel (en, halelujah, 30 kilometer asfalt) te gaan voor we aankwamen in de Damara Mopane Lodge. Onze vullingen houden nog net, maar we hebben besloten om het vandaag maar eens rustig aan te doen: bush-wandeling in de buurt, luieren, zwemmen (nou ja, bijna, het water bleek steenkoud). Morgen door naar Etosha National Park.

Bij de foto's:
- boven links: Skeleton Coast
- boven rechts: Cape Cross
- onder links: Cape Cross
- onder rechts: Heel veel 'winkeltjes' met zout-kristallen langs de kustweg

dinsdag 29 april 2014

Namibie, dag 11 (Swakopmund)

Een drukke dag in Swakopmund. In de ochtend zijn we met Marius (sterk zuid-afrikaans aandoende nederlands-hervormde blanke natuurbeschermer) op pad geweest om de zandduinen rondom de stad te verkennen (het Dorob National Park), in een iets te kleine terreinwagen met vier medereizigers. Daar zitten nog verbluffend veel beesten, als je ze weet te vinden, en Marius weet ze te vinden: slangen, hagedissen, kameleons, schorpioenen, en heel veel soorten torren. Verder veel geleerd over de geologie en geografie van het inmens grote duinengebied dat tot aan Zuid Afrika doorloopt. Slechts een heel klein deel mag door mensen betreden worden, de rest is beschermd gebied. Veel te veel foto's gemaakt (en deels al weer afgedankt). En aan het einde van de toer even rondraggen over die duinen, tot groot genoegen van de thrill-seekers in het gezelschap (hetgeen wij niet zijn). Deze duinen worden trouwens ook veel gebruikt voor films (o.a. Mad Max 4, tsja...) en produktpresentaties. Naar verluidt hebben de ozzies veel begrip voor maatregelen om beestjes te beschermen tegen een al te grote inbreuk op hun leefomstandigheden, maar roepen de gasten uit Hollywood vooral "that's ok, we will pay more".

Daarna hebben we in de middag de stad zelf (verder) verkend, o.a. met een bezoekje aan het tot luxe hotel verbouwde station (dat vacant kwam nadat de spoorlijn door het oprukkende zand onbruikbaar was geworden) en het plaatselijke museum, vol opgezette dieren, voorheen relevante stoommachines en drukpersen, foto's van historische gebeurtenissen, en veel, heel veel, foute Duitse parafernalia (zoals oorlogsonderscheidingen).

Bij de foto's:
- boven links: Loes & Jeep in een zandduin
- boven rechts: nieuwsgierige zandhagedis in close-up
- onder links: Duitse architectuur in Swakopmund
- onder rechts: Ronald (& Marius) op een zandduin

maandag 28 april 2014

Namibie, dag 10 (naar Swakopmund)

Gisteren hebben we in de namiddag nog deelgenomen aan een 'sundowner drive'. Sundowner is de naam van het (liefst alcoholische) drankje dat je neemt terwijl de zon ondergaat, bij voorkeur te nuttigen op een mooie plek in de natuur. In dit geval was dat bovenop de versteende zandduin waarnaast onze lodge ligt. Prachtige vergezichten en, op de momenten dat de andere terreinwagen vol kwetterende Fransen ver genoeg op ons voor lag, een serene sfeer. En voor ons beiden wel zo'n beetje de allereerste gin-tonic ooit!

Vandaag zijn we naar Swakopmund gereden, een rit van zo'n 300 kilometer, waarvan 250 wederom gravel. Dat werd trouwens wel steeds beter (=sneller) te berijden naarmate we de kust bij Walvisbaai naderden.

Al vrij snel na vertrek kwamen we langs Solitaire, sowieso een verplichte stop omdat het de laatste benzinepomp is voor 236 kilometer. Maar ook omdat de Nederlander Ton van der Lee, nadat hij het hectische bestaan in Nederland was ontvlucht, deze nederzeting (nou ja, deze benzinepomp + winkel + restaurant + camping) mede tot ontwikkeling heeft gebracht, en daar een boek over heeft geschreven. Deze stormachtige ontwikkeling behelst dat de pomp nu wel benzine heeft, en dat er een restaurantje is bijgekomen. Hoewel het nog steeds te klein is om gehucht te kunnen worden genoemd, vond de heer van der Lee het er inmiddels zó druk dat hij al lang weer is vertrokken, weliicht op zoek naar nog intensere rust. Al hadden we het ontbijt net achter de kiezen, we konden er niet om heen de beroemde overheerlijke appeltaart te proeven. Een eenpersoon portie met de afmeting en zwaarte van een baksteen.

Bij de foto's:
- boven links: Ronald wacht op het startsignaal voor de sundowner met twee gin-toninc (waarvan één voor Loes)
- boven rechts: stokstaartje (of familie) in Solitaire
- midden links: Loes bij 'van der Lee Cafe' in Solitaire, geopend van 12.00 tot 15.00 uur. Vreemde drinktijden hier.
- midden rechts: Solitaire
- onder: nog 200 kilometer te gaan naar Walvisbaai

zondag 27 april 2014

Namibie, dag 8 & 9 (Sesriem)

Goed, dat weten we dan ook weer: onze halve terreinwagen is niet zo onverwoestbaar als we zouden hopen. Op onze rit van Aus naar (iets voorbij) Sesriem, ruim 400 kilometer aan gravel, kregen we een lekke band met nog 100 kilometer te gaan. Het wisselen ging prima, maar het rijdt toch een stuk minder prettig als je weet dat dat niet nog eens moet gebeuren vóór je een nieuw reservewiel hebt geregeld. Dus reden we op dat laatste stuk tussen de 30 & 60, afhankelijk van het wegdek. En dan ben je dus lang onderweg.

Het was trouwens wel een heel mooie weg (landschappelijk dan, voor het wegdek zelf heb je al snel geen goed woord meer over). Langs Helmeringhausen (prima appeltaart in the middle of nowhere) en (bijna) Maltahöhe.

Afijn, het after-hours nummer van Avis kon ons niet vertellen hoe we een nieuwe band moesten regelen ('The C19? I do not know that road. Just pick any garage'. Tsja, daar zijn er hier niet zo veel van). De baliemedewerker van het hotel adviseert naar het 30 km verderop gelegen Solitaire te rijden. Daar is een garage en hebben ze vast ook wel banden. En dat het zondag is is geen probleem want het is daar altijd open..... We hebben zo onze twijfels bij dit advies. Vanochtend toch maar weer het autoverhuurbedrijf gebeld en daar was men (een andere medewerker) aanmerkelijk beter gehumeurd dan gisteren. We kregen te horen dat een nieuwe band voor ons stond te wachten in Sesriem, 80 kilometer verderop. Geen autoloze rustdag dus, zoals we ons eigenlijk hadden voorgenomen.

Eenmaal in Sesriem hebben we, met een nieuwe reserveband in de kofferbak, dan ook nog maar een stuk van de route naar Sossusvlei afgelegd: een prima geasfalteerde weg, maar wel het eenzaamste asfalt ter wereld. Want verder ligt de dichstbijzijnde asfaltweg honderden kilometers uit de buurt. Prachtige rode duinen langs die weg, van soms honderden meters hoog.

Bij de foto's:
- boven: onderweg naar The Namib Desert Lodge, nabij Sesriem
- midden: ochtendlicht in the Namin Naukluft National Park, tijdens een (hele) vroege wandeling vanuit ons verblijf. Dit zijn geen rotsen maar versteende duinen.
- onder: rood zand tussen Sossusvlei & Sesriem

vrijdag 25 april 2014

Namibie, dag 6 & 7 (Aus)

Met onze nieuwe auto reed het een stuk prettiger van de Fish River Canyon terug naar het asfalt van de B4 (op weg naar Aus), omdat je je niet voortdurend zorgen hoeft te maken of de onderkant van de wagen de bodem raakt. Hoewel, het is nog steeds geen goed idee om hard te rijden (80 kilometer of meer), wat je ongemerkt toch al snel doet, tot een onverwachte pothole je (voorlopig) weer op andere gedachten brengt.

Eenmaal aangekomen in Klein Aus Vista, maken we een mooie hike door de omgeving, langs paden die ook in de 1e wereldoorlog werden gebruikt door Duitse soldaten in hun vergeefse strijd tegen de Zuid-afrikanen en Engelsen. Sterker nog, het hele dorp Aus is ontstaan als krijgsgevangenenkamp. Hier en daar kom je nog muurtjes tegen waarachter de soldaten zich verscholen om te schieten (voor ze krijgsgevangene waren).

Vandaag hebben we een bezoek gebracht aan Kolmanskop, Luderitz & het Luderitz-schiereiland, alle zo'n 120 kilometer van Aus verwijderd.

Kolmanskop is een zeer fotogeniek verlaten dorp dat langzamerhand weer door de woestijn wordt terugveroverd, sinds in de jaren vijftig de laatste gefrustreerde diamantzoekers het dorp verlieten. In de twintiger jaren was dit vreemd genoeg een van de modernste nederzettingen ter wereld. Men had hier al stroom toen de Europse hoofdsteden nog in het duister tastten, en Duitse beroemdheden kwamen langs om de ruim 300 blanke Kolmanskoppers te vermaken in de Town Hall.

Welnu, die Town Hall ziet er nog redelijk uit (en de akoestiek is ook dik in orde, zoals blijkt uit een zeker drie minuten durende demonstratie die onze gids geeft aan de piano, met een vocale ode aan 'the peoples of africa') , maar in alle andere gebouwen (vooral huizen, maar ook een ziekenhuis en postkantoor) staat het zand soms meters hoog in de kamers, want het kan hier goed waaien. Plafonds zijn naar beneden gekomen (of zijn doende dat te doen), wankele trappen leiden naar etages waarvan je tussen de vloerplanken door naar beneden kunt kijken. Prachtige vergankelijkheid.

Luderitz is een kustplaatsje, wederom vol Duitse architectuur, die ook hier wel een beetje aan het rafelen is, maar hier is alles nog in gebruik. Zeker sinds er sinds de jaren 90 weer een nieuwe diamantmijn in de omgeving operationeel is geworden, gaat het relatief goed met Luderitz (maar niet in het donker, naar het schijnt, maar dan zijn we er al lang weer weg).

Het Luderitz schiereiland is wel het toppunt van verlatenheid, in een land dat daarin grossiert. De enige toegangsweg schampt het 'sperrgebiet', de plaatselijke, lekker foute, naam voor het honderden vierkante kilometers grote verboden gebied waar een Namibisch staatsbedrijf nog steeds naar diamanten zoekt. Het betreden van het gebied leidt tot gevangenisstraf ('or worse', meldt de reisgids omineus). En die weg komt dan uit bij Cape Diaz, vernoemd naar Bartolomeus Diaz, de eerste Europeaan die hier voet aan land zette (en snel weer vertrok, stellen wij ons zo voor).

Terug in de Desert Horse Inn blijkt er al weer Oryx op het menu te staan (de plaatselijke herten-variant).

Bij de foto's:
- boven: wandeling bij Klein Aus Vista, zicht op de Garub vlakte, terwijl Loes op de stellingsmuur zit waarachter de Duitse soldaten zich verscholen
- midden: Kolmanskop: deze kamer bevat nog een bezem aan de rechter muur, maar dit is onbegonnen werk
- links onder: verlaten huis in Kolmanskop
- rechts onder: Luderitz, Feisenkirche

woensdag 23 april 2014

Namibie, dag 4 & 5 (Fish River Canyon)

Er wonen elf te onderscheiden volkeren in Namibie, elk met hun eigen regio. Na de Herero van Windhoek en de 'Basters' van Rehoboth (een zwaar religieuze mengeling van wit & zwart), gaan we nu op weg naar de Fish River Canyon in het gebied van de Nama.

Halverwege stoppen we even bij een Quiver Tree Forrest, een plek waar veel van deze bijzondere bomen, zgn kokerbomen, bij elkaar staan, tussen het specifieke soort afbrokkelende rotsen waarmee ze volgens de beheerdster van het bos een soort symbiotische relatie hebben (hoewel ik niet precies zie hoe de rots hier voordeel aan heeft). Bijzondere plek.

De Fish River Canyon is, op die in de USA na, de grootste canyon ter wereld, en ze ligt zowat tegen de grens met Zuid Afrika in een verlaten gebied met een enkele gravel road. Na 170 kilometer gravel (nog best een opgave voor onze 'town car'), voorafgegaan door 350 kilometer aan asfalt, kwamen we aan in 'The Canyon Village'. Na zo'n rit ervaar je elk resort als een aankomst in de hemel, en dat was hier dan ook het geval. Zo'n 20 kleine gebouwtjes (2-onder-1-kap) tegen de berg op gedrapeerd, met een mooi (maar wat somber) hoofdgebouw. Het voelt allemaal nogal wild-westig aan hier, of Australisch Outback-ig.

De canyon zelf, die 20 kilometer verderop ligt, is fenomenaal. Alleen de hele erge doorzetters kunnen, onder begeleiding, een vierdaagse wandeltocht van zo'n 80 kilometer maken in de diepten van de canyon zelf, maar wij blijven aan de bovenrand. Waar je trouwens ook prachtig kunt wandelen, en dat hebben we vanochtend dan ook gedaan. De canyon is honderden kilometers lang, en is 130 miljoen jaar geleden ontstaan toen het oer-continent Gondwana in stukken brak, waardoor een deel van de Afrikaanse westkust (waaronder dus dit gebied) werd opgetild. De Fishriver, vanaf de bovenrand gezien een modderig stroompje, is de langste rivier in het land.

Inmiddels hebben we telefonisch navraag gedaan bij de Avis, en blijkt onze vervangende auto (die iets beter toegerust zou moeten zijn voor het prevalerende wegdek in deze contreien) onderweg vanuit Windhoek. Wij vonden dat twee behoorlijk lange dagritten, maar Ivan van de Avis doet dat dus in één dag (en begint, na het omruilen van de auto's, goedgemutst aan de terugweg, waarvan hij in ieder geval nog zo'n derde deel achter de kiezen wil hebben voor het donker wordt).

Afijn, wij hebben nu iets wat hoger op de poten staat en sterkere banden heeft. Maar blijkt direct ook een stuk dorstiger. Morgen weer 170 kilometer aan gravel terug omhoog, en dan op het asfalt links af naar Aus, richting kust.

Bij de foto's:
- links boven: quiver tree (kokerboom) nabij Keetmanshoop
- rechts boven: een paar huisjes van de Canyon Village (waar ze hun eigen quiver tree hebben, maar een jonkie)
- midden: gedurende een zeer eentoninge rit van 170 kilometer over gravel roads, wordt zelfs een kruising (met een andere gravel road) een evenement met de allure van een photo opportunity
- links onder: zicht op Gondwana National Park, vanuit de Canyon Village
- rechts onder: de Fish River Canyon (nou ja, een stukje daarvan)

maandag 21 april 2014

Namibie, dag 3 (Kalahari)

We vonden het hier al opvallend groen, en we begrijpen nu waarom: de Kalahari is een deeltijd-woestijn.
Net na de regentijd (nu dus) staan de velden vol met bloeiend gras, en dat wekt de (verkeerde) indruk dat het hier een lieftallige moestuin zou zijn. Dat is echter maar van korte duur, want nu er de komende maanden geen regens meer gaan komen, zal al die begroeing snel verdwenen zijn, en resteert er nog slechts een enkele struik of acacia tussen het rode zand. Trouwens, dat rode zand is nu ook hier en daar al goed zichtbaar.

Dertig kilometer van ons verblijf ligt de Anib Lodge, waar men game drives organiseert, om 05.30 (krankzinnig vroeg) of 15.30 (terug in het donker). We gingen toch maar voor de tweede optie. Vooraf hebben we ook zelf nog wat gewandeld in de buurt van de lodge. Prachtig landschap, maar de dieren laten zich zo dicht bij de menselijke activiteit nog niet zien.

Daarna met een man of tien in een open verlengde jeep, hobbel-de-bobbel, met aan het stuur nu niet eens de gebruikelijke wildlife-macho, maar een jonge zuid-afrikaanse vrouw van ergens in de twintig die hier haar wildlife stage loopt (wel met enkele tattoo's, moet ik toegeven).

Veel springbokken, Oryxen en struisvogels, en hier en daar ook een enkele zebra en wildebeest. Ok, het is niet helemaal de Serengeti of Kruger, maar toch een prachtige rit, door een vooral zilverachtig landschap, door al het bloeiende gras. De stokstaartjes, waar de Kalahari ook beroemd om is, wonen meer richting Botswana, dus die moeten we er zelf bij verzinnen.

Bij de foto's:
- links boven:Springbok in de Kalahari
- rechts boven: de familie Struis steekt over
- links onder: om 18.15 is het volslagen donker
- rechts onder: aan de wandel nabij de Anib Lodge