Onze laatste volle dag op Fuerteventura, morgen vroeg op en terug naar de kou.
Na een nacht vol regen begint deze laatste vakantiedag veelbelovend met een blauwe lucht. Vanuit onze casa kijken we al de hele week uit op een vulkaan, de Gairia, en vandaag besloten we om daar in de buurt maar eens te gaan wandelen. Bij Tiscamanita rechtsaf, en waar de weg te modderig of stenig wordt verder te voet. Niet echt duidelijke paden, maar een prachtige route door en langs de caldera. De route naar de top was ons iets te steil, maar onderlangs was ook heel mooi.
Daarna door naar de oostkust bij Las Salinas, 'de zoutwerken', waar men al eeuwen zeewater laat verdampen om aan zout te komen. Pittoreske zoutpannen, het lijkt me niet héél hard werken, want de zon doet het meest.
Voor onze laatste avond op het eiland zijn we teruggekeerd naar Ajuy, waar we onverwacht toch nog een mooie zonsondergang meekregen, na een wisselvallige middag.
Het was een heerlijke week, die ons des te beter bij zal blijven door de arctische ervaringen die ons bij terugkeer staan te wachten.
Bij de foto's:
- links: zicht op de caldera van de Volcano de Gairia
- rechts: de zoutpannen bij Las Salinas
zaterdag 24 februari 2018
vrijdag 23 februari 2018
Fuerteventura, part 3
La Pared is niet veel meer dan een resort met een (low key) golfbaan ernaast aan het einde van een dirt road, maar het ligt prachtig aan de voet van de Montana Cardon, en aan een heel mooi stuk kust. Hier hield vroeger Fuerteventura op, en kon je in de verte het aparte eiland Jandia zien liggen. Maar in de loop der millenia is de zee-engte tussen beide opgevuld geraakt met zand, en sindsdien vormen beide één eiland. Een mooie afwisseling van zandstranden, rotskusten, en, het is niet anders, nudisten op leeftijd. En een enorm heftige branding die een enkele surfer de zee in lokt. De meeste zitten verder naar het zuiden, waar de golven nog hoger schijnen te zijn.
Vandaag zijn we naar het noorden van het eiland afgereisd, waar we nog niet waren geweest. Koffie in La Oliva, naar verluidt 'het op één na mooiste dorp van Fuerteventura'. Wij kunnen alleen vaststellen dat het inderdaad niet mooier is dan Betancuria, maar hopen ook dat het niet mooier is dan menig ander dorp op het eiland, want wij waren in het geheel niet onder de indruk van La Oliva.
Snel door naar de kust, naar El Cotillo, wél een leuk plaatsje, dat bovendien 90% van alle restaurants op het eiland lijkt te bezitten. Ook hier een mooie kustwandeling gemaakt, maar die hebben we wel wat ingekort omdat het weer behoorlijk dreigend werd (het leek wel avond, zo zwaar werd de bewolking). Gelukkig blijft het vooral bij dreigen, meer dan een enkele druppel is er (nog) niet gevallen.
Bij de foto's:
- links boven: palmenbos in Pajara
- rechts boven: de kust bij La Pared
- onder: het altijd levendige La Oliva
Vandaag zijn we naar het noorden van het eiland afgereisd, waar we nog niet waren geweest. Koffie in La Oliva, naar verluidt 'het op één na mooiste dorp van Fuerteventura'. Wij kunnen alleen vaststellen dat het inderdaad niet mooier is dan Betancuria, maar hopen ook dat het niet mooier is dan menig ander dorp op het eiland, want wij waren in het geheel niet onder de indruk van La Oliva.
Snel door naar de kust, naar El Cotillo, wél een leuk plaatsje, dat bovendien 90% van alle restaurants op het eiland lijkt te bezitten. Ook hier een mooie kustwandeling gemaakt, maar die hebben we wel wat ingekort omdat het weer behoorlijk dreigend werd (het leek wel avond, zo zwaar werd de bewolking). Gelukkig blijft het vooral bij dreigen, meer dan een enkele druppel is er (nog) niet gevallen.
Bij de foto's:
- links boven: palmenbos in Pajara
- rechts boven: de kust bij La Pared
- onder: het altijd levendige La Oliva
woensdag 21 februari 2018
Fuerteventura, part 2
Gisteren een mooie wandeling gemaakt bij Vega de Rio Palmas in de Barranco de las Penitas. Na een tocht door een droge rivierbedding, langs een drooggevallen stuwmeertje en een stuwdam, kom je na enig geklauter uit bij een klein kapelletje met prachtig uitzicht. De vele parafernalia wekken de indruk dat hier nog verbluffend veel mensen langs komen om een wens te doen, ook al is het een raadsel hoe een lamme of blinde hier terecht zou moeten komen om die wens in te dienen. Wel een hele mooi plek, en een prachtige tocht.
Het avondeten was eerst minder succesvol; ons eigen dorp kent één restaurant dat altijd dicht is, en van de 3 restaurants die we in de middag in Pajara hadden gezien bleek er 's avonds nog maar één open, met alleen foute pizza's & burgers. Dan toch maar weer een heel andere kant op (Antigua) waar de keuze ook beperkt bleef tot één onooglijke zaak, waar men echter verbluffend goed bleek te kunnen koken (tussen de luidruchtige renovatiewerkaamheden door). En toen Loes als uitsmijter ook nog een roos meekreeg bleek de naam van de zaak ('todo bueno', 'alles goed') treffend gekozen. Eind goed al goed.
Vandaag op pad naar de zuidpunt van het eiland. De laatste 30 kilometer voorbij Morro Jable rest er niets anders dan een onverharde weg, die in slechte conditie is en bovendien best wel druk. We zijn al vrij snel na Morro Jable uitgestapt om een wandeling te maken, en van daaruit teruggekeerd, dus de vuurtoren 'aan het einde van de wereld' hebben we net niet gehaald (wel gezien in de verte). Aan de andere kant, er zijn hier wel meer vuurtorens, en die van Morro Jable is ook heel hoog.
Bij de foto's:
- links boven: de Barranco de las Penitas
- rechtsboven: het begrip 'drooggevallen rivierbedding' is relatief
- onder: Jandia, voorbij Morro Jable, met zicht op de uiterste zuidpunt van Fuerteventura
maandag 19 februari 2018
Fuerteventura, part 1
We zijn al aardig wat keren op een Canarisch eiland geweest, maar hebben nog niet eerder zo'n mooi huisje gehad als deze keer op Fuerteventura. Casa La Morisca ligt in de periferie van Tuineje, in een ruime tuin met eigen zwembad (dat nu nog wel erg, wellicht zelfs té, koud is) en mooi uitzicht over de omgeving. Met luxe keuken (misschien moeten we toch maar niet elke dag uit eten gaan), regendouche, heerlijk bed en al het tuinmeubilair dat je je kunt wensen (en meer). Prima uitvalsbasis om het eiland te gaan verkennen.
Gisteren zijn we naar de westkust bij Ajuy geweest, waar je een kustwandeling kunt maken waar geologen natte dromen van krijgen. De gelaagdheid van het gesteente aan de kust laat heel goed zien dat de zeespiegel vroeger veel hoger heeft gestaan dan nu. Mooie rotsformaties en mooie uitzichten, en een fijne tapasschotel als toegift.
Vandaag via een bergachtige route (onverwacht, iedereen en elke gids beweert dat Fuerteventura een grote zandbak is, maar wij komen nog aardig wat bergen tegen) naar Betancuria, naar men zegt het mooiste dorp van het eiland. De rest hebben we nog niet gezien, maar dit was in ieder geval mooi, met een pitoresk kerkje gelegen tegen een barranco (rivierbedding, meestal droog) en mooie oude straatjes daaromheen.
Betancuria was ook het vertrekpunt voor een wandeling bergop richting Antigua (de omgekeerde route van een pelgrimstocht, hetgeen eigenlijk wel strookt met onze overtuigingen), met als beloning een prachtig uitzicht over Antigua en de noordelijke helft van het eiland. Inspannend maar toch nog goed te doen, bij een temperatuur van een kleine 20 graden.
Bij de foto's:
- links boven: Casa La Morisca
- rechts boven: het kustpad bij Ajuy
- links onder: de omgeving van Betancuria
- rechts onder: op weg naar Antigua
Gisteren zijn we naar de westkust bij Ajuy geweest, waar je een kustwandeling kunt maken waar geologen natte dromen van krijgen. De gelaagdheid van het gesteente aan de kust laat heel goed zien dat de zeespiegel vroeger veel hoger heeft gestaan dan nu. Mooie rotsformaties en mooie uitzichten, en een fijne tapasschotel als toegift.
Vandaag via een bergachtige route (onverwacht, iedereen en elke gids beweert dat Fuerteventura een grote zandbak is, maar wij komen nog aardig wat bergen tegen) naar Betancuria, naar men zegt het mooiste dorp van het eiland. De rest hebben we nog niet gezien, maar dit was in ieder geval mooi, met een pitoresk kerkje gelegen tegen een barranco (rivierbedding, meestal droog) en mooie oude straatjes daaromheen.
Betancuria was ook het vertrekpunt voor een wandeling bergop richting Antigua (de omgekeerde route van een pelgrimstocht, hetgeen eigenlijk wel strookt met onze overtuigingen), met als beloning een prachtig uitzicht over Antigua en de noordelijke helft van het eiland. Inspannend maar toch nog goed te doen, bij een temperatuur van een kleine 20 graden.
Bij de foto's:
- links boven: Casa La Morisca
- rechts boven: het kustpad bij Ajuy
- links onder: de omgeving van Betancuria
- rechts onder: op weg naar Antigua
donderdag 9 november 2017
Namibie, part 8
Vanuit Swakopmund hebben we ons door Californische Jay laten rondrijden door het Dorob National Park, in en om de bedding van de Swakopmund rivier, op zoek naar een plant. Te weten de Welwitschia, die 2.500 jaar oud kan worden en die (in al die tijd) slechts 2 bladeren heeft. Een trage groeier dus, maar wel een volhouder. Na een lange hobbelige rit door een soort van maanlandschap waar geologen ontzettend enthousiast van schijnen te worden, kwamen we inderdaad uit bij, laten we zeggen, 'Welwitschia Avenue', een zandpad met enkele tientallen van die planten bij elkaar. Waarom dáár een clustertje, en verder in de wijde omtrek helemaal nergens, de wetenschap staat voor raadsels. Wél vrij zeker is dat Sir David Attenborough hier ook heeft gestaan (al ontbreekt de plaquette).
Na nog een genoeglijke middag in Swakopmund zijn we nu doorgereden naar Cape Cross, 140 kilometer naar het noorden langs de 'Skeleton Coast' (vanwege de vele schepen die hier zijn vergaan). Één pitoresk wrak hebben we gezien, volledig overgenomen door vogels, de overige wrakken liggen wat verder naar het noorden.
Cape Cross bestaat uit een kolonie van Kaapse pelsrobben en een lodge, gelukkig met een beetje ruimte ertussen, want wij zitten in die lodge en zo'n kolonie stinkt héél erg. Wel een mooi gezicht natuurlijk, al die beesten bij elkaar. En ook een boel herrie trouwens.
Vanuit de lodge zien we af en toe een (beetje) verdwaalde pelsrob op het strand, met daar achter slierten van trekvogels (aalscholvers?) die allemaal naar het zuiden vliegen.
Morgen nog een lange rit (wel over asfalt) naar Okahandja, waar niet veel te beleven is, en overmorgen naar het vliegveld. Dus wellicht is dit onze laatste post.
Bij de foto's:
- linksboven: 'Welwitschia Avenue' in Dorob National Park
- rechtsboven: twee Welwitschia's
- linksonder: de brede en lege straten van Swakopmund
- rechtsonder: Cape Cross, voormalige picknickplaats voor Homo Sapiens
Na nog een genoeglijke middag in Swakopmund zijn we nu doorgereden naar Cape Cross, 140 kilometer naar het noorden langs de 'Skeleton Coast' (vanwege de vele schepen die hier zijn vergaan). Één pitoresk wrak hebben we gezien, volledig overgenomen door vogels, de overige wrakken liggen wat verder naar het noorden.
Cape Cross bestaat uit een kolonie van Kaapse pelsrobben en een lodge, gelukkig met een beetje ruimte ertussen, want wij zitten in die lodge en zo'n kolonie stinkt héél erg. Wel een mooi gezicht natuurlijk, al die beesten bij elkaar. En ook een boel herrie trouwens.
Vanuit de lodge zien we af en toe een (beetje) verdwaalde pelsrob op het strand, met daar achter slierten van trekvogels (aalscholvers?) die allemaal naar het zuiden vliegen.
Morgen nog een lange rit (wel over asfalt) naar Okahandja, waar niet veel te beleven is, en overmorgen naar het vliegveld. Dus wellicht is dit onze laatste post.
Bij de foto's:
- linksboven: 'Welwitschia Avenue' in Dorob National Park
- rechtsboven: twee Welwitschia's
- linksonder: de brede en lege straten van Swakopmund
- rechtsonder: Cape Cross, voormalige picknickplaats voor Homo Sapiens
dinsdag 7 november 2017
Namibie, part 7
De slechtste wegen liggen nu wel achter ons, want we zijn inmiddels in Swakopmund aangekomen. Dat is een geliefd overwinteringsoord voor Duitsers op leeftijd, want er zijn uit de koloniale tijd genoeg zaken overgebleven om je thuis te voelen (als je een Duitser bent, voor anderen is het vooral vreemd om ineens voor kaufhaus Woermann te staan).
Onze laatste dag in de Desert Homestead hebben we vooral geluierd bij en in het zwembad, en een korte bergwandeling in de omgeving gemaakt. We mochten toch ook wel een beetje uitslapen, nadat we de vorige dag om 4.30 uur waren opgestaan voor onze trip naar Dead Vlei & Sossusvlei. We hadden de gehele lodge zo goed als voor ons alleen, want vrijwel iedereen was vandaag bezig met die lange trip.
Op weg naar Swakopmund kom je langs Solitaire, wereldberoemd in onze extended family, en natuurlijk reden om er weer een stukje appeltaart te eten. Het is niet meer dan een benzinepomp (booming business met banden plakken), een bakkerij, een restaurant en een kleine lodge, omgeven door autowrakken. Maar desondanks is het er gezellig druk, want iederen die langs komt wil wel even uitstappen.
We waren er al achter dat Google nogal optimistisch is in zijn schattingen van reistijden, maar op de rit naar Swakopmund bereikte de mismatch tussen Google-fictie en (onze) realiteit een nieuw hoogtepunt, want we deden er met bijna 8 uur 2 keer zo lang over. Het zal wel komen omdat we proefondervindelijk hebben vastgesteld dat die andere fictie ('als je maar snel genoeg over een slecht wegdek rijdt heb je er veel minder last van') naar de mestvaalt der onjuist hypothesen kan worden verbannen. Wijzelf en onze auto trillen gewoon uit elkaar als we dat doen. Dan maar wat langer onderweg.
Bij de foto's:
- 1: Een groep Oryxen komt langs bij de Desert Homestead Lodge
- 2: Stop in Solitaire; zó slecht is onze auto nu ook weer niet
- 3: De vreemdste snuiter die we tot nu toe tegen kwamen (mogelijk had hij er al 300 kilometer lopend opzitten sinds de laatste nederzetting, en nog 30 te gaan tot de eerstvolgende). Overigens kwamen we ook 2 fietsers tegen, even niet peddelend maar rustend onder een open tentafdakje op het heetst van de dag
- 4: De Duitse huizen van Swakopmund, met de woestijn op de achtergrond
Onze laatste dag in de Desert Homestead hebben we vooral geluierd bij en in het zwembad, en een korte bergwandeling in de omgeving gemaakt. We mochten toch ook wel een beetje uitslapen, nadat we de vorige dag om 4.30 uur waren opgestaan voor onze trip naar Dead Vlei & Sossusvlei. We hadden de gehele lodge zo goed als voor ons alleen, want vrijwel iedereen was vandaag bezig met die lange trip.
Op weg naar Swakopmund kom je langs Solitaire, wereldberoemd in onze extended family, en natuurlijk reden om er weer een stukje appeltaart te eten. Het is niet meer dan een benzinepomp (booming business met banden plakken), een bakkerij, een restaurant en een kleine lodge, omgeven door autowrakken. Maar desondanks is het er gezellig druk, want iederen die langs komt wil wel even uitstappen.
We waren er al achter dat Google nogal optimistisch is in zijn schattingen van reistijden, maar op de rit naar Swakopmund bereikte de mismatch tussen Google-fictie en (onze) realiteit een nieuw hoogtepunt, want we deden er met bijna 8 uur 2 keer zo lang over. Het zal wel komen omdat we proefondervindelijk hebben vastgesteld dat die andere fictie ('als je maar snel genoeg over een slecht wegdek rijdt heb je er veel minder last van') naar de mestvaalt der onjuist hypothesen kan worden verbannen. Wijzelf en onze auto trillen gewoon uit elkaar als we dat doen. Dan maar wat langer onderweg.
Bij de foto's:
- 1: Een groep Oryxen komt langs bij de Desert Homestead Lodge
- 2: Stop in Solitaire; zó slecht is onze auto nu ook weer niet
- 3: De vreemdste snuiter die we tot nu toe tegen kwamen (mogelijk had hij er al 300 kilometer lopend opzitten sinds de laatste nederzetting, en nog 30 te gaan tot de eerstvolgende). Overigens kwamen we ook 2 fietsers tegen, even niet peddelend maar rustend onder een open tentafdakje op het heetst van de dag
- 4: De Duitse huizen van Swakopmund, met de woestijn op de achtergrond
zondag 5 november 2017
Namibie, part 6
zaterdag 4 november 2017
Namibie, part 5
In Aus hebben we een mooie wandeling gemaakt bij de Klein Aus Vista Lodge (volgens onze sundowner tourguide van de vorige dag 'the enemy', om redenen die ons niet helemaal duidelijk zijn geworden). Prachtige natuur, gelardeerd met geschutsstellingen die de Duitsers hier rond 1913 hebben aangelegd.
Na een rit van 340 kilometer (waarvan 336 over gravel) zitten we nu in de 'Desert Homestead Lodge'. Onderweg weer zo'n onwaarschijnlijke pleisterplaats (Helmeringhausen) waar in het wijdse en dorre 'niets' een prachtige tuin is aangelegd en een terras dat plaatselijk beroemd is vanwege haar appeltaart. Welnu, het was eerder 'taartappel' (een heleboel gloeiend hete appel met een dun laagje kruimels er bovenop) maar toch een welkome pitsstop.
Intussen worden we links en rechts voorbij gesjeesd door durfals in onverwoestbare auto's, terwijl wij af en toe afzakken tot 20 km/u omdat er anders hele enge geluiden uit de wielkasten komen. Affijn, we waren vroeg vertrokken, dus ook voor een rit van 7 uur draaien we onze hand niet om.
Hier 'in de buurt' (nou ja, 100 km verderop) ligt Sossusvlei, de meest bekende attractie van Namibie. We zijn deze ochtend om 4.30 uur opgestaan om het mooie ochtendlicht daar te kunnen meemaken. En omdat (snel) rijden in het donker voor ons misschien iets te hoog gegrepen is, hebben we ons laten vervoeren in de jeep van de lodge. Verrassend fris, zo'n open auto om 5 uur in de ochtend! En dat dat ding (of anders wel wijzelf) niet uit elkaar trilt is onvoorstelbaar, als de driver met 80 km/u over het meest ellendige en gecorrugeerde (geribbelde) wegdek zoeft.
De Sossusvlei, en naastgelegen Deadvlei, zijn echter fantastisch. Geflankeerd door de hoogste zandduinen ter wereld ('Big Mama' & 'Big Daddy', elk ruim 300 meter), met een prachtige rode kleur, staan hier bomen die 700 jaar geleden of meer werden 'overvallen' door de aankomst van die duinen en toen zijn gestorven. Er zijn hier, vanwege de grote droogte, geen micro-organismen die het hout zouden kunnen afbreken. Dus als wij er niet met onze tengels (en onze micro-organismen) aanzitten, dan staan ze hier over 700 jaar nog.
Bij de foto's:
- 1: Loes op de Schanzen-trail, bij Klein Aus Vista
- 2: Ronald volgt het (opgegeven) spoor in Aus, langs de kerk
- 3: Dreigende luchten boven de Desert Homestead lodge
- 4: Op weg naar Deadvlei / Sossusvlei
- 5: Deadvlei
Na een rit van 340 kilometer (waarvan 336 over gravel) zitten we nu in de 'Desert Homestead Lodge'. Onderweg weer zo'n onwaarschijnlijke pleisterplaats (Helmeringhausen) waar in het wijdse en dorre 'niets' een prachtige tuin is aangelegd en een terras dat plaatselijk beroemd is vanwege haar appeltaart. Welnu, het was eerder 'taartappel' (een heleboel gloeiend hete appel met een dun laagje kruimels er bovenop) maar toch een welkome pitsstop.
Intussen worden we links en rechts voorbij gesjeesd door durfals in onverwoestbare auto's, terwijl wij af en toe afzakken tot 20 km/u omdat er anders hele enge geluiden uit de wielkasten komen. Affijn, we waren vroeg vertrokken, dus ook voor een rit van 7 uur draaien we onze hand niet om.
Hier 'in de buurt' (nou ja, 100 km verderop) ligt Sossusvlei, de meest bekende attractie van Namibie. We zijn deze ochtend om 4.30 uur opgestaan om het mooie ochtendlicht daar te kunnen meemaken. En omdat (snel) rijden in het donker voor ons misschien iets te hoog gegrepen is, hebben we ons laten vervoeren in de jeep van de lodge. Verrassend fris, zo'n open auto om 5 uur in de ochtend! En dat dat ding (of anders wel wijzelf) niet uit elkaar trilt is onvoorstelbaar, als de driver met 80 km/u over het meest ellendige en gecorrugeerde (geribbelde) wegdek zoeft.
De Sossusvlei, en naastgelegen Deadvlei, zijn echter fantastisch. Geflankeerd door de hoogste zandduinen ter wereld ('Big Mama' & 'Big Daddy', elk ruim 300 meter), met een prachtige rode kleur, staan hier bomen die 700 jaar geleden of meer werden 'overvallen' door de aankomst van die duinen en toen zijn gestorven. Er zijn hier, vanwege de grote droogte, geen micro-organismen die het hout zouden kunnen afbreken. Dus als wij er niet met onze tengels (en onze micro-organismen) aanzitten, dan staan ze hier over 700 jaar nog.
Bij de foto's:
- 1: Loes op de Schanzen-trail, bij Klein Aus Vista
- 2: Ronald volgt het (opgegeven) spoor in Aus, langs de kerk
- 3: Dreigende luchten boven de Desert Homestead lodge
- 4: Op weg naar Deadvlei / Sossusvlei
- 5: Deadvlei
donderdag 2 november 2017
Namibie, part 4
Gisteren vertrokken van de Fish River Lodge naar Aus. De eerste 20 kilometer was wel de meest beroerde weg tot nu toe, en nam meer dan een uur in beslag. Daarna ging het een stuk beter, maar vreemd genoeg ging het tot dan dorre landschap over in een moerasachtig gebied. De eerste paar regenpoelen waren nog wel te doen, maar de (ongeveer) zevende werd toch echt te groot (en mogelijk te diep) voor onze tweewielaangedreven auto. Gelukkig zaten we op een punt waar het mogelijk was om om te keren en een alternatieve route te nemen (ook al werd de rit daardoor wel 50 kilometer langer). Anders zaten we daar nu nóg te wachten tot die poel eens een beetje zou opdrogen.
Nu dus in Aus, in de 'Bahnhof Hotel' (terwijl hier al jaren geen trein meer rijdt). In de vooravond zijn we op pad geweest met een (blanke) lokale gids/zakenman/boer/historiscus/all round regelneef van Duitse afkomst, en kregen we heel veel (sommigen onder ons zouden zeggen 'te veel') te horen over de rol van Aus in de Eerste Wereldoorlog, de wederwaardigheden van de Duitse en Zuid-Afrikaanse troepen die hier toen tegenover elkaar stonden, de (in)competentie van de Namibische overheid, en de gebrekkige werkethiek van zijn zwarte personeel. Zo weten we nu dat men bij de Aus Kliniek, die er vrij nieuw uitziet, tot niet meer in staat is dan het voorschrijven van 1 of 2 aspirines (voor welke kwaal dan ook). En dat men op het politiebureau, dat er óók vrij nieuw uitziet, niet zozeer de orde handhaaft (die handhaaft zichzelf hier vrij goed), als wel nutteloze roadblocks opwerkt om locals & touristen met fictieve overtredingen geld uit de zak te kloppen. Deze werkzaamheden lijken wat op hun retour sinds onze gids zijn bekeuring voor 'stoppen na een stopteken, maar op de verkeerde plaats' tot in de hoofdstad heeft aangevochten, met uiteindelijk succes.
Hij bracht ons met zijn stoere en vierkante Mercedes ('Finally a real car in this godforsaken Toyota-country') naar een prachtige granieten heuveltop (waarbij de auto soms hellingen van meer dan 30% moest overwinnen, op een ondergrond van losse rotsen), voor een mooie afsluiting van de dag. Top.
Bij de foto's:
- boven: kandidaat voor de 'worst road award 2017'
- links midden: Loes geeft aan dat déze plas een maatje te groot is voor een simpele Toyota
- rechts midden: zonsondergang boven Aus
- onder: een 'echte auto', in de traditie van Star Trek ('to boldly go where no man has gone before...')
Nu dus in Aus, in de 'Bahnhof Hotel' (terwijl hier al jaren geen trein meer rijdt). In de vooravond zijn we op pad geweest met een (blanke) lokale gids/zakenman/boer/historiscus/all round regelneef van Duitse afkomst, en kregen we heel veel (sommigen onder ons zouden zeggen 'te veel') te horen over de rol van Aus in de Eerste Wereldoorlog, de wederwaardigheden van de Duitse en Zuid-Afrikaanse troepen die hier toen tegenover elkaar stonden, de (in)competentie van de Namibische overheid, en de gebrekkige werkethiek van zijn zwarte personeel. Zo weten we nu dat men bij de Aus Kliniek, die er vrij nieuw uitziet, tot niet meer in staat is dan het voorschrijven van 1 of 2 aspirines (voor welke kwaal dan ook). En dat men op het politiebureau, dat er óók vrij nieuw uitziet, niet zozeer de orde handhaaft (die handhaaft zichzelf hier vrij goed), als wel nutteloze roadblocks opwerkt om locals & touristen met fictieve overtredingen geld uit de zak te kloppen. Deze werkzaamheden lijken wat op hun retour sinds onze gids zijn bekeuring voor 'stoppen na een stopteken, maar op de verkeerde plaats' tot in de hoofdstad heeft aangevochten, met uiteindelijk succes.
Hij bracht ons met zijn stoere en vierkante Mercedes ('Finally a real car in this godforsaken Toyota-country') naar een prachtige granieten heuveltop (waarbij de auto soms hellingen van meer dan 30% moest overwinnen, op een ondergrond van losse rotsen), voor een mooie afsluiting van de dag. Top.
Bij de foto's:
- boven: kandidaat voor de 'worst road award 2017'
- links midden: Loes geeft aan dat déze plas een maatje te groot is voor een simpele Toyota
- rechts midden: zonsondergang boven Aus
- onder: een 'echte auto', in de traditie van Star Trek ('to boldly go where no man has gone before...')
dinsdag 31 oktober 2017
Namibie, part 3
De lodge biedt dagtochten aan om te voet af te dalen naar de Fish River en weer terug. Dat vinden we echt iets teveel van het goede. Bovendien varieert het weer hier op de rand van de canyon van woest onweer tot brandende hitte (ook hier gemopper over climate change en de VS). Wij houden het bij een sundowner-tour met de jeep van de lodge en bij wandelingen naar het zuiden (gisteren, verdwalen is niet mogelijk zolang je de afgrond aan je linker zijde houdt) en noorden (vandaag, afgrond / rechter zijde). Overal, en voortdurend, verbluffende uitzichten.
Maar eigenlijk hoef je daarvoor niet eens op pad, want die zie je ook al vanuit je bed (de accomodaties hebben een glazen pui gericht op de canyon). Dus toegegeven, we hebben ook 'gelounged' (in onze eigen kamer en op ons eigen terras).
Het zwembad was wederom (net als op eerder lokaties) een 'zichtzwembad', in de zin dat het water stervenskoud is.
Bij de foto's:
- boven: Loes kijkt uit over de Fish River Canyon
- links midden: staat er eens een boom, wordt ze volledig in beslag genomen door wevernesten
- rechts midden: draconische maatregelen tegen de sterke zon (nee dit wordt niet mijn nieuwe profielfoto)
- links onder: slecht weer in aantocht tijdens de sundownertour
- rechts onder: drone-selfie vanuit de canyon (altijd spannend of dat ding nog weer terugkomt)
Maar eigenlijk hoef je daarvoor niet eens op pad, want die zie je ook al vanuit je bed (de accomodaties hebben een glazen pui gericht op de canyon). Dus toegegeven, we hebben ook 'gelounged' (in onze eigen kamer en op ons eigen terras).
Het zwembad was wederom (net als op eerder lokaties) een 'zichtzwembad', in de zin dat het water stervenskoud is.
Bij de foto's:
- boven: Loes kijkt uit over de Fish River Canyon
- links midden: staat er eens een boom, wordt ze volledig in beslag genomen door wevernesten
- rechts midden: draconische maatregelen tegen de sterke zon (nee dit wordt niet mijn nieuwe profielfoto)
- links onder: slecht weer in aantocht tijdens de sundownertour
- rechts onder: drone-selfie vanuit de canyon (altijd spannend of dat ding nog weer terugkomt)
maandag 30 oktober 2017
Namibie, part 2
De laatste 100 kilometer naar de Fish River Lodge (d.w.z. 3 uur rijden) werd het weer zeer onstuimig. Sterke wind, als je de auto verliet werd je gezandstraald (als het niet regende) of gewaterboarded (als het wel regende) of iets daar tussenin. Ondertussen sloeg de bliksem links en rechts in, en dan ga je je toch wat onveilig voelen in een voorwerp (auto) dat vele malen hoger is dan vrijwel alle struiken in de buurt.
Afin, uiteindelijk toch goed aangekomen bij de lodge. Het dichstbijzijnde asfalt is hier 120 kilometer vandaan, dus je mag gerust zeggen dat we hier 'lekker afgelegen' zitten. En hoewel onze auto 3 keer zo groot is als die in Utrecht, ziet ze er op de parkeerplaats van de lodge toch een beetje zielig uit, tussen al die landcruisers, range rovers en wat niet al. Hoe het uberhaupt gelukt is om hier gastenverblijven en een restaurant neer te zetten is een raadsel. Het is dus best acceptabel dat het hier is 'eten wat de pot schaft'. Bovendien, het dichtstbijzijnde alternatief is 4 uur verderop.
Prachtig gelegen op de rand van de Fish River Canyon, de '2e grootste' ter wereld (als je het aan Namibiers vraagt), maar Zuid-Afrikanen en Mexicanen hebben ook forse canyons in de aanbieding en denken daar anders over. Hoe dan ook, de uitzichten zijn magistraal (en niet echt goed op foto vast te leggen) en de wandelingen ook.
Bij de foto's:
- links boven: Springbok, de Daisy Country Lodge, met pauwen en (wat een 'geluk'...) een huwelijksfeest
- rechts boven: de omgeving van de Daisy Country Lodge
- links midden: de C13 tussen Aussenkehr en Rosh Pinah, bij het kruisen van de Fish River (die hier in dit jaargetijde zo goed als droog ligt)
- rechts midden: zon & regen boven de Fish River Canyon
- onder: slecht weer in aantocht op de C463
Afin, uiteindelijk toch goed aangekomen bij de lodge. Het dichstbijzijnde asfalt is hier 120 kilometer vandaan, dus je mag gerust zeggen dat we hier 'lekker afgelegen' zitten. En hoewel onze auto 3 keer zo groot is als die in Utrecht, ziet ze er op de parkeerplaats van de lodge toch een beetje zielig uit, tussen al die landcruisers, range rovers en wat niet al. Hoe het uberhaupt gelukt is om hier gastenverblijven en een restaurant neer te zetten is een raadsel. Het is dus best acceptabel dat het hier is 'eten wat de pot schaft'. Bovendien, het dichtstbijzijnde alternatief is 4 uur verderop.
Prachtig gelegen op de rand van de Fish River Canyon, de '2e grootste' ter wereld (als je het aan Namibiers vraagt), maar Zuid-Afrikanen en Mexicanen hebben ook forse canyons in de aanbieding en denken daar anders over. Hoe dan ook, de uitzichten zijn magistraal (en niet echt goed op foto vast te leggen) en de wandelingen ook.
Bij de foto's:
- links boven: Springbok, de Daisy Country Lodge, met pauwen en (wat een 'geluk'...) een huwelijksfeest
- rechts boven: de omgeving van de Daisy Country Lodge
- links midden: de C13 tussen Aussenkehr en Rosh Pinah, bij het kruisen van de Fish River (die hier in dit jaargetijde zo goed als droog ligt)
- rechts midden: zon & regen boven de Fish River Canyon
- onder: slecht weer in aantocht op de C463
zondag 29 oktober 2017
Namibie, part 1
Weinig WiFi de laatste dagen, dat staat in (dit deel van) Namibie voor 'Wantonly Interrupted Fickle Internet'.
De tocht van Clanwilliam naar Springbok was mooi maar niet zo enerverend; 350 kilometer over een prima weg door dor landschap, met om de 100 kilometer een plaatsje van drie straten. Maar de tocht van Springbok naar de Fish River Lodge had heel wat meer voeten in aarde. 9.5 uur onderweg (waarvan 1 uur besteed aan grensformaliteiten, vooral aan de zuid-afrikaanse kant is dat echt een werkverschaffingsproject met 3 aparte loketten en 3 aparte slagbomen).
Het merendeel van de tijd zaten we op wegen zoals in dit filmpje, dat eerst de route langs Aussenkehr laat zien (het laatste teken van menselijke 'beschaving' voor 100 kilometer langs de C13), en vervolgens de route langs de Oranjerivier (de grens met Zuid-Afrika). Dus een beetje gammel kwamen we wel aan (de auto niet, die doet het nog prima).
Abonneren op:
Posts (Atom)








