Posts tonen met het label Australie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Australie. Alle posts tonen

vrijdag 18 februari 2011

Naar Singapore

Onze laatste dag in Australie begon, zoals aldoor in de Blue Mountains, met een koor van krijsende kakatoe's die de nieuwe dag begroeten. Ze nemen trouwens elke avond met evenveel kabaal afscheid van de dag. Een korte wandeling in de buurt van onze B&B leerde ons, dat alle (tientallen) kakatoe's die er in de wijde omtrek zijn, allemaal bij ons om de hoek wonen, dus we zitten op een uitgelezen lokatie om van hun tweedagelijkse concert te kunnen genieten. Het gastenboek van ons verblijf bevatte onder andere het volgende juweel: 'We enjoy. Thanks for all.' Een adequate samenvatting van ons verblijf in Australie, hoewel grammaticaal niet geheel vlekvrij.

Omdat onze vlucht in de namiddag zou (moeten) vertrekken, hebben we nog wat tijd doorgebracht aan de kust onder Sydney, nabij Botany Bay, de plaats waar de langzamerhand onvermijdelijke Captain Cook in Australie aan land is gegaan. Daarna bleek dat onze vlucht naar Singapore, zoals verwacht, langer duurde dan verwacht. Het toestel was niet op tijd beschikbaar door 'Maintenance issues'. We mochten verder zelf invullen wat voor 'issues' dat zouden kunnen zijn en of je je daar zorgen over zou willen maken of niet. Eenmaal aan boord bleek dit onze eerste vlucht met een Airbus A380, en die zits iets ruimer dan eem Jumbo (althans, bij Qantas). De meest fascinerende optie van het Entertainment System was de 'SkyCam', een camera die hoog in de staartvin van het toestel is ingebouwd en naar voren kijkt. Je kunt in je stoel dus in real-time meekijken over het toestel heen, en ziet dus ongeveer wat de piloten ook zien. Heel leuk, vooral aan het begin en het eind van de vlucht. Daar tussenin is het wel heel erg Zen.

Uiteindelijke kwamen we om middernacht aan in Singapore, meestal niet het beste tijdstip. Maar hier is alles efficient geregeld. Paspoortcontrole, 1 minuut. Wachten op je bagage, 3 minuten. Zorgen voor Singapore Dollars, 1 minuut. Taxi regelen, 1 minuut. Ritje naar het hotel, 20 minuten. Inchecken, 3 minuten. Al met al lagen we dus rond 1 uur in bed. Maar wel uitgewoond, want naar Australische maatstaven (en daar gedroegen onze lichemen zich nog naar) was het natuurlijk al vier uur in de nacht. Morgen meer Singapore.

Bij de foto's:
- boven: onze kakatoe's in de Blue Mountains
- onder: zonsondergang aan boord.

donderdag 17 februari 2011

Leura / Blue Mountains (again)

Uit de informatie die we eerder bij de Visitors Centre hebben opgehaald, kiezen we vandaag een wat langere wandeling. Ze staat te boek als 'medium', maar daar moet je mee uitkijken hier, En niet alleen hier trouwens, we zijn in de loop der jaren 'medium'-wandelingen tegengekomen die meer weg hadden van een triatlon, en het landschap hier in de Blue Mountains is nu ook niet van dien aard dat een wandelpad veel platte stukken zal kennen. We beginnen dus achterdochtig aan deze trip, en dat bleek terecht, want al snel dook ze via trappen, hellingen & bielzenpaden de diepte van de vallei in. Wel aldoor mooie doorkijkjes & uitzichten, maar in het besef dat wat naar beneden wandelt ook ooit weer omhoog moet klauteren.

The Blue Mountains zijn lang, door hun ondoordringbaarheid, een barriere geweest voor de expansie naar het westen vanuit Sydney. Pas aan het eind van de 19e eeuw lukte het een aantal avonturiers om er een route doorheen te vinden / aan te leggen. Toen ze er eenmaal doorheen waren, en aan de westkant uitgestrekte graslanden vonden, troffen ze daar ook een groot aantal half verwilderde koeien aan. Dat bleken nazaten van 6 exemplaren die rond 1800 ontsnapt waren uit Sydney (toen nog slechts een strafkamp voor criminelen), en blijkbaar om de The Blue Mountains heen waren gewandeld om hier vredig te grazen (althans, men nam aan dat ze die route hadden genomen, want een andere was voor koeien echt niet begaanbaar. Waarom dan geen enkele ontdekkingsreiziger op het idee kwam om óók die route te nemen, is onduidelijk). Toen & nu zorgt de grote hoeveelheid eucalyptusbomen voor een olieachtige afscheiding in de atmosfeer, die je niet alleen goed ruikt maar die ook alle vergezichten een blauwe waas geeft.

Toen we aan het einde van onze wandeling weer boven aan de rand van de vallei stonden, waren we door de inspanning van het klimmen, de inmiddels behoorlijke hitte & erg hoge luchtvochtigheid, niet erg toonbaar meer. De 2e douche van de dag bracht daar verbetering in. We zijn weer als nieuw.

Bij de foto's:
- boven: Bridal Veil Falls Lookout, Leura Cascades
- onder: Bridal Veil Falls, Leura Cascades (ook al waren we na de Doubtful Sound wel klaar met watervallen, deze kon er nog wel bij)

woensdag 16 februari 2011

Leura / Blue Mountains

We verblijven hier in de Old Leura Dairy, een Bed & Breakfast in de Blue Mountains. Daar zaten we drie jaar geleden ook, toen voor één nacht, en dat vonden we veel te kort. Elk setje gasten heeft z'n eigen huisje (in ons geval de 'Buttercup Barn') dat vrijwel geheel uit gerecyclede materialen (sloophout, golfplaten e.d.) is opgebouwd. De eigenaars zijn nogal eco-bewust, en pogen op talloza manieren hun 'footprint' (en die van hun gasten) zo klein mogelijk te maken. Desondanks is het er aangenaam toeven, zelfs zó aangenaam dat het bedrijf verschillende plaatselijke prijzen heeft gewonnen voor 'Best Homestay', 'Most eco-friendly business', etcetera. In onze 'barn' hebben we een vrij grote living met open haard en een vide als slaapkamer. Die open haard kan nog van pas komen, want het begint net weer hard te regenen. Die donkere luchten zagen we tijdens onze laatste wandeling al aan komen zetten. Eerder op de dag was het droog maar mistig, en hebben we enkele uitzichtspunten in de omgeving bezocht, die onder deze omstandigheden allemaal exact het zelfde uitzicht boden. Van een van de belangrijkste bezienswaardigheden hier, een rotsformatie met de naam 'three sisters', konden we met moeite één sister onderscheiden en bleven de andere twee in nevelen gehuld, ook al stonden we er met onze neus bovenop. Later werd dat beter en hebben we toch mooie stukken gewandeld. En daar tussenin door Katoomba gestruind, een dorp waar elke tweede winkel een antiekwinkel lijkt te zijn. Maar voor koopjes hoef je hier niet te wezen (die zouden we ook niet kunnen meenemen natuurlijk).

Bij de foto's:
- boven, links: de 'Buttercup Barn' van 'The Old Leura Dairy'
- boven, rechts: Loes op Sublime Lookout Point (alleen vandaag iets minder sublime)
- onder: iets later vanaf Eagle Hawk Lookout met links de 'three sisters'

dinsdag 15 februari 2011

Naar Leura

De dag begon met een wandeling naar AVIS voor het ophalen van onze volgende auto. Na de luxueuze Toyota's in NZ moeten we wel even wennen aan deze mini-Hyundai, maar hij werkt en je zit droog. Eerst maar eens naar Bondi Beach, het beroemdste strand van Australie, ja misschien wel van de wereld. Maar op een regenachtige dinsdagochtend tref je er niet zo veel volk aan, en al helemaal geen hunken en/of strandwachten. Een aantal hoopvolle surfers lag in het water te wachten op de perfecte golf, maar ook die liet op zich wachten.

Onze volgende bestemming, The Blue Mountains, lag een kilometer of honderd ten westen van Sydney. Op weg daar naar toe kwamen we langs het Featherdale Wildlife Reserve, waar je kunt 'knuffelen' met koala's, kangoeroes, walibi's, emu's (en oh ja, ook met geiten & kippen, maar die hebben we overgeslagen). Om van het knuffelen een tweezijdige ervaring te maken helpt het om een (voor de betreffende diersoort) lekker hapje uit de automaat te halen, maar met lege handen kom je toch ook een heel eind. Bij de uitgang van het knuffelplaza kun je je handen wassen om jezelf te 'ontsmetten' na al dat geknuffel.

Daarna in steeds mistiger omstandigheden door naar ons verblijf in Leura, waarover morgen meer.

Bij de foto's:
- boven, links: Bondi Beach: 1 ondiep, 2 hoge golven, 3 gevaarlijke stromingen, 4 pas op dat je niet door een golf ondersteboven op het strand wordt gekwakt, 5: zwemmen alleen tussen de vlaggen, 6 geen honden, 7 geen voetbal, frisbee, rugby, 8 niet vliegeren, 9 geen schelpen meenemen, 10 niet roken, 11 niet drinken, 12 geen glas meenemen want dat kan breken, 13 geen verkoop of ambulante handel. Pfff..........
- boven, rechts: nieuwe vriend in Featherdale Wildlife Reserve
- onder, links: Loes & koala (rechts, een echte)
- onder, rechts: Ronald interacteert met een emu (rechts)

maandag 14 februari 2011

Sydney (part 2)

Dag twee zijn we begonnen met een wandeling door Paddington & Darlinghurst, de rafelige wijken van Sydney. Niet persé vanwege de rafels, maar omdat hier de mooiste oude huizen zijn te vinden, sommige in puin, andere net picobello gerenoveerd ten gevolge van het proces van veryupping dat hier al een tijd gaande is, en de meeste daar ergens tussen in. Veel youth hostels & backpackers lodges. En Victoriaanse huizen dus, met gietijzeren balkons, mooie details in de gevels en mooie voortuinen. In de jaren 70 is er verbeten strijd gevoerd tussen degenen die ze wilden behouden & renoveren, en degenen die dat oude spul wel eens wilden opruimen om het te vervangen door moderne & handige hoogbouw. De grootste voorstander van behoud is in 1975 zelfs spoorloos verdwenen, en hoewel de zaak nooit is opgelost zijn er sterke aanwijzingen dat ze vermoord is door de toenmalige projectontwikkelaars. Schrale troost voor het slachtoffer: de projectonwikkelaars hebben uiteindelijk dus niet gewonnen.

Daarna liepen we, via Woolloomooloo, naar de Art Gallery of New South Wales, waar ze prachtige doeken hebben van Waterhouse, Alma - Tadema & soorgenoten (19-eeuwse uberkitsch), en ook veel werken waarover onze positieve attitude ons noodzaakt te zwijgen.

Een kort tochtje met weer een ferry bracht ons in Kirribilli, een woonwijk aan de overkant van de haven waar je met een nette baan en zonder erfenis nauwelijks lijkt te kunnen wonen: een dorp in de stad, met uitzicht op The Opera House & de Sydney Harbour Bridge. Via die brug wandelden we terug naar het centrum (of 'CBD' zoals dat hier heet, 'Central Business District'), en dat is een avontuur op zich. Je moet echt een heel stuk (honderden meters) landinwaarts lopen voor je er op kunt, want aan de oevers ligt het wegdek al een meter of 80 hoog. En als je er dan één keer op staat, heb je prachtige uitzichten over de haven en alles wat daar langs staat. Je moet haar natuurlijk wel delen met zo'n 8 banen met wegverkeer en de trein, dus een rustige tocht is het niet. Maar wel heel leuk.

Bij de foto's:
- boven: vanaf de Sydney Harbour Bridge, vlnr Opera House, Circular Quay met het Central Business District daarachter, The Rocks.
- onder: Ronald in de Botanische Tuin, met (alweer) het Central Business District daarachter.

zondag 13 februari 2011

Sydney (part 1)

Gisteren was een reisdag, en de reis duurde, zoals verwacht, langer dan verwacht: het inkomende vliegtuig had (of leek te hebben) technische problemen. Het was dus al avond voor we in Sydney arriveerden. Na een lunch op de luchthaven van Christchurch en nog een 'lunch' in de tijdloze zone op 10 kilometer hoogte, zijn we maar zonder avondeten naar bed gegaan. We hebben nog wel even de omgeving verkend, en dat blijkt Chinatown te zijn, dus hééél vééél restaurants in de buurt. Ondertussen vlogen de vleermuizen in grote getale de stad uit, alsof er groot onheil aanstaande was.

Sydney heeft net een hittegolf achter de rug, dus is men hier blij met de regen die er nu valt. Wij iets minder, maar goed, dan maar met paraplu op pad. We zijn vandaag via de Botanische Tuin (prachtige rustige plek midden in de stad. Wel uitkijken voor de grote aantallen joggers, zeker op zondagochtend) en via het onvermijdelijke Opera House (nog steeds mooi), op weg gegaan naar Circular Quay, waar alle ferries zijn te vinden. Wij namen de ferry naar Manly, een buitenwijk van Sydney die (aan de noordkant van de haven) aan zee ligt. Mooi tochtje, en mooie plek. Veel surfers (ik neem aan beginners, want veel golven waren er niet), duikers, zwemmers. Vanuit Manly loop je zo de 'woeste natuur' in, met uitzicht op de haven & de hoogbouw van downtown Sydney op de achtergrond. Terug in Manly (en trouwens ook in de rest van de stad) valt het op dat alle restaurants op elk moment van de dag propvol zitten, soms ook met mensen die, zo doet een visuele inspectie vermoeden, best eens een maaltijd zouden kunnen overslaan. Het lijkt wel alsof uit eten gaan het meest gebruikelijke uitje is voor de zondag. Wij gaan ons daar zo bij aansluiten (in de hoop een plekje te kunnen veroveren).

Ons plan om een regenbui over te slaan door de Modern Art Gallery te bezoeken (met een expositie van Annie Leibovitz) kon geen doorgang vinden, omdat honderden anderen dit plan eerder hadden opgevat. De rij was een stuk langer dan de regenbui.

Bij de foto's:
- boven: wederom Loes bij de Opera House (zie 3 jaar terug)
- onder, links: De noordelijke toegang tot Sydney Harbour, North Head nabij Manly
- onder, rechts: Ronald loopt achteruit in Hyde Park (tot Loes klaar is met de foto)

vrijdag 21 maart 2008

Queensland, part 11

Mogelijk onze laatste post, mogelijk doen we in Singapore nog wat.
De auto, een van de drie waarmee we de afgelopen 7 weken totaal ruim 8 duizend kilometer hebben afgelegd, gaan we morgen inleveren.
Van de Australian Zoo naar Brisbane vrijwel één grote file op de andere weghelft. Het lijkt wel of iedereen aan een lang vrij (paas)week-einde begint en de stad verlaat (op weg naar al die mooie plaatsen die wij net achter ons hebben liggen). Onze verwachting dat de stad dan wel uitgestorven zou zijn bleek echter niet juist: de ‘andere iedereen’ zit langs de oevers van de Brisbane River te genieten van een smoothie of burger, in het gras of op het stadsstrand.De rivier meandert mooi door de stad, en als je de skyline bekijkt is het eigenlijk moeilijk voor te stellen dat Adelaide (met één torenflat & geen verkeer) een grotere stad is dan Brisbane (met tientallen torenflats & veel verkeer). Hoe dan ook, dit zullen onze laatste momenten in Australie zijn. En wat we het meest zullen onthouden: veel ruimte & enorme afstanden, indrukwekkende natuur, veel ‘mates’ & ‘no worries’.

Queensland, part 10

Nou vooruit dan maar……We gaan erheen! Al is het alleen maar om er eens geweest te zijn. We rijden er practisch langs op onze route van Noosa naar Brisbane. Op aanraden van Lonely Planet is dit een ervaring die je niet kunt missen: The Australian Zoo van wijlen Steve Irwin, de druktemaker bekend van de T.V. als The Crocodile Hunter. Populair geworden door zijn geworstel met reptielen, zoals slangen, en bovenal krokodillen. De Zoo was zijn levenswerk en na zijn dood in 2006 (zoals we allemaal op het nieuws konden vernemen is hij dodelijk geraakt door een pijlstaartrog tijdens filmopnamen in The Great Barrier Reef) zet zijn familie de Croc Hunter’s Legacy of Animal Conservation and Education met groot enthousiasme voort. Het eerste wat je te wachten staat na de kassa is een grote bonzen beeldengroep van Steve & familie. Zijn beeltenis is sowieso onontkoombaar op deze plek, die een soort mengeling is van dierentuin, pretpark & epicentrum van persoonsverheerlijking op Quasi Noord Koreaanse wijze. Hoewel we vroeg arriveren is het al een drukte van belang (mede door de Goede Vrijdag Crowd) en worden we omsingeld door families met veel kinderen (al dan niet in kinderwagens). Gelukkig is het nog niet druk bij een belangrijk hoogtepunt van ons bezoek: het ‘Koala Photo Moment’. Voor 14.95 dollar of 19.95 dollar kun je een kleine of grote foto laten maken van jezelf met een koala op je arm (5 dollar extra voor een cd-rom), en een mooie berg op de achtergrond. Typisch iets voor ons natuurlijk…… En hoe schattig ze er ook uitzien, koala’s hebben akelig scherpe nagels dus het valt nog niet mee om ze á la baby vast te houden. Gelukkig slapen ze bijna altijd (of, zoals een begeleidend bordje dat we elders zagen uitlegt: koala’s are not lazy, they are merely preserving energy. Een smoes die het onthouden waard is voor persoonlijk hergebruik in allerlei mogelijke situaties). Even later is de dierentuin ineens vrijwel leeg. Het duurt even voor we doorhebben hoe dat komt: de grote Wild Life Show is begonnen in het Crocoseum-Theater (capaciteit 5.000 personen, en goed gevuld, bleek later). Een reeks nazaten van Steve vertelt over allerlei dieren, die vervolgens braaf komen aan vliegen, lopen of zwemmen. De details zijn goed te volgen op de giga Video-wall die één zijde van het sation siert. Elk dier wordt daarvor beloond met een donderdend applaus, maar of ze het daar voor doen?

woensdag 19 maart 2008

Queensland, part 9

Gisteren voor het laats een lange autorit ondernomen. Nog ruim op tijd zijn we gearriveerd bij Hervey Bay om daar de auto te stallen en de middagboot te nemen naar het paradijslijke Fraser Island (zoals zoveel hier op de world heritage list). Een heerlijk boottochtje van ongeveer 45 minuten brengt ons naar het enige verblijf op het eiland: een groot eco-resort met alle voorzieningen die een reiziger zich kan wensen en dat op een mileuvriendelijke wijze. Terwijl de meeste bezoekers de korte afstand naar het resort in een speciaal daarvoor gereserveerd busje afleggen lopen wij het traject over de lange pier en een kort stukje over de weg naar de receptie. Eenmaal daar aangekomen konden we nog net een deel van de meet&greet meemaken. In de majestueuze grote hal staat een televisiescherm waarop continu een natuurdocumentaire, o.a.van David Attenbourough, wordt vertoond. Om alvast in de stemming te komen. Over de op het eiland aanwezige flora en fauna is informatie te vinden en in de categorie natuurdiscoveries voor elk wat wils. Een variatie aan korte wandelingen met of zonder gids tot aan meerdaagse trektochten of 4WDrives. Gelijk met de duisternis van de avond valt ook de zoveelste tropische regenbui. De volgende dag maken we o.a. een wandeling over het kilometers lange en verlaten strand waar duizenden kleine krabjes (zogenoemde ‘soldier crabs’) zijwaarts over het zand ‘marcheren’. Zo gauw je in de buurt komt graven ze zich in. Hun aanwezigheid laat een spoor na van ontelbare kleine zandbolletjes.

dinsdag 18 maart 2008

Queensland, part 8

Weer een stuk verder zuidwaarts (ruim 400 kilometer), en het suikerriet houdt nu eindelijk op (of wordt op z'n minst afgewisseld met andere spullen). Het landschap gaat weer meer lijken op dat van New South Wales (onder Sydney), waar we begonnen zijn: een soort savanne met eucalyptusbomen en waarschuwingsborden voor koala's. We overnachten op Langmorn Station, een grote cattle-ranch zo'n 20 kilometer ten westen van de Bruce Highway (de enige doorgaande weg van noord naar zuid), te bereiken via smalle weggetjes die steeds graveliger worden. Op weg daar naar toe (maar wel al op het grondgebeid van de ranch) komen we de cowboys al tegen, die met behulp van vlijtige hondjes een kudde Indiase koeien (merk: brahman) in het gareel proberen te krijgen. Mevrouw Leonie Creed ontvangt ons op haar Ranch, nog gebouwd door opa in de late 19e eeuw, en nu zo'n 110 vierkante kilometer groot. Ze heeft het naar eigen zeggen druk, omdat haar man afgelopen weekeinde net herkozen is tot burgemeester van de Gladstone Regional Council met als slogan "It's the track record that counts". Als de heer des huizes enige tijd later arriveert moeten we samen op de grote leren bank, onder het genot van een fles witte wijn, een knabbeltje & een dipsausje, naar het nieuws van 6 uur kijken om te zien hoe hij het interview met de lokale omroep er van af heeft gebracht. De ranch is een prachtig houten pand in de klassieke Queensland stijl (veranda rondom, veel hout, alle kamers achter elkaar vol met antiek meubilair). In de tuin hoppen moederloze jonge kangoeroes & walibi's die hier worden opgevangen. Dit alles laat onverlet dat onze gastvrouw voldoende tijd voor ons kan vrijmaken om een wijde waaier aan onderwerpen met ons te bespreken, waarvan de meeste van een conservatieve blik getuigen. Zo weten we weer wat meer over de dood van Diana (was zo geregeld door Elizabeth), de opwarming van de aarde (niet door mensen veroorzaakt), en nog vele andere zaken. Het voelt een beetje alsof je bij de Engelse landadel op visite bent (hoewel die wel niet aan Bed & Breakfast zullen doen). Pa & de zonen verzamelen oude vrachtwagens (toch ruimte zat), en vliegen ook regelmatig een van de twee prive vliegtuigen naar een andere van de vijf air-strips die op het eigen grondgebied beschikbaar zijn. En eens in de twee jaar is het in juli helemaal bal, want dan organiseert Leonie een air-show waar meer dan 200 vliegtuigen voor komen opdagen (die dus allemaal in de eigen achtertuin passen). Behalve het genoemde vee stappen er in de weide ook nog een paar kamelen rond. Zij zijn ingezet om het ongewenste weed tussen het gras weg te kauwen. Na het ontbijt en de ochtendwandeling werden we uitgezwaaid door Leonie, en begonnen we aan de volgende autorit (grotendeels door het gebied waar George Greed nu mayor van is) Het was een bijzondere logeerplek.

Op de foto links: Ronald op z'n vrachtwagenchauffeurst met antieke Mack Truck. Rechts: Loes met Skippy de Walabi (nét nadat die de boterham van Loes heeft afgepakt).

zondag 16 maart 2008

Queensland, part 7

We zijn vandaag weer een flink stuk afgezakt langs de kust van Queensland. Aan het landschap zie je dat nog niet erg: regenwoud of suikerriet, iets anders kennen ze hier niet. Voor onze overnachting moesten we een stuk naar het westen, het binnenland in, naar Eungella National Park. Een van de hoogtepunten daar is de Finch Hatton Gorge. Zoals je misschien niet weet was Finch Hatton de minnaar van Isac Dinesen (a.k.a. Karen Blixen), die in de gouden tijden van het kolonialisme vanuit Denemarken vertrok naar Kenia om daar een koffie-plantage te stichten. Dat zou nu niemand meer iets zeggen, ware het niet dat dit verhaal verfilmd is als 'Out of Africa', met Robert Redford in de rol van Finch Hatton (en dat terwijl hij in het echt niet erg knap was, maar dat terzijde). Of deze zelfde Finch Hatton ook in Australie heeft rondgetrokken, of dat zijn geslacht hier een dorp heeft gesticht, weten we niet. Mogelijk staat er bij de Gorge een bordje met uitleg, maar zoals je op de foto ziet is onze poging om daar te geraken gedwarsboomd door een overspoelde weg. Er waren wel mensen (en auto's) die het er op waagden, maar wij waren door onze verhuurder op pad gestuurd met een horrorverhaal over andere huurders die tegen 10.000 dollar schade waren aangelopen door een vergelijkbaar avontuur. Dus nee.

Inmiddels wel weer twee typische OZ-dieren van ons lijstje kunnen schrappen: de platypus (vogelbekdier, de voorkant zit rechts) & de possum (possum?). En we weten nu ook hoe emu smaakt.

zaterdag 15 maart 2008

Queensland, part 6

Zoals aangekondigd hebben we vandaag een bezoek gebracht aan één van de Whitsunday Islands, te weten Long Island. Een bescheiden overtocht (20 minuten, dus deze keer geen pillen tegen zeeziekte nodig, ondanks de ruige zee, En het ziet er eigenlijk uit alsof je op een meer zit, want de hoeveelheid Whitsunday Islands is zó groot dat je overal aan de horizon er wel een ziet liggen) en je komt aan op een stukje regenwoud in zee van 11 bij 1.5 kilometer, inclusief exclusief beach resort, waarvan we de ligstoelen misbruikt hebben voor ons middagdutje. Maar niet nadat we een stevige wandeling hadden gemaakt door het oerwoud. En onze lunch konden we in het Nederlands bestellen, want achter de balie stond een stagiaire uit Nederland. Hard werken hoor, die Tourisme-opleiding, 6 maanden Croc Beach Resort.
Op de foto: Long Island op de achtergrond, Loes op de voorgrond.

vrijdag 14 maart 2008

Queensland, part 5

Gisteren & vandaag afgezakt langs de kust van Queensland naar het zuiden, onder wisselende weersomstandigheden (maar niet zo integraal nat als in ons vorige verhaal). Onderweg uitzicht op ofwel regenwoud, ofwel suikerriet dat hier in enorme hoeveelheden wordt verbouwd. Eigenlijk een beetje saai. Er was in de loop der tijden blijkbaar een traditie ontstaan om dat riet per spoor te vervoeren naar de suikerfabriek, zodat we vele tientallen onbewaakte spoorwegovergangen passeren. Na een stuk of wat krijg je in de gaten dat het spoor links & rechts van de weg ophoudt (blijkbaar is de gehele spoor-exercitie opgegeven) en stop je met opletten & afremmen (wat sowieso moeilijk is op een highway waar de standaard snelheid 100 kilometer per uur is en er altijd wel iemand achter je zit die eigenlijk nog iets sneller zou willen dan dat). Tot je op een gegeven moment een trein ziet rijden en je doorkrijgt dat niet álle spoorwegovergangen uit bedrijf zijn genomen. Dat doen ze hier niet echt handig.
Gisteravond doorgebracht in Townsville, een aangename provincieplaats waar we in het plaatselijk aquarium nog eens alle visvarianten van de Great Barrier Reef hebben bewonderd die we in het echt nog gemist hadden bij onze eerdere snorkelexpeditie vanuit Port Douglas. Op de foto een exemplaar dat we maar 'zoenvis' hebben gedoopt. En vandaag door naar Airly Beach, uitvalsbasis voor de Whitsunday Islands. Daar gaan we er morgen één van verkennen.

woensdag 12 maart 2008

Queensland, part 4

The Atherthon Tablelands staan vooral in het teken van water. De Barron Falls hebben we al laten zien, maar gisteren hebben we enkele kratermeren gescoord (met mooie wandelroutes door het omringende regenwoud, zie foto) en vandaag nog heel wat meer watervallen op de Tablelands Waterfall Route. De een nog mooier dan de ander. En het hield niet op, want nu hebben we vanuit onze hotelkamer prachtig zicht op de waterval die van het balkon van de bovenburen stroomt door de niet aflatende regen. Oké, het is regentijd, maar dit is overdreven. Voor het eerst in ons leven een afstand van 300 meter (tussen hotel & restaurant) met de auto afgelegd. Is eigenlijk wel handig. En tijdens de maaltijd, zaten we weliswaar overdekt, maar werden we toch steeds meer ingesloten door adhoc riviertjes die links & rechts ontstonden. Dus mag het morgen iets minder?

maandag 10 maart 2008

Queensland, part 3

De autoverhuurder had ons aangeraden niet verder noordwaarts dan Port Douglas te rijden vanwege de nattigheid en daarmee gepaard gaande overstromingen van wegen. Daar hebben we ons braaf aan gehouden dus zijn we vanmorgen via de kustweg naar het zuiden gegaan. De supermarkten geven het bericht dat ze niet alle voorraden hebben vanwege de onbegaanbare wegen.Gisteren was het boffen met redelijk droog weer tijdens ons uitje naar de Great Barrier Reef want vandaag valt er af en toe wat regen.Gelukkig nog niet in grote hoeveelheden. We verlaten de kustweg en gaan landinwaarts naar Tableland.In Kuranda hebben we een stop gemaakt om rond te kijken in dit dorp dat speciaal lijkt opgericht om de hele familie te vermaken.Veel winkeltjes met onnodige prularia, restaurantjes en galleries. De route naar de Barron Falls (foto) is prachtig, we lopen door een dicht tropisch regenwoud waar aan het einde van de aangegeven route het water met donderend geweld naar beneden stort. Wolken van mist hangen in de lucht. Uit de keuze van een grote reeks aan entertainments kiezen we voor een braaf bezoekje aan de butterfly sanctuary.In een kleinschalig tropische kas fladderen de vlinders nerveus om je heen en zien we een bewonderingswaardige variatie aan vorm, kleur en grootte.

zondag 9 maart 2008

Queensland, part 2

Op de foto links ben ik bijna klaar om The Great Barrier Reef te gaan verkennen. Toegegeven, flippers, snorkel & masker ontbreken nog, maar het hoogtepunt van de uitrusting mag toch gerust dit lycra pak worden genoemd, bedoeld als bescherming tegen giftige kwallen (die ik overigens niet gezien heb maar het is goed mogelijk dat de kleur afdoende is om ze af te schrikken). Rechts worstel ik met een flipper, slehts seconden voor ik het ruime sop kies.

We zijn aangekomen in Port Douglas, 'the closest town to the Barrier Reef', dus hebben we hiervandaan een boottocht ondernomen (die overigens nog anderhalf uur duurde) naar een duik/snorkel-platform midden op zee (en pal boven het koraalrif). En vanaf dat platform dan snorkelen of mee met de 'semi-onderzeeër' waar je onderwater zit in een nogal claustrofobische ruimte met uitzicht op het koraal & de dierenwereld om je heen. Helaas was de zee niet zo helder als de boeken je doen geloven. Het is hier regentijd, en dus voeren de rivieren grote hoeveelheden modder mee naar zee, waardoor het zicht wordt belemmerd en de kleuren worden getemperd (zelfs vele kilometers de zee op). En de overtocht was bepaald 'choppy', waardoor velen, waaronder ikzelve, enige mate van zeeziekte ervoeren. Maar het snorkelen was prachtig. Vissen & visjes in alle kleuren van de regenboog, tegen een achtergrond van allerlei verschillende soorten koraal. Men zegt dat The Great Barrier Reef het grootste levende organisme op aarde is, maar volgens mij vliegt 'men' hier toch een beetje uit de bocht. Het gaat wel degelijk om aparte organismen, en we zeggen ook niet dat China de grootste mens is. Hoe dan ook, was leuk.

vrijdag 7 maart 2008

Queensland, part 1

Na een vlucht van een uurtje of twee zijn we in Cairns aangekomen. Het is hier minder heet (29 i.p.v. 40 graden), maar daar staat tegenover dat de luchtvochtigheid gestegen is van nul tot 100. Dus is dit meer comfortabel? Deze hele streek van het land zit in het regenseizoen, en dat is dit jaar een stuk heviger dan normaal. Sterker nog, eergisteren was Cairns van de buitenwereld afgesloten omdat alle uitgaande wegen waren overstroomd... Wij hebben nog geen significante buien meegemaakt, maar of dat zo blijft?

Cairns is een gezellige kuststad, maar helaas niet gezegend met een strand waar je kunt zwemmen. Dus heeft men een kunstmatige lagoon aangelegd, die doorloopt tot in het stadscentrum, om dit gemis goed te maken. Van shoppen (wederom Louis Vuitton!) tot zonnebaden/zwemmen in een pas of twee.Op de foto links de lagune, rechts de zee, en in de achtergrond de Atherton Tablelands, die de smalle vlakke kuststrook begrenzen.

donderdag 6 maart 2008

Outback, part 10

Aangekomen in Alice Springs en onze 4 Wheel Drive ingeleverd. Hoewel niet zo héél veel soeps is Alice Springs wel de grootste stad in de verre verre omtrek. En het moet gezegd, ze hebben zelfs een Indiaas restaurant (was prima). De stad vindt zichzelf om twee redenen beroemd: de Todd River Boat Race en de Flying Doctors. De Todd River, die door het centrum loopt, staat eigenlijk altijd droog. Zodoende is een traditie ontstaan, die tientallen jaren terug gaat, van een jaarlijkse bootrace waarbij de bodem uit de boten is verwijderd, zodat de 'inzittenden' op Fred-Flinstoniaanse wijze hun boot kunnen voortbewegen. Jammer genoeg vindt de race niet plaats in de periode dat wij er zijn. En er zijn drie gelegenheden bekend van jaren waarin de rivier wél enig water beavtte, waardoor de race dus niet kon doorgaan.
De Flying Doctors zijn hier in 1928 opgericht en hebben er nog steeds hun hoofdkwartier. Op de foto bekijkt Ronald, zo geinteresseerd als hem mogelijk is, de geschiedenis van de verschillende vliegtuigtypen die de Doctors door de jaren heen hebben gebruikt. Overiens wel prima eten in het Flying Doctors Café, waarmee we toch het goede doel weer een beetje hebben gesteund.

woensdag 5 maart 2008

Outback, part 9

De afgelopen 2 dagen hebben we nog meer natuur in de vorm van bergen, rotsen, vlaktes, canyons en kloven kunnen aanschouwen. Nog meer rode aarde, weinig tot geen verkeer en heel veel stof. Op weg naar Kings Canyon hebben we, op aanraden van de Lonely Planet, de diesel snuivende Aboriginal bij een wrak van een auto aan de kant van de weg genegeerd.
Gezien de afgelegen ligging en het monopolie zijn de kosten van verblijf in de resorts erg hoog. Oorspronkelijk zouden wij in aanmerking komen voor een standaard kamer (die op zich prima is) maar, misschien wel vanwege het rustige seizoen kregen we van de receptionist een ‘upgrade’ zonder extra kosten naar een deluxe kamer met als final touch een jacuzzi in de serre met ruim uitzicht op het rotsachtige landschap. Ronald paste er maar net in.

De sterrenhemel is op dit soort locaties fantastisch, omdat je zo ver van steden af zit. En natuurlijk is de melkweg sowieso veel beter te zien op het zuidelijk halfrond.

Vanaf Kings Canyon hebben we een deel van de route afgelegd via de Meerenie Loop. Een dirt road naar ons laatste verblijf in de outback, Glen Helen Gorge. Voor deze route moet je een permit kopen. Toch weer 2 dollar 20 (1 euro 40) voor de plaatselijke bevolking.

Glen Helen heeft, net als elk resort hier, zijn eigen helikopter & piloot, voor degenen die de bezienswaardigheden snel & moeiteloos tot zich willen nemen. Wij maken liever een wandeling (waarbij we dan wel regelmaig gestoord worden door helikopterlawaai).

Op de foto: korte pauze op de Meerenie Loop. We hebben onze laatste dirt road gehad, en het was ook wel genoeg. Alles aan ons rammelt.

maandag 3 maart 2008

Outback, part 8

Hadden we gisteren vooral Ulurlu, oftewel Ayers Rock in beeld, vandaag gaan we naar de Olga’s. Om de ergste hitte te vermijden zijn we vroeg in de ochtend opgestaan om de 57 kilometer verderop gelegen ‘heads’ te bekijken. Is Ayers een groot massief geheel, Kata Tjuta (aboriginal woord voor “many heads”), bekend als de Olga’s, bestaat uit een groep van 36 naast en tegen elkaar aan gelegen ronde formaties. Ook hier weer tal van mogelijkheden om tracks te volgen. Onze keus valt op de ‘valley of the winds walk’. Bij aankomst blijkt dat deze track na 11 uur die ochtend gesloten zal zijn vanwege extreme weersomstandigheden.
Omdat er geen wolkje aan de lucht te zien is zal dat vooral te maken hebben met de hoge temperaturen. Aangezien we nog wel wat tijd hebben voordat het zover is beginnen we er vol goede moed aan. Beschermd tegen zon en vliegen, met een fles water in de hand hebben we een deel kunnen doen. Vervolgens hebben we nog een andere route verkend voordat de hitte losbarstte. Diezelfde avond zagen we vanaf de speciaal daarvoor ingerichte ‘sunset view area’ Ulurlu Rock in diep oranje veranderen. Dit is het uitje van de dag voor alle toeristen. Tientallen jeeps of motorhomes staan keurig in een rij. Men klimt op het dak van hun vehicel of installeert zich met tafel en stoeltjes om met een glaasje in de hand het spectakel eens goed te kunnen aanschouwen en met de camera vast te leggen.
Op de foto de Olga’s vanaf de toegangsroute op zo’n 10 kilometer afstand.