Posts tonen met het label Azie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Azie. Alle posts tonen

zaterdag 30 juli 2011

Turkije, dag 19

De laatste dag (afgezien van een vliegdag) is aangebroken, en het is zowaar eens bewolkt in Antalya (al blijkt dat maar even te duren).
We bezoeken het Archeologisch Museum, dat nogal afgelegen ligt en van buiten niet veel goeds belooft (er is ook geen hond te bekennen), maar eenmaal binnen komt dat helemaal goed. Een uitgebreide & leuke verzameling oude spullen beginnend bij leistenen pijlpunten, via Lycische graftomben, Griekse vazen, Romeinse beeldhouwwerken, Byzantijnse fresco's tot aan Ottomaanse klederdracht (niet het hoogtepunt van de collectie).

Daarmee hadden we wel weer even voldoende culturele punten gescoord, en voelden we ons gerechtigd een pauze bij het zwembad in te lassen, een pauze die vrij lang heeft geduurd want het was een prettig bad (ook al kijk je uit op de grootste winkelstraat van de stad en werd er op een te hoog, en daardoor vervormend, volume sfeerverhogende muziek gedraaid. Totdat de imam van de naastgelegen moskee zich in de strijd wierp met een luide oproep tot gebed, zoals je die hier overal & altijd hoort rondschallen. In het algemeen, en ook hier, zet men de muziek zachter ten tijde van het imam-gebeuren.

Affijn, straks nog een wandeling door de oude stad, een laatste nacht in de airco, en morgenochtend terug naar een (hopelijk niet zo héél koel) Nederland.

Op de foto's:
- boven : Zicht vanuit Antalya op het Beydaglari Gebergte naar het westen
- linksonder : De Jonge Onderzoeker in het Archeologisch Museum
- middenonder: Het Archeologisch Museum
- rechtsonder: De haven van Antalya met het tot op de vierkante centimeter benutte stadsstrand

vrijdag 29 juli 2011

Turkije, dag 18

Vandaag hebben we Patara verlaten, voor de laatste lange rit van deze reis. Het plaatsje heeft betere tijden gekend. In de 'hoofdstraat' (een nogal groot woord in dit geval) zijn zo'n 10 restaurantjes, en sommige daarvan blijven geheel leeg tijdens de avondspits. Ik weet nu dat het enige moeite kost om je op de maaltijd te concentreren als je de restaurateur aan de overkant van de straat aldoor eerst hoopvol naar links ziet kijken (waar niemand aan komt), en dan hoopvol naar rechts (waar niemand aan komt), waarna hij de oven nog maar weer eens opstookt in de geheel lege eetzaal (en dan weer van voren af aan).

Patara is ook de geboorteplaats van Sinterklaas. Toen hij daar was uitgekeken, werd hij bisschop in Myra (ook wel Demre, ook wel Kale), een eindje verderop. Daar zijn we, op onze route naar Antalya ook uitgestapt. Van het belang van Sinterklaas voor Nederland merk je niet zo veel. Hij is immers ook uitgegroeid tot dé beschermheilige van Rusland (hmm, die bescherming is weinig succesvol als je het mij vraagt), en dus staan héél véél opschriften in Myra in het russisch. Het 'Russenvrije Hotel' waarmee een Nederlandse reisorganisatie enige jaren geleden adverteerde, zal hier dan wel niet in de buurt liggen, want de hele stad zit er vol mee. In het bijzonder de Sint Nikolaas Kerk, waar de goedheiligman sinds de 4e eeuw begraven lag tot zijn stoffelijke resten in de 11e eeuw door Italiaans tuig werden geroofd en overgebracht naar Bari.

Verderop langs de kust liggen de resten van Phaselis, de laatste opgraving die we hier zullen bezoeken. Net als alle oude spullen langs de zuidkust tussen Dalyan & Antalya ook gesticht door de Lyciërs, ver vóór Homerus, die ze als eerste heeft genoemd. Niet het grootste theater of de meest indrukwekkende bouwwerken, maar wel de mooiste lokatie, want werkelijk prachtig gelegen in een bos aan zee, met een paar pitoreske baaitjes om het af te maken.

Op de foto's:
- linksboven : Lycische graftombe in Myra (enkele millenia vóór Sinterklaas)
- rechtsboven: Fresco's in de Sint Nikolaas Kerk
- linksonder : Loes & Sinterklaas (links)
- rechtsonder: Het aquaduct van Phaselis

donderdag 28 juli 2011

Turkije, dag 17

In de buurt van Patara liggen prachtige gigantische zandduinen, een soort Sahara-aan-Zee (hoewel, Loes had het over Vlieland: duinen, breed strand en woeste zee), en daar hebben we deze ochtend twee verschillende wandelingen gemaakt (bovenop & langs de waterlijn). Maar niet te lang en niet te ver, want het wordt hier al snel weer oorverdovend heet.

Daarna hebben we nog even rondgescharreld in Kalkan, een aardig kustplaatsje waar me vooral van zal bijblijven dat je het alleen (met de auto) kunt verlaten middels de moeder-aller-hellingproeven (rood stoplicht op een zeer stevige klim). Wij waren de tweede in lijn, en gelukkig bleken wij niet de enige stuntels, want onze voorganger kwam in het geheel niet weg, sterker nog, kwam zelfs terug, zodat wij ook van lieverlee achteruit moesten om een botsing te voorkomen (hoe zou dat juridisch zitten? Normaal gesproken is het achterop komend verkeer altijd schuldig. Maar wat als je voorganger jou aanrijdt in plaats van andersom?). Affijn, enkele stoplicht-cycli verder hebben we toch beiden het stadje, onder luid kabaal, weten te verlaten.

Op de foto's:
- links : Ronald op wacht
- rechts: Loes tekent in het zand

woensdag 27 juli 2011

Turkije, dag 16

Goed, verder naar het Oosten, richting Antalya.

Tussen Dalyan & Patara (onze volgende stop) ligt Fethiye, en daar weer vlak bij ligt Kayakoy, een volledig verlaten Griekse stad uit de 19e eeuw.
Na de Turkse onafhankelijkheidsoorlog van 1923 werden alle christenen in Turkije naar Griekenland verhuisd, en alle moslims in Griekenland naar Turkije.

Aangezien door deze actie veel meer christenen werden getroffen dan moslims, bleven er nadien in Turkije hele dorpen & steden 'over', die daarna nooit meer bewoond zijn. Kayakoy is er zo eentje. Met enkele duizenden verlaten, en inmiddels deels ingestorte, huizen, heerst er bepaald een vreemd sfeertje.

Een recente, commerciëel geïnpireerde poging om het spul (deels) te restaureren stuitte op zo veel verzet dat men het er nu maar bij laat liggen zoals het er al een jaar of 90 bij ligt. Wij troffen er zo goed als niemand, maar het dorp is omsingeld door (niet verlaten) restaurantjes, dus blijkbaar kan het er ook heel druk zijn.

Daarna door naar Patara, vroeger naar het schijnt een hippie-dorp, maar daar is niet veel meer van te merken (of het moest zijn dat ons hotelletje gerund wordt door een Duitse vrouw). Net voorbij het dorp ligt een prachtig zandstrand, maar daar staat vandaag een krachtige bries, dus werden we er letterlijk gezandstraald. Gladder & iets dunner dan voorheen trokken we ons terug in ons hotel.

Op de foto's:
- boven : Het strand van Patara bij windkracht 7
- onder : De verlaten huizen van Kayakoy

dinsdag 26 juli 2011

Turkije, dag 15

Tot nu toe hadden we de neiging weten te weerstaan om een 'Turtle Trip' te maken. En dat bleek tereht, want terwijl we op ons avondmaal zaten te wachten langs de Dalyan River kwamen de Loggerhead Turtles vanzelf naar ons toe (nou ja, ze bleven wel in het water).

Deze ochtend hebben we ons door een dame-op-leeftijd naar de overkant van de rivier laten roeien, om van daar te voet naar de opgravingen van Kaunos te wandelen. Deze dame bleek onderdeel van een familiebedrijf, dat ons aan de andere kant van de rivier al stond op te wachten (in de vorm van een dame-op-nog-hogere-leeftijd) met het aanbod van koffie, thee, vervoer per tracor of fiets, flessen water, lunchgerechten, etcetera.

Kaunos is prachtig gelegen in het 'waddengebied', langs de rivier, met in de verte zicht op zee & het strand waar we gisteren over spraken. Het onvermijdelijke amfitheater heeft hier als bijzonderheid, dat er sinds de Romeinen enkele bomen wortel hebben geschoten op de tribunes, zodat het zicht op het toneel ernstig wordt gehinderd. Dat weerhoudt de plaatselijke theatervereniging er echter niet van om hier af & toe een voorstelling te geven. Me dunkt dat je er dan vroeg bij moet zijn om een goede plaats te veroveren, want anders wordt het een hoorspel.

Tussen Kaunos & Dalyan bevinden zich een aantal tomben die in de verticale rotswand zijn uitgehouwen. Mooi, maar alleen te bekijken van afstand of met een touwladder (die wij niet bij ons hebben).

Op de foto's:
- boven : Het amfitheater van Kaunos, met opdringerige bomen
- linksonder : Loggerhead Turtle in de Dalyan River (let op het neusje)
- middenonder: Op de Dalyan River
- rechtsonder: Graftomben nabij Kaunos

maandag 25 juli 2011

Turkije, dag 13 & 14

Gisteren zijn we uit Pamukkale vertrokken en weer teruggekeerd naar de kust. Maar waar we eerder aan de westkust zaten, zitten we nu in het zuiden, in Dalyan, een bescheiden dorpje aan de 'Dalyan River' (dus dat zegt nog niet zo heel veel). We zijn terecht gekomen in het hotel(letje) van een Nederlands sprekende Fransman die hier sinds 4,5 jaar woont, en die erg goed op zijn gasten let en erg graag grapjes met ze maakt.

Het unieke van dit gebied is dat het 'waddig' is (op z'n Turks dan), met een mengeling van zoet & zout water, twee meren die met elkaar en met de zee in verbinding staan, een heel moerassig gebied met rieteilanden daar tussenin, en een ongerept strand van enkele kilometers lang. Dat strand is de natuurlijke habitat van de 'loggerhead turtle' (door Google Translate eerst als 'domkop' vertaald, maar daarna als 'Valse Karetschildpad'. Wie het weet mag het zeggen), want die komt hier in de buurt aan land om haar eieren te leggen.

Gelukkig nog wel, want het gebied is alleen behouden gebleven door de inzet van een fanatieke Britse die hier in de buurt woonde, en die net op tijd een telegram op het juiste bureau van het Wereld Natuurfonds wist te krijgen toen ze de buldozers het strand op zag rijden om daar eens een lekker groot hotel neer te zetten. Nu is het beschermd gebied, en mag je er alleen overdag komen, en alleen op bepaalde delen van het strand.

De ochtend hebben we op dat strand, Iztuzu Beach, doorgebracht, totdat de hoeveelheid zon die door het rieten parasolletje dringt ons te veel werd. Morgen maar weer eens cultuur (want Romeinse opgravingen heb je hier ook in de buurt).

Op de foto's:
- boven : Zicht op Iztuzu Beach en het achterliggende waddengebied
- linksonder : Sommige delen van het strand zijn 'out of control'
- rechtsonder: Alles in gereedheid voor de strandwacht, maar helaas

zaterdag 23 juli 2011

Turkije, dag 11 & 12

Jammer om ons mooie hotel in Kusadasi achter ons te laten, en de fraaie tuin met magnoliaboom & jasmijngeuren. Maar de plaats zelf is geen reden om te blijven. Op dus naar Pamukkale, alweer een plek die op de UN werelderfgoedlijst staat (niet om Pamukkale te dissen, maar leidt die lijst langzamerhand niet een beetje aan inflatie?). Men komt hier voor de bijzondere kalksteenformaties en de overblijfselen van Hiërapolis, een grote Romeinse & Bijzantijnse stad. Maar men komt toch vooral overdag, met tourbussen tegelijk, om daarna snel terug te keren naar de kust. Dus in de avond is het hier verrassend rustig (wat dan wel weer jammer is voor al die hoopvolle restauranteigenaren die in hun optimisme nog wat extra tafeltjes hebben bijgeplaatst maar intussen met lede ogen moeten aanschouwen hoe de volle bussen weer vertrekken vóór het avondmaal).

We zitten in hotel Han-Tur, dat rechtstreeks zicht biedt op de indrukwekkende kalksteenheuvels, als er tenminste geen bussen voor staan. De hele dag zien we in de verte een 'mierenpaadje' van wandelaars langs de witte heuvel trekken. En deze ochtend liepen we er zelf.

Want onze hotelbaas bracht ons deze ochtend, in onze eigen huurauto (hmmm, risicootje, want we hebben vast geen toestemming van EuropCar om daar iemand anders in te laten rijden. Maar het ging goed (geloof ik)) enkele kilometers bergop, naar de 'noordelijke ingang' van Hiërapolis. Vandaar zijn we in enkele uren de heuvel afgewandeld, in het begin tussen héél veel Romeinse tomben en zo goed als geen levenden. Verderop kantelden die verhoudingen, en zagen we eigenlijk vooral mensen in zwemkledij, omhoog klauterend naar het 'Romeinse Bad' dat nog steeds operationeel is (ook al schijnt er hier en daar een omgevallen zuil in het water te liggen). Ook in de tijd van de Romeinen was het al een kuuroord. De witte kalkafzetting doet denken aan een soort 'grotten van Han', maar dan in de open lucht. Strenge Mannen met Fluitjes zorgen ervoor dat iedereen zijn schoenen uittrekt, om het gesteente niet (meer) te beschadigen (dan nodig is). Voorzichtig schuifelend bereikten we de uitgang, met héle schonen voeten (voor zolang als het duurt).

Op de foto's:
- boven : Rode kalksteen in Karahayit
- links : Kusadasi, zonsondergang achter Samos
- midden: Hiërapolis, Necopolis, Ronald ligt proef
- rechts: Loes leunt tegen de kalkafzettingen van Pamukkale
- onder : Pamukkale

donderdag 21 juli 2011

Turkije, dag 9 & 10

Schreven we eerder nog dat we de enige allochtonen waren, nu we zijn aangekomen in Kusadasi is dat volledig omgeslagen. We zitten hier omdat het in de buurt ligt van Ephesus, de grootste Griekse / Romeinse archeologische site ter wereld, en de laatste woonplaats van Maria (dé Maria).

Kusadasi is volledig uit z'n voegen gegroeid doordat hier continue grote cruise-schepen aanleggen, die honderden touristen in bermuda-shirt en op slippers voor enkele uren de kade op sturen. Veel verschillende talen hoor je hier spreken en je ziet ook behoorlijk wat mensen op straat met een plastic armbandje van het 'all-inclusive-resort' waar ze verblijven maar nu even uit zijn losgelaten. Wij hebben een prachtig authentiek hotel (een verbouwd Ottomaas huis, 140 jaar oud, rondom een binnentuin) weten te vinden, al was het wel een klus om het te bereiken omdat we met de auto door akelig steile & akelig smalle straatjes moesten navigeren. Voor iemanden die niet gewend zijn te schakelen (zoals wij) is dat wel een beetje veel hellingproef (om & om in z'n vooruit & z'n achteruit, en intussen rekening houdend met een telkens veranderd scala van scootertjes & kinderwagens om je heen).

Deze ochend al vroeg naar Ephesus. Maar genoeg andere Nederlanders, Duitsers, Britten, Italianen, Spanjaarden, Israeliers, Japanners & Amerikanen waren op het zelfde idee gekomen, dus heb je het terrein echt niet voor jezelf (zoals dat bijvoorbeeld in Bergama wel vrijwel het geval was). Bovendien speelt zich elk kwartier 'De Intocht Van Cleopatra' af, gevolgd door een dansje dat we al kenden van de videoclip van de Bangles voor hun hit 'Walk Like An Egyptian', en een gladiatorengevecht met plastic zwaarden. En dat alles voorafgegaan & gevolgd door Trompetgeschal (uit de verborgen speakers) van Ben Hur-allure.

Maar toch, maar toch. Als je je al die mensen voorstelt in togas en op Romeinse sandalen, dan kun je je bijna voorstellen hoe een Romeinse stad van meer dan 200.000 mensen functioneerde in de 1e of 2e eeuw. Enkele huizen van vermogende bewoners zijn in behoorlijk goede staat opgegraven, en laten zien hoe bijna elke kamer was voorzien van mooie mozaïeken & fresco's. En het grote amphitheater (voor 25.000 personen) & de bibliotheek zijn ook behoorlijk goed bewaard.

Dit soort opgegraven steden liggen altijd tegen heuvels aan, en hoe groter de opgraving hoe groter de klimpartij. Dus na onze inspanningen waren we wel toe aan twee Diet Coke's (R) & bronwater + Turkse Koffie (L) in het slaperige (het was dan ook op het heetst van de dag) Selçuk, waar men niet opkijkt van een ooievaar meer of minder.

Op de foto's:
- linksboven : Loes op de binnenplaats van Villa Konak in kusadasi
- rechtsboven: Ephesus, de 'bibliothek van Celsus'
- linksonder : 'Intocht van Cleopatra' (32 maal daags), die hier een winter schijnt te hebben doorgebracht
- rechtsonder: L&R in de rol van Cleopatra & Marcus Anthonius (generale repetitie)

dinsdag 19 juli 2011

Turkije, dag 7 & 8

Gisteren hebben we niet zo héél veel uitgespookt. Vanuit Assos hebben we een kleine 200 kilometer de kust gevolgd (zuidwaarts), en begonnen toen om ons heen te kijken voor een volgende verblijfplaats. Omdat de temperatuur elke dag weer boven de 30 graden oploopt en de zon genadeloos aan een wolkenloze hemel staat te branden zoeken we een verblijf met mogelijke verkoeling door een zwembad of de zee, omdat het daar altijd wel wat waait. Stadje Ayvalik vonden we te druk. Net onder Ayvalik lag een kandidaat, gevonden op internet. Maar de 'Etap Altinel Hotel' bleek rondom het zwembad één grote kermis voor Turkse kindertjes met een constante discodreun & 'activiteiten-begeleiders'. Een ander hotel om de hoek was weliswaar rustiger, maar alleen te boeken in combinatie met drie maaltijden per dag (en het onrustige geroezemoes voor de lunch was net begonnen). Dan maar eens verderop proberen.

In Dikili hebben we uiteindelijk aangemeerd in het 'Sun Set Hotel', met zwembad, zand & zee voor de deur. Daar hebben we de rest van de dag gebruik van gemaakt. De tuin, grenzend aan zee was een prachtige plek om het avondeten te nuttigen, terwijl we de zon achter Lesbos zagen zakken.In de koelere avond komt het stadje tot leven. Veel eettentjes, cafe's en verkoopstandjes met van alles en nog wat met een hoog Wibra gehalte.

Deze ochtend zijn we naar Bergama afgereisd, vroeger Pergamon geheten. Gesticht door Lysimachus, een generaal uit het leger van Alexander de grote, in 300 voor Christus. Sindsdien een belangrijke stad tot enkele eeuwen na Christus, en behoorlijk goed bewaard (zeker beter dan Troje). In 200 v Chr. hadden ze er een bibliotheek die in omvang die van Alexandrië naar de kroon stak.

Zoals dat vroeger ging, zijn de mooiste stukken steen (beeldhouwwerk, mozaïeken) afgevoerd naar Westerse Musea. De complete 'Tempel van Zeus' hebben we onlangs nog gezien in het 'Pergamon Museum' in Berlijn. Nu hebben we dus ook de plek gezien waar die tempel eigenlijk hoort te staan.

De Akropolis van Pergamon lijkt uitgerust voor grote aantallen toeristen. Zo is er bijvoorbeeld een kabelbaan aangelegd om de top van de heuvel comfortabel te kunnen bereiken. Maar zo héél veel toeristen troffen wij er niet, en slechts een deel daarvan is 'allochtoon' (in deze context: niet-Turks. Natuurlijk troffen we wel een bus met de onvermijdelijke Japanners). Op de plaatsen waar we verblijven (Dikili, Assos, Iznik) treffen we eigenlijk helemaal geen 'allochtonen'. Dus hoewel Turkije tegenwoordig in de Top 3 van vakantiebestemmingen voor Nederlanders schijnt te staan, worden wíj nogal aangestaard, met onze lengte & 'witte' haren. Is niet erg.

Op de foto's:
- linksboven : de resten van de 'Tempel van Zeus', een deel staat in Berlijn
- rechtsboven: Loes op de Tempel van Dionysos
- linksonder : Ronald is klaar voor zijn voordracht (het vlekje onder het midden), maar er is geen publiek (er is\was toch ruimte voor 10.000 man)
- rechtsonder: zo gaan de meer behoudende locals te water.

zondag 17 juli 2011

Turkije, dag 6

Vandaag zijn we naar Troje geweest. Sommigen kennen het van Homerus, anderen van Sinead O'Connor en weer anderen van de gelijknamige film met Brad Pitt. Het is hoe dan ook een beroemde plek, waar zich zo'n 1700 jaar voor Christus een beroemd gevecht heeft afgespeeld. Lang heeft men gedacht dat Homerus de boel bij elkaar had verzonnen, maar Schliemann, een combinatie van archeoloog, schatgraver & charlatan was er van overtuigd dat Troje echt bestaan moest hebben, en hij dacht zelfs te weten waar hij moest zoeken. In 1870 begon hij met graven (op een manier die latere generaties archeologen flink hebben veroordeeld). En hij ging voortvarend te werk: een geul van (tot) 17 meter diep & (tot) 40 meter breed, dwars door de oude nederzetting. Daarmee kwam hij, zonder dat hij het doorhad, niet terecht in het Troje van Hector (1700 voor Christus) maar 5 Troje's daarvoor (2950 voor Christus). Het goud dat hij daar vond smokkelde hij het land uit en hing hij om zijn vrouw (een Griekse postorderbruid), hetgeen een beroemde foto heeft opgeleverd.

Van Troje staat niet zo héél veel meer overeind, maar het is toch een inspirerende plek om gezien te hebben. Na een lunch in Canakkale hebben we in de middag wederom de koude zee getrotseerd.

Op de foto:
- links: Ronald In het houten paard (replica, het origineel had geen ramen)
- rechts: Loes in de hoofdstraat van Troje VI

zaterdag 16 juli 2011

Turkije, dag 4 & 5

Na Iznik wachtte ons een lange rit (zo'n 380 kilometer). Soms over rustige tweebaanswegen, met links en rechts grote en nog grotere vijgenbomen en olijfgaarden, af & toe ook met een stukje snelweg, en ja, ook hier kennen ze files (dat zal misschien te maken hebben met de weekeind-uittocht op vrijdagmiddag). Dat de doorgaande wegen hier vaak nog pal door het cenrum van steden & dorpen lopen, helpt ook niet echt. En op een tweebaasnweg achter een trage vrachtwagen is helemaal een ervaring: de juiste levenshouding voor een dergelijke situatie is natuurlijk om flegmatiek je lot te aanvaarden en te wachten op betere tijden (i.e. een stukje vierbaans, een inhaalstrook, een lang recht stuk zonder tegenliggers, dat soort dingen). Dat is echter (veel) te veel gevraagd van de Turkse Automobilist. Al snel wordt niet de trage vrachtwagen als het probleem gezien, maar jíj, die hardnekkig weigert er langs te gaan. Dus gaat de Turke Automobililst, waar mogelijk, naast je rijden, en begint je naar rechts te drukken als hij moet uitwijken voor de tegenligger die onvermijdelijk opduikt uit die onoverzichtelijke bocht.

Genoeg daarover. De moeite loonde want aan het eind van de middag kwamen we aan in Assos, een kleine pitoreske havenplaats uit Byzantijnse tijden, waar we een hotel hadden uitgezocht. Ze hadden nog plek, maar alleen voor gasten die ook meteen voor het avond-eten inschreven, en dat alles tegen een niet zo vriendelijke prijs. Nu ja, na onze lange rit (en halsbrekende capriolen om het hotel uberhaupt te bereiken in de voor auto's veel te nauwe straatjes van het dorpje), hebben we dat maar gedaan. Het pand is bijzonder sfeervol (minstens 500 jaar oud) maar wel met erg dikke muren & kleine ramen (want dat was in die tijd waarschijnlijk handig tegen de piraten). En met de zee (koud!!!) voor de deur en een zwembad (waar we meteen gebruik van hebben gemaakt).

De volgende ochtend hebben we eerst Behramkale verkend (eigenlijk het zelfde dorp als Assos, maar dan het deel ervan dat op de heuvel ligt en niet aan het water). Prachtige uitzichten vanaf de Tempel van Athena (nu niet meer in goede doen) op de Egeïsche zee en het Griekse eiland Lesbos, dat hier pal voor de deur ligt. Je kan je voorstellen dat Turkije hebberig naar die Griekse eilanden kijkt, als je ziet hoe dicht ze bij het Turkse vasteland liggen (en hoe ver van het Griekse vasteland). En daarna een ander hotel uitgezocht, ditmaal in Kadirga, een plaatsje langs het vlakke strand dat net ten oosten van Assos ligt. Maar ja, in dit deel van het land is het blijkbaar gebruikelijk om accomodatie & avondmaal in één keer te regelen, want ook in Hotel Troy moeten we er weer aan geloven. Mogelijk komt dat omdat deze omgeving geheel op Turkse vakantiegangers is gericht?

Na een rondrit door de omgeving hebben we de middag in & aan zee doorgebracht. Het duurde best even voor we 'door' waren, want zo warm is die Middelandse Zee hier helemaal niet! (hoewel, één minuut later ben je het vergeten). Het weer boven water is echter hééél warm.



Op de foto's:
- linksboven : de haven van Assos
- linksonder : wat er rest van de Tempel van Athene in Behramkale. Op de achtergrond Lesbos
- rechtsboven: Het überslaperige dorpje Dalyan, waar je met het enkele woord 'salata' een heel aardige lunch blijkt te kunnen bestellen
- rechtsonder: Loes op de trimbaan van het Troy Hotel; dit toestel is voor de heupen (hoewel niet nodig!!)

donderdag 14 juli 2011

Turkije, dag 3

Onze laatste avond in Istanbul hebben we doorgebracht op de Istiklal Cadessi, de hipste straat (autovrij) van het hipste deel van de stad. De gemiddelde leeftijd hier is minstens tien jaar lager, en hoofddoekjes kom je hier, in tegenstelling tot andere delen van de stad, niet tegen (laat staan burka's). Maar des te meer 'flagship-stores' van Nike, Adidas, Puma, diverse andere kledingmerken, Telecom-shops, nachtclubs (naar het schijnt, toen waren wij al weer weg), Starbucks, Starbucks-klonen in diverse varianten, en oh ja, toch ook nog enkele kebab-tenten.

Deze ochtend zijn we eerst per taxi teruggekeerd naar Sabiha Gökcen Airport, om daar onze huurauto op te pikken. En van daar zo'n 150 kilometer verder, eerst over een zesbaans-tolweg langs grote havencomplexen, raffinaderijen & cementfabrieken, maar allengs over een slingerende landweg, naar Iznik, een slaperig provincieplaatsje aan het 'Meer van Iznik', ten zuid-ossten van Istanbul. Maar, hoe slaperig ook, het staat er al 3000 jaar. De eerste hoogtijdagen speelden zich af in de Romeinse tijd, maar het echte hoogtepunt kwam ergens in de 4e eeuw na christus, toen het hier Nicaea heette, en toen een aantal Bijzantijnse kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders ter plaatse voor eens & altijd heeft vastgesteld hoe de onbevlekte ontvangenis precies in haar werk is gegaan. Boeiende bijeenkomst moet dat zijn geweest.

Affijn, er staat nog een ruine van een héél oud kerkje, ook al weer Hayia Sofia geheten. En verder zijn er stadswallen uit de 6e eeuw, een moskee uit de 14e eeuw en een 'buurt-museum'. De lokatie aan het meer is prachtig. Maar het zijn alleen de Turken zelf die hier (in niet zo heel grote getale) naar toe komen voor waterpret & tourisme. Als witjes worden we regelmatig vriendelijk begroet, als waren we een bijzondere verschijning.

Op de foto's:
- links : Yesil Cami (moskee), de minaret is bekleed met 'Iznik Tegels', een plaatselijke specialisme
- midden: Ronald met 'New Best Friend Forever', de ober van een plaatselijk cafe
- rechts: Loes onder de 'Lefke Gate' in de oude stadswal

woensdag 13 juli 2011

Turkije, dag 2

We hadden gisteravond een restaurant uitgezocht gevestigd op een dakterras vlak bij ons hotel in de wijk Sultanahmet, met een fabuleus uitzicht over de Bosporus, de Gouden Hoorn, het Topkapi-paleis en Hayia Sofia. En hoewel we er behoorlijk vroeg waren voor lokale begrippen, konden we alleen nog terecht aan twee tafeltjes in het midden van het dakterras, want alles langs de rand bleek al gereserveerd. Desondanks een prachtige zonsondergang over de stad, met mezes & kebab onder handbereik.
 
Het is vandaag wat meer bewolkt dan gisteren, en het lijkt ook wel wat benauwder. Prima weer dus voor een boottochtje op de Bosporus. En zoals dat gaat met City-Tours van bedenkelijk allooi, word je eerst van hot naar her gesleept in walmende & gammele bussen om mede-slachtoffers op te pikken of af te leveren bij hun hotel. Maar toen de boot dan eindelijk vertrok, was het toch wel een erg mooie tocht langs de oevers van de stad, met aan de ene kant van de Gouden Hoorn het oude Europese deel, aan de andere kant van de Gouden Hoorn het 'nieuwe' Europese deel, en tegenover beide, aan de andere kant van de Bosporus, het Aziatische deel. Tesamen goed voor 20 miljoen inwoners (en groeiende). Als kers op de taart werden we ook nog naar het theehuis van Pierre Loti gesleept op een fraai gelegen heuvel aan de noordkant van de Gouden Hoorn. Pierre Loti was een Fransman, die wereldberoemd is in Istanbul & omstreken (en iets minder beroemd in Frankrijk, en in het geheel niet beroemd in de rest van de wereld), omdat hij kwam voor twee jaar maar uiteindelijk 15 jaar is gebleven, terwijl hij ondertussen allerlei boeken over de stad & het land schreef. In die tijd (late 19e eeuw) kwamen er blijkbaar zó weinig westerlingen dat er hele heuvels & theehuizen naar hem vernoemd werden. Dat is nu wel anders; het ziet er niet naar uit dat hier een bestaande straat zal worden hernoemd in 'Jongeneel Cadessi' naar aanleiding van ons bezoek hier.
 
We waren nog half van plan in de middag het Topkapi Paleis & Museum te bezoeken, maar zelfs in de middag was de rij ontmoedigend lang. Dus zijn we uitgeweken naar het mausoleum van de Hayia Sofia (ook mooi, en zo goed als leeg) en de Astara Bazaar, meer gericht op de rijkere verzamelaar dan op de souvenirjager, die heel goed in de Grand Bazaar terecht kan.
 
Op de foto's:
- linksboven : zicht vanaf de Gouden Hoorn op de Süleymaniye Moskee
- rechtsboven: Ronald wacht op de lunch
- linksonder : Werk aan de lunch
- rechtsonder: Loes met op de achtergrond een Peter Ustinov lookalike (zoals hij er uit zag in de 'Oriënt Express'. Of was het 'Death on the Nile'?)

dinsdag 12 juli 2011

Turkije, dag 1

Het is 23 jaar geleden dat we hier waren, en onze hotelier vond dat dat niet meer telde, en dit dus onze eerste keer in Istanbul is. Ok, wij gaan daarin mee, want de stad is in die tijd enorm veranderd. De oude spullen (Hayia Sofia, Hippodrome, Blauwe Moskee) zijn er natuurlijk nog wel, maar het straatbeeld is veel 'hipper' geworden. Geen zwervers rondom een ton met een vuurtje, maar terrassen, flaneurs, en trouwens ook heel veel touristen.
 
Ons eerste plan was om in de ochtend de Hayia Sofia te bezoeken, maar de rij wachtenden ging net na negenen al een heel eind de hoek om. En bij de Blauwe Moskee was dat al niet anders. Dan eerst maar eens via het Hippodrome naar de Grote Bazaar. Het Hippodrome was sinds de stichting van de stad (330 a.d.) het centrale plein, waar natuurlijk paardenrennen werden gehouden, maar dat ook uitstekend geschikt bleek voor opstootjes die regelmatig ontaardden in revoluties die menige keizer de kop hebben gekost. Het plein stond ooit vol met beelden & obelisken, maar dat was vóór de 4e kruistocht hier huis hield. Die was weliswaar vertrokken met het plan om het beloofde land te heroveren op de moeselmannen, maar uiteindelijk bleek het wel zo eenvoudig om de (christelijke) stad Constantinopel te plunderen en voldaan huiswaarts te keren.
 
In de Grote Bazaar word je wel meteen in het diepe gegooid voor wat betreft het negeren van opdringerige verkopers (in dit geval van tapijten, schoenen, leren jassen, etcetera, etcetera). De bazaar bevindt zich in een prachtig middeleeuws bouwwerk (neergezet in de tijd van Mehmet, die Constantinopel in 1453 veroverde en er een islamitische stad van maakte), waar in de loop der eeuwen van alles aan is verbouwd & toegevoegd. En het is fantastisch om er rond te dwalen, al hebben we eigenlijk niets gezien wat we het kopen waard zouden vinden, want men richt zich hier erg op de medemens die houdt van luid, duidelijk & veel. Nou ja, een flesje water hebben we wel aangeschaft.
 
Daarna naar de ondergrondse waterreservoirs die al stammen uit de tijd van Justinianus (537 a.d.). Een vreemd buitenaards sfeertje, zo net onder het wegdek van een belangrijke doorgaande weg in de buurt van het Hippodrome. En daarna toch maar aangesloten in de rij bij de Hayia Sofia. En het viel mee, want de boel liep aardig door. Dus konden we na een minuut of 25 toch terecht in wat de Lonely Planet noemt 'One of the truly great buildings of the world'. En dat is niets te veel gezegd. Een enorme koepel, boven een enorme zaal, al meer dan 15 eeuwen oud. Prachtige mozaïeken, hier en daar deels verwoest in de strijd van 1453, en een hele aparte lichtinval door de honderden ramen. De Blauwe Moskee, die 200 meter verderop staat en vrijwel net zo groot is, haalt het er toch niet bij, want slechts 400 jaar oud en lang niet zo sfeervol. Hierna ook nog de Spice-Bazaar bezocht, waar niet alleen kruiden zijn te krijgen maar nog veel meer lekkere dingen als 'Turkish Delight'. Een beproeving om hier uit te komen zonder al te veel snoepgoed aan te schaffen. Maar een beproeving die je doorstaat maakt je sterker.
 
Op de foto's:
- links: zicht op de Blauwe Moskee vanuit Hayia Sofia
- rechtsboven: eenzame ijsverkoper, laat op de avond
- rechtsonder: Loes koopt jasmijn(bollen)thee in de Spice Bazaar

vrijdag 8 juli 2011

Het Plan


Goed, Dit is het plan voor de komende weken.

Maar alleen A & J staan vast, en aangezien we een TomTomloze periode tegemoet gaan, is het nog de vraag wat er terecht komt van B tot & met I.

We gaan het zien.

maandag 21 februari 2011

Singapore (part 3 of 3)

Het was eerst even schrikken (verkeerde straat ingelopen), maar ons favoriete restaurant in Singapore ('Madras New Woodlands') bleek nog steeds te bestaan, 18 jaar na ons eerste bezoek. En als vanouds ontving de éminence grise ons bij de ingang, om daarna het verdere werk zoals het opnemen van de bestelling aan het voetvolk over te laten, terwijl hij een beetje aan de foodcounter hing of bij de kassadame (waarvan wij vermoeden dat het zijn vrouw is). Zoals 'gebruikelijk' namen we een VIP-thalis, een verzameling kleine vegetarische schotels met rijst & brood. Heerlijk, heerlijk.

Dit is onze laatste reisdag. We krijgen nog een reisnacht van een uur of 14, maar die zouden we best willen overslaan. De laatste uren hebben we besteed aan een relaxt bezoekje aan Singapore Zoo, ook al een oude bekende, en de beste dierentuin ter wereld. Weliswaar slaat ook hier de verpretparking een beetje toe, met wild-water-attracties voor thrillseekers en zo, maar voor de rest lijkt het nog steeds alsof de dieren zo'n beetje los rond lopen (en voor sommigen, zoals de luiaard & lemuren, is dat ook min of meer zo. En bij anderen, zoals de witte tijger, denk je 'is dat slootje écht breed genoeg?').

Nog een klein ommetje door Chinatown, hier om de hoek van het hotel, nog één avondmaal, en dat zit het leuke deel er helemaal op. Dan kunnen we ook weer eens stoppen met bloggen hier. Het was moooooooooooooooooooooooooooooooi.

Bij de foto's:
- boven, links: meneer New Woodlands(?) met bril en met zijn vrouw(?)
- boven, rechts: Ronald probeert zonder succes te binden met een lemuur.
- onder: In Chinatown is het nog steeds nieuwjaar, getuige de versieringen.

zondag 20 februari 2011

Singapore (part 2)

Ons hotel ligt aan de Singapore River, één van de weinige autovrije voetgangersgebieden van de stad. Op deze zondagochtend bleek er een 'urbiathlon' van het maandblad 'Men's Health' gaande, zodat we ons, als enige wandelaars, een weg moesten banen door een wedstrijdparcour waar we voortdurend gepasseerd werden door joggende / waggelende / uitblazende mensen in renners-outfit. Na enige tijd kwamen we aan bij (het standbeeld voor) de stichter van Singapore, Sir Stamford Raffles. Met een zekere arrogantie & distantie kijkt hij uit over het kapitalistisch wonder dat uit zijn acties is ontstaan. En zijn standbeeld is niet het enige: op steeds meer plaatsen in de stad verschijnen bronzen beeldengroepen als een soort motivatie-posters in 3D. Naast Raffles gaat het om een niet héél erg geslaagd ensemble met de titel 'Ode aan de handel', betaald door Exxon Mobil.

Ons eerste doel van vandaag was een bezoek aan het uitzichtsplatform op de oversized surfplank die op 200 meter hoogte de drie torens van The Marina Bay Sands (zie foto van gisteren) verbindt. De lift er naar toe is zó snel (36 seconden) dat je enigszins woozy uitstapt, maar gelukkig is de afscheiding (van glas) boven hoog genoeg om ongelukken te voorkomen (maar ook weer niet heel érg hoog trouwens). Het uitzicht is adembenemend-achtig, zelfs op een niet-heldere dag als deze.

Daarna door naar de Botanische Tuin, dat op een zondag ook een populaire picknickspot is voor Singaporis. Ze ligt (zowat) aan het begin van Orchard Road, de langste & meest winkele van alle winkelstraten in een stad die grotendeels gewijd is aan winkelen. Louis Vuitton levert hier de hectometerpaaltjes, en daar tussenin staan zijn 'broeders in het kwaad' zoals Dolce & Gabbana, Emporio Armani, Gucci, Patek Phillppe, etc, etc, etc. Wie koopt toch al dat dure spul?

Vanavond gaan we naar Little India, naar 'Madras Woodlands', een Indiaas restaurant dat we, als het nog bestaat, nu voor de vijfde keer zullen bezoeken. We zijn benieuwd of de oudere heer met loeizwaar brilmontuur & jambodems er weer is om ons de specialiteit van het huis aan te prijzen.

Bij de foto's:
- boven, links: Sir Stamford Raffles overziet wat hij heeft aangericht
- boven, rechts: Ronald geeft een 'Ode aan de handel'
- onder: Loes leunt nonchalant op de glazen afscheiding van de surfplank van de Marine Bay Sands, met het Central Business District op de achtergrond.

zaterdag 19 februari 2011

Singapore

Vroeg wakker, het is immers in Australie al een stuk later. Chinatown wacht op ons (hoewel? Dat blijkt op zaterdagochend ook wel mee te vallen). Het weer is hier echt anders dan we de laatste tijd gewend zijn. Drukkend & benauwd, of de zon nu schijnt of niet (meestal niet). Buiten zijn we dus al snel klam, en binnen airco-kil. Op weg naar de bekenste & oudste Chinese tempel in de stad (de Thian Hock Keng Temple), struikelen we over een geheel nieuwe tempel, die nóg groter is en nóg glimmender (maar ja, wel nieuw): de Buddha Tooth Relic Temple. Het is er ook een stuk drukker, want men houdt hier van nieuw, zo blijkt telkens weer. De laatste keer dat we hier waren, drie jaar geleden, was Marine Bay een niet langer gebruikt havenbassin, waarvan men één hoekje tot nieuw leven had pogen te brengen met de bouw van twee theaters in de vorm van Durians (een durian is een Aziatische fruitsoort die je echt niet wilt proeven. Er zijn genoeg hotels in bijvoorbeeld Maleisie waar in de liften staat dat het verboden is om daarin durians te vervoeren, vanwege de penetrante & slechts langzaam slijtende geur). In die drie jaar zijn er heel wat nieuwe bouwwerken bijgekomen, en is een ommetje om het bassin een geliefd tijdverdrijf voor Singapori op hun vrije zaterdag. Het meest bijzondere bouwsel, The Marina Bay Sands, bestaat uit drie gewelfde torens, die op zo'n 200 meter hoogte verbonden zijn met een een oversized surfplank, waarop een zwembad & palmbomen zijn te vinden. Fascinerend dat hier zo kort geleden niets stond, en nu dit. Dat gaat in onze overlegcultuur toch heel anders. De boetes voor ongewenst gedrag zijn nog steeds draconisch (600 euro voor fietsen in de voetgangerstunnel bijvoorbeeld). Maar toch zien we tegenwoordig ook veel locals door rood lopen. Geheel nieuw.

op de foto's:
- boven: The Marina Bay Sands (links) & The Art Science Museum (rechts, twijfelt men nog tussen art & science?)
- onder, links: Loes zoekt een nieuwe beschermheilige uit in de Buddha Tooth Relic Temple (keuze uit honderden)
- onder, rechts: Temple Street, Chinatown. Overblijfselen van nieuwjaarsfeesten.

vrijdag 18 februari 2011

Naar Singapore

Onze laatste dag in Australie begon, zoals aldoor in de Blue Mountains, met een koor van krijsende kakatoe's die de nieuwe dag begroeten. Ze nemen trouwens elke avond met evenveel kabaal afscheid van de dag. Een korte wandeling in de buurt van onze B&B leerde ons, dat alle (tientallen) kakatoe's die er in de wijde omtrek zijn, allemaal bij ons om de hoek wonen, dus we zitten op een uitgelezen lokatie om van hun tweedagelijkse concert te kunnen genieten. Het gastenboek van ons verblijf bevatte onder andere het volgende juweel: 'We enjoy. Thanks for all.' Een adequate samenvatting van ons verblijf in Australie, hoewel grammaticaal niet geheel vlekvrij.

Omdat onze vlucht in de namiddag zou (moeten) vertrekken, hebben we nog wat tijd doorgebracht aan de kust onder Sydney, nabij Botany Bay, de plaats waar de langzamerhand onvermijdelijke Captain Cook in Australie aan land is gegaan. Daarna bleek dat onze vlucht naar Singapore, zoals verwacht, langer duurde dan verwacht. Het toestel was niet op tijd beschikbaar door 'Maintenance issues'. We mochten verder zelf invullen wat voor 'issues' dat zouden kunnen zijn en of je je daar zorgen over zou willen maken of niet. Eenmaal aan boord bleek dit onze eerste vlucht met een Airbus A380, en die zits iets ruimer dan eem Jumbo (althans, bij Qantas). De meest fascinerende optie van het Entertainment System was de 'SkyCam', een camera die hoog in de staartvin van het toestel is ingebouwd en naar voren kijkt. Je kunt in je stoel dus in real-time meekijken over het toestel heen, en ziet dus ongeveer wat de piloten ook zien. Heel leuk, vooral aan het begin en het eind van de vlucht. Daar tussenin is het wel heel erg Zen.

Uiteindelijke kwamen we om middernacht aan in Singapore, meestal niet het beste tijdstip. Maar hier is alles efficient geregeld. Paspoortcontrole, 1 minuut. Wachten op je bagage, 3 minuten. Zorgen voor Singapore Dollars, 1 minuut. Taxi regelen, 1 minuut. Ritje naar het hotel, 20 minuten. Inchecken, 3 minuten. Al met al lagen we dus rond 1 uur in bed. Maar wel uitgewoond, want naar Australische maatstaven (en daar gedroegen onze lichemen zich nog naar) was het natuurlijk al vier uur in de nacht. Morgen meer Singapore.

Bij de foto's:
- boven: onze kakatoe's in de Blue Mountains
- onder: zonsondergang aan boord.

dinsdag 11 januari 2011

Hong Kong, part III

Nog een kort bericht van het vliegveld, waar men Free Wifi blijkt te hebben. Onze laatste dag in HK hebben we o.a. doorgebracht in de Botanische Tuin, die dan wel niet de mooiste is die we ooit hebben gezien, maar waar men wel een mooi standbeeld van King George heeft staan (degene die Edward mocht opvolgen omdat die niet langer mocht na zijn huwelijk met een gescheiden vrouw). Daarna voor de laatste keer met de Star Ferry terug naar Kowloon. En nu in afwachting van weer een nacht in het vliegtuig.

Foto boven: Ronald doet King George na.
Foto onder: De Star Ferry, in dit geval van Wan Chai (exhibition Centre) naar Tsim Shat Sui (Kowloon).