Posts tonen met het label Nieuw Zeeland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nieuw Zeeland. Alle posts tonen

vrijdag 11 februari 2011

Christchurch

Onze laatste rit in NZ, en een lange, van Mount Cook naar Christchurch, zo'n 350 kilometer. Deze ochtend blijkt het niet altijd feest bij Mount Cook, want de bewolking ligt zowat op de grond, en er is geen berg te zien. Niet erg om te vertrekken dus. En dat doen we vroeg, zodat we Christchurch nog wat kunnen verkennen. Na een moeizame kennismaking met het eenrichtingsverkeer & geblokkeerde straten (nog steeds als gevolg van de aardbeving van vorig jaar en de daaruit voortvloeiende herstelwerkzaamheden) van Downtown-Christchurch, kwamen we aan in ons hotel. Daar hebben we een kamer met 'Cathedral View', al moet je daar wel een knik voor in je nek leggen. De kathedraal, hoewel spiksplinternieuw naar Europese begrippen - 1881 - is het belangrijkste bouwwerk van de stad. Er is op veel plaatsen nog schade te zien van de aardbeving. Veel 'historische' panden (een jaar of 100 oud) hebben schade opgelopen, een ballustrade die gestut moet worden, een ingezakt dak, een extra verstevigde muur. Hier & daar is een pand geheel verdwenen, of wordt op dit moment afgebroken. Het riviertje dat door de stad meandert, de Avon, kan alleen bevaren worden met ultra-platbodems. Hier & daar zie je iemand in het water staan, dat dan meestal niet verder rijkt dan halverwege het onderbeen. Maar ultra-platbodems zijn er, met mannen in strohoed achterop ('punters') die als een soort NZ-se gondeliers de meer traditionele toeristen rondleiden op het water. De plaatselijke tramlijn, ook al vooral bedoeld voor toeristen, is aan de buitenkant behangen met 'bloemenpracht'. Dat is dus nogal braaf allemaal, maar een vreemde combinatie met het trage herstel van de beschadigde bouwwerken. Toch erg genoeglijk om een middagje doorheen te struinen, vooral in de Botanische Tuin (prachtige oude bomen) en ook in de Christchurch Art Gallery, die nét vorig weekeinde hun meest succesvolle tentoonstelling ooit hadden afgesloten, maar dat was van een artiest waarvan we indertijd in Melbourne al een expositie hadden gezien (Ron Mueck). En daarmee moeten we het dan doen, want dit is ons laatste bericht uit Nieuw Zeeland. Wordt binnenkort vervolgd uit Sydney, Blue Mountains & Singapore.

Bij de foto's:
- boven: Loes aan de oevers van de Avon, terwijl de punter puntert.
- onder, links: Captain Cook, neergezet in Victoria Park, heeft tegenwoordig niet zo'n mooi uitzicht als op zijn vroegere reizen.
- onder, rechts: Christchurch Art Centre (voor zover zichtbaar).

donderdag 10 februari 2011

Mount Cook

We werden vanochtend wakker met een plaatselijk natuurverschijnsel op ons balkon: de Kea. Een soort Alpine papagaai, die alleen in de bergen van NZ voorkomt, en mede bekend is om zijn lawaai. Daarna gingen we op pad voor de meest populaire dagtrekking hier, de 'Hooker Valley Walk' (een minder gelukkige naam). Ze begint op de plek waar het oorspronkelijke Hermitage Hotel stond (wij verblijven in de derde incarnatie van dit hotel, die op een wat veiliger plek is neergezet). Dat is al in 1884 gebouwd, maar in 1913 weggespoeld nadat het 16 dagen onafgebroken geregend had. Het pad leidt naar de Hooker Valley, de plek waar de Hooker Glacier overgaat in een ijsrivier, en de Hooker Glacier is de gletsjer die van Mount Cook afrolt, dus groot & hoog. Prachtige wandelroute, wél redelijk druk, maar dat geeft je de kans om tegenliggers op het hier & daar smalle pad voor te laten gaan en 'You are welcome' te zeggen. Hier & daar ook niet zo eenvoudig, met twee smalle hangbruggen, en delen van de route die over steenlawines klauteren, of pad & bergbeekje inéén (hoppen van steen naar steen, natte voeten bij een inschattingsfout). Het weer is echter erg goed, net als gisteren, de vergezichten zijn ongelooflijk helder. Vier uur hard werken, dus daarna eerst even lekker de schoenen uit.

Bij de foto's:
- boven: Loes in de Hooker Valley, Hooker Glacier & Mount Cook op de achtergrond
- onder, links: Ronald op de hangbrug (als je héél goed kijkt: de 2 verticale pixels in het midden)
- onder, rechts: Ronald in gesprek met Sir Edmund Hillary (die niets terug zegt; de wijze zwijgt, de dwaas vraagt?)

woensdag 9 februari 2011

Naar Mount Cook

Aangezien het vandaag weer een heldere dag was, hebben we in de ochtend nog de tuin van het kasteel verkend. Daarna zijn we naar Mount Cook vertrokken, eerst nog langs de kust, maar al snel langs grote langwerpige glestsjermeren, het binnenland in. Het is een vreemde gewaarwording om in een bergachtig landschap te rijden, maar wel op kaarsrechte wegen (die langs de kaarsrechte oevers van de kaarsrechte gletsjermeren lopen). En al snel zie je in de verre verte Mount Cook overal bovenuit torenen met z'n 3700 meter. Uiteindelijk zijn we, in Mount Cook Village, hemelsbreed niet zo ver van de Franz Josef gletsjer & de Fox gletsjer waar we een week geleden over schreven, alleen nu aan de andere kant van de bergrug (Southern Alps).

Voor de deur van ons hotel staat een lelijk bronzen beeld van Sir Edmund Hillary in een outfit die het midden houdt tussen een padvinder & Kuifje (toegegeven, daar zit al niet veel verschil tussen). Hillary heeft deze berg in 1948 beklommen (niet als eerste overigens), als een soort oefening voor zijn latere tocht naar de top van Mount Everest (wél als eerste). Vlak voor zijn dood heeft hij het plaatselijke naar hem vernoemde Activity Centre kunnen inzegenen, waar men 3d-films vertoont & glazen kiwi's verkoopt. Nee, Mount Cook Village is geen verstilde oase van rust & onthechting (heel veel Chinezen hier ook trouwens, heeft dat met elkaar te maken?). Maar zodra je een wandeling in de omgeving gaat maken, zoals naar het begin van de Tasman Glacier, valt al die onzin weg. Tasman is in zoverre bijzonder, dat het uiteinde van de gletsjer verscholen gaat onder een laag rotsen (langs de rand) en een meer in het midden. Het is niet zonder meer evident dat zich onder dat alles 200 tot 600 meter ijs bevindt, die meer dan een meter per dag voortkachelt. Fascinerend. Vanuit onze hotelkamer hebben we zicht op Mt Cook die er in het avondlicht ook heel indukwekkend uitziet.

Bij de foto's:
- boven: Tasman Glacier met meer, waarin af & toe plotseling een ijsberg opduikt.
- onder, links: eerste zicht op Mount Cook (een kilometer of 70).
- onder, rechts: de zelfde ijsschots als in de bovenste foto. Het gele vlekje is een rubberboot met 10 mensen aan boord.

dinsdag 8 februari 2011

Naar Dunedin / Otago Peninsula

Vandaag hebben we Fiorldland verlaten, en zijn we overgestoken naar de Oostkust van het Zuider-eiland. In theorie komt al het weer in NZ uit het Westen, en verliezen de wolken dus al hun water (als regen) als ze tegen de bergen aan de Westkust botsen, waardoor het aan de Oostkust een stuk droger is. Maar ja, dat is ook maar theorie, blijkt vandaag. We overnachten op het Otago-schiereiland nabij Dunedin, in een lodge die in oude stijl is opgetrokken naast een heus kasteel. Larnach Castle is voor NZ-se begrippen enorm oud, namelijk uit 1873, en op het hoogste punt van het schiereiland neergezet door een nouveau-riche bankier die daarmee indruk wou maken op zijn vrouw van adelijke komaf (hetgeen naar verluidt niet gelukt is). Een prachtige semi-kitscherige omgeving, met mooie vergezichten, waar we ook tijdens het avondmaal, samen met de andere lodge-bewoners aan één grote tafel, uitgebreid van hebben genoten. De uitweidingen van de gastvrouw (tussen hoofdgerecht & toetje) over de familiebeslommeringen waren mischien zelfs wel iets té uitgebreid, zeker waar zij haar verhaal onderbrak met uitspraken als 'Oh no, I got that completely wrong. Lets go back a bit'. Het feit dat je het gehele complex, en de gehele tuin, voor jezelf hebt na sluitingstijd is erg bijzonder.

Vóór die tijd zijn we nog snel afgedaald naar Sandfly Bay, om te kijken of we ('yellow-eyed') pinguins konden spotten of zeeleeuwen. In vol ornaat, voorbereid op welk weer dan ook, zijn we naar & over het strand gestruind, waarbij de capuchons het zicht zó belemmerden dat we bijna struikelden over de eerste zeeleeuw, die we voor een dood stuk hout aanzagen. Daarna alsnog met een grote boog omheen, want hij was erg groot. Na lang zwoegen kwamen we aan in een observatie-hut op enige afstand van dat deel van het strand waar de pinguins aan land zouden moeten komen. Na een vergeefs kwartiertje turen, en de geleidelijke acceptatie dat de pinguins vandaag niet voor ons waren weggelegd, keerden we terug naar het toegangspad van het strand, alwaar zich inmiddels 3 pinguins bevonden (die zich aan de 'verkeerde kant' van de baai bevonden). Onderweg hadden we nóg twee zeeleeuwen gespot (zonder er over te struikelen). Al met al een geslaagde (en natte) natuurwandeling.

Bij de foto's:
- boven: uitzicht vanuit de Larnach Lodge
- onder, links: Larnach Castle
- onder, rechts: Loes & zeeleeuw (rechts)

maandag 7 februari 2011

Te Anau - Milford Sound

Vandaag hebben we de Milford Sound bezocht. Ze is bekender dan Doubtful Sound, maar dat zou best eens kunnen komen omdat ze beter toegankelijk is: je rijdt er naar toe (120 kilometer enkele reis, via een doodlopende weg met een tunnel met éénrichtingsverkeer waarvan de stoplichten slechts één maal per 15 minuten van kleur veranderen) en stapt op een boot (dus heel wat anders dan gisteren). Er zijn hier dan ook héél wat meer mensen, boten, vliegtuigen & helicopters. Je kunt zelfs espresso krijgen bij de jetty. Maar al deze menselijke activiteit verdwijnt al snel in het niet zodra het schip vertrekt.

Het weer werkte vandaag mee, dus kregen we nu wel de vergezichten waar we ook gisteren al op gehoopt hadden maar toen niet kregen, en iets minder watervallen (maar die hebben we nu wel genoeg gezien voor de rest van ons leven, schat ik zo in). Ook hier bergen die vrijwel loodrecht uit zee oprijzen tot een hoogte ver boven de duizend meter, met een bos dat zich daar aan vast poogt te klampen, hetgeen vaak maar niet altijd goed gaat. Vandaag ook meer geluk met het zien van zeeleeuwen.

Een omgeving die gemaakt lijkt om je nietig te laten voelen (maar dan 'lekker' nietig).

Op de foto's:
- boven: Mitre Peak, Milford Sound
- onder, links: Loes & Ronald hebben, na lang wachten, ook hun moment op de voorplecht
- onder, rechts: twee platte stukjes in Milford Sound, beide ingepikt door zeeleeuwen

zondag 6 februari 2011

Te Anau - Doubtful Sound

Dit is vermoedelijk de meest natte dag van ons leven. We zijn vroeg op pad gegaan om de Doubtful Sound te bezoeken, een zeer afgelegen fjord met plaatsen waar 16 meter regen per jaar valt. Dus dat het niet de gehele dag onbewolkt zou zijn, was wel te verwachten (16 meter regen per jaar is ruim 4 centimeter per dag). Aan de andere kant hadden we er ook niet op gerekend dat dit één van de natste dagen zou worden die de schippers hadden meegemaakt.
Het begon nog redelijk onschuldig met een lichte miezer gedurende ons eerste transport, een korte busrit van Te Anau naar Manapouri, een (nog kleiner) plaatsje waar de eerste boot op ons lag te wachten. Die boot voerde ons in een klein uur, onder steeds dreigender luchten, en door de hoge snelheid flink bonkend op de golven, van de ene naar de andere kant van Lake Manapouri. Dan heb je de bewoonde wereld al wel een kilometer of 40 achter je gelaten. Het enige wat wacht bij de aanlegsteiger, is een waterkrachtcentrale, waar NZ'ers heel trots op zijn (laten we zeggen, hun Delta-werken), en een weg van een kilometer of twintig, die met enorme inspanning is gerealiseerd en er alleen is neergelegd om (in de jaren 60) die waterkrachtcentrale te kunnen bouwen. Die weg sluit dan ook nergens op aan; je kunt 20 kilometer heen (over een bergpas), om te arriveren bij het begin van de Doubtful Sound, en 20 kilometer terug. Alles wat hier rijdt moet met veel moeite per platbodem aangevoerd worden uit Manapouri (en alles wat moet worden gerepareerd moet per platbodem teruggebracht worden naar Manapouri). Hier regende het al wat meer.

Alvorens we per (volgende) bus verder trokken naar de Doubtful Sound, kregen we, of we nu wilden of niet, een korte rondleiding door de centrale. Die draait op het feit dat het meer 200 meter hoger ligt dan de zee. Men heeft 7 enorme 'afvoerputten' geboord in het meer. Het neerstortende water wordt onderin die tunnels opgevangen in turbines die 14% van de NZ-se elektriciteit opwekken. Dit technologisch vernuft kan met de bus worden bezocht: die rijdt in een spiraalvormige tunnel de berg in, om een kleine 200 meter lager, zo'n beetje op zee-niveau, uit te komen bij de turbinekamer, waar een vriendelijke oudere heer het bouwvakkerspet & oranje hesje op ons wacht voor een korte uitleg. Hij is (in het weekeinde) één van de twee aanwezige werknemers. Zelden zoveel steen om me heen gevoeld als hier, gelukkig snel weer via de zelfde spiraal naar buiten.

Na 20 kilometer met de tweede bus kwamen we dan eindelijk aan bij de Doubtful Sound. De naam stamt van Captain Cook, die het 'doubtful' vond of hij de zeearm nog weer zou kunnen verlaten, mocht hij er in zeilen (ergens rond 1770). Dat heeft hij dus niet gedaan. En bij de Doubtful Sound plensde het volop. We waren aan alle kanten omringd door bergen, die onder een hoek van 60 tot 90 graden de zee in duiken. Ze zijn volop begroeid, maar het gesteente is zó hard, dat bomen & planten er nauwelijks vat op krijgen en vooral houvast hebben aan elkaar. Dat kent natuurlijk zo z'n grenzen (zeker op hellingen van 60 graden), dus ontstaan er regelmatig (vooral na heftige regen en dat is hier vrijwel elke dag) 'boom-lawines', wanneer het hele zootje aan elkaar vastgegroeide flora zo de zee in schuift. En dit alles afgetopt met een laaghangend wolkendek, waardoor de toppen van de bergen volledig uit zicht verdwijnen. Het thema van de dag werd dus: watervallen, watervallen. Er zijn er hier tienduizenden. Velen ervan storten zowat loodrecht naar beneden. En aangezien de oevers óók zowat loodrecht zijn, kun je er dus lekker met je boot onder gaan liggen. Enkele die-hards lieten zich op de voorplecht volledig verplenzen. Wij zochten dat niet direct op, maar er viel nauwelijks aan te ontkomen. Nat, nat, nat (wel mooi trouwens).
Overigens worden er (vooralsnog) ná ons geen trps meer ondernomen naar Doubtful Sound: de weg is gesloten wegens flash floods. Wij waren er nog net op tijd uit.

Bij de foto's:
- boven: Doubtful Weather @ Doubtful Sound
- onder: Loes trotseert een waterval die aan boord dreigt te komen

zaterdag 5 februari 2011

Naar Te Anau

Het thema blijft ‘natuur’, want we zijn aangekomen in de volgende 'World Heritage Area'. Het landschap bestaat zover als je kunt zien uit knotsen van bergen, sommige geheel bebost, andere kaal of besneeuwd. Daartussen eindeloze vlaktes met kuddes schapen, koeien en vreemd genoeg ook herten. In de restaurants staat wel veel lamsvlees op het menu maar hertevlees zijn we nog niet tegen gekomen. Veel water ook hier. Grote meren en brede rivierbeddingen waar nu (in de zomer) minder water in staat. Tussen al dit moois slingert de weg van Wakana naar Te Anau die we vanmorgen hebben afgelegd. Het uitzicht vanuit de auto is een groot panorama 360 graden rondom. Het wolkendek heeft fascinerende vormen. Het is, zoals de meeste wegen in NZ, een tweebaansweg en er reden behoorlijk wat (langzamere) campers die de zelfde kant op moesten. In heel Nieuw Zeeland hebben campers al snel een ‘treintje’ van ongeduldige weggebruikers aan hun staart hangen. Als er dan gepasseerd kan worden, raast het hele stel (waaronder wij dus ook) in hoog tempo naar de volgende camper, waar het gehele proces zich herhaalt.

Te Anau is een tussenstop op weg naar het einde van de wereld. Want (120 kilometer) verderop loopt de weg dood bij de Milford Sound, een van NZ'S bekendste natuurwonderen. En verder kun je Te Anau alleen verlaten via de weg waarlangs je ook bent aangekomen (voor een kilometer of 100). We hebben deze middag twee trips geboekt: morgen naar de Doubtful Sound (een lange dag met bus-1, boot-1, bus-2, boot-2, bus-2, boot-1, bus-1), en overmorgen een cruise in de Milford Sound van een uur of twee (waar we dan dus nog wel 120 kilometer naar toe moeten rijden, en weer terug). Verder hebben we in de middag een kort deel gedaan van een meerdaagse wandelng hier in de buurt, 'Keppler's Track' (en nee, het pad heeft niet de vorm van een elips, mogelijk betreft het een andere Keppler).

Bij de foto's:
- boven: op weg naar Te Anau (180 graden)
- onder, links: Keppler's Track, boom met aanwijzing (?)
- onder, midden: Keppler's Track, varen & bubbelboom (?)
- onder, rechts: Keppler's Track, een bos met audio-tour? (waarover wij niet beschikten)

vrijdag 4 februari 2011

Wanaka (again)

Een onbewolkte dag, dus prima geschikt voor wandelingen. Misschien niet echt verrassend, want dat hebben jullie vaker gelezen. Maar ja, Nieuw Zeeland is nu eenmaal natuur, natuur, natuur. Eerst naar Diamond Lake, zo genoemd omdat het spiegelgladde oppervlak een mooie weerspiegeling toont van Mount Aspiring in de buurt (ook al waren er dan wat eenden die het oppervlak plaatselijk minder dan spiegelglad maakten). Deze wandeling, door de Lonely Planet en het 'Department of Conservaton' geafficheerd als 'geschikt voor het hele gezin', vergde al wel ongeveer het uiterste van onze krachten, doordat het pad semi-verticaal (nou ja, diagonaal dan) naar de diverse uitzichtspunten leidde. Dus daarna besloten we, op zoek naar een kleinere uitdaging, een deel van de oever van Lake Wanaka te volgen, via de interressant getitelde 'Minaret Burn Track'. Ook prachtig.

Bij de foto's:
- boven: Loes bij de Lake Wanaka Lookout boven Diamond Lake.
- onder: Zicht op Lake Wanaka & een der plaatselijke gletsjers vanaf Waterfall Creek Track

donderdag 3 februari 2011

Wanaka

Vanmorgen is het gelukt om de top van Mount Tasman wolkenloos vast te leggen. Met een stralend zonnetje zijn we uit FJ Glacier zuidwaarts vertrokken. Een woeste en slingerende route langs de kust, waar nauwelijks iemand woont. Pas na 140 kilometer kom je aan in Haast, maar dan moet je wel goed opletten, anders mis je de hele nederzetting. In de primaire levensbehoeften is echter voorzien, want er was espresso.
Vanaf Haast verlaat de weg de kuststrook, en volgt lange tijd stroomopwaarts de loop van de ‘Haast River’, om uiteindelijk uit te komen bij de ‘Haast Pass’ (inderdaad, in deze streek had men een hoge dunk van meneer Haast. Of er was niemand om hem tegen te spreken bij het benoemen van de natuurlijke fenomenen). Onderweg kom je langs ‘Thunder Falls’ en twee prachtige bergmeren (‘Lake Hawea’ & ‘Lake Wanaka’, die hier & daar slechts door een dunne strook land worden gescheiden). Uiteindelijk arriveerden we in een zompig Wanaka, met ‘Mount Aspiring’ (ongeveer te vertalen als ‘de ambitieuze berg’) op de achtergrond (als je heel goed kijkt door de regen). Wandelen gaat vandaag qua weer niet echt lukken, maar gelukkig zijn de vooruitzichten voor morgen beter.

Op de foto: Lake Hawea

woensdag 2 februari 2011

Fox gletsjer

We zijn vandaag héél rustig begonnen, want het regende pijpestelen. Zelfs zo rustig, dat we nog voor het ontbijt het staartje hebben meegepikt van een speelfilm waarvan we gisteren het einde niet hadden gehaald (en die nu alweer herhaald werd), en na het ontbijt (zo goed als) een complete andere speelfilm. Tegen die tijd nam de regen af, en zijn we er alsnog op uit gegaan. Eerst naar de kust in Okarito, met het meest verlaten, desolate & winderige strand dat we tot nu toe zijn tegengekomen. En daarna naar de andere gletsjer hier in de buurt, Fox (door toenmalkg premier William Fox naar zichzelf vernoemd in 1872. Naar verluidt was bescheidenheid niet zijn sterkst ontwikkelde competentie, en wij kunnen daar in meegaan, nu we Fox Glacier hebben gezien). En dan is het ding nog veel groter geweest, want de indrukwekkende vallei die je moet doorkruisen om bij het begin van Fox te komen, lag in 1750 nog vol met ijs. Daarna door naar Lake Matheson, een bijzonder romantisch meertje, ooit achtergelaten door de zich terugtrekkende gletsjer, en nu omzoomd door een bos met reuzen van Pine Tree's tot 65 meter hoogte. Omdat de zon inmiddels flink was doorgebroken, wilden we nog een laatste blik werpen op een gletsjer van gisteren, Franz Josef. De tracks waren echter afgesloten, om dat de overvloedige regenval van deze ochtend het risico van Flash Floods oplevert (plotselinge overstromingen, als ergens in de gletsjer een ijsdam doorbreekt). Gelukkig dus maar dat we FJ gisteren al hadden bezocht.

Op de foto's:
- boven: de toegangsvallei tot Fox Glacier, in de 18e eeuw nog vol ijs, onder een laag hangend wolkendek.
- onder, links: Ronald op een wiebelbrug over de Fox River.
- onder, rechts: de gapende monding van Fox Glacier.

dinsdag 1 februari 2011

Franz Josef gletsjer

Vandaag sombere foto's, want we zijn aangekomen bij de Franz Josef gletsjer, en alles is hier bewolkt, koud, grijs & wit. Het eerste deel van onze route vanaf Punakaiki was nog zonnig genoeg. En ook tijdens onze stops in Greymouth & Hokitika konden we nog een espresso in de zon nemen. Maar naarmate we meer terecht kwamen in de schaduw van Mount Tasman & Mount Cook, werd het steeds donkerder. En toen we later naar het begin van de gletsjer wandelden, werd het ook bepaald fris & regenachtig. Het is, samen met de Fox gletsjer even verderop, de enige gletsjer ter wereld die zó dicht bij een oceaan ligt (ook al wordt die afstand langzamerhand wel wat groter, doordat ze zich terugtrekt). Als je die kant op wll, loop je eerst nog door een tropisch aandoend weelderig bos, voordat je aankomt in de verlaten vallei van de lagere gletsjerbedding. Vandaar is het nog een kilometertje of twee naar het huidige uiteinde van de gletsjer, terwijl links & rechts de watervallen van de hellingen donderen. Hoewel we héél goed hebben opgelet, hebben we niet kunnen constateren dat ze anderhalve meter per dag beweegt (zoals de experts beweren). Het ding komt aan zijn naam doordat ene meneer Haast (waarnaar hier in de buurt ook een plaats is genoemd) hem naar zijn toenmalige (Oostenrijkse) keizer heeft genoemd, en dat beviel blijkbaar want hij heet nog steeds zo.

Bij de foto's:
- boven, Franz Josef, overzicht
- onder. links: Loes krijgt het al aardig koud
- onder, rechts: watervallen in de vallei

maandag 31 januari 2011

Op naar Punakaiki

In de buurt van de Awaroa Lodge zouden zich gloeiwormen ophouden. Dus zijn we gisteravond in het semi-duister naar ze op zoek gegaan. En het mag een prestatie heten dat we ze gevonden hebben, want ze geven echt zó weinig licht dat je ze allen ziet als je er niet rechtstreeks naar kijkt. En het waren er maar vijf. Het rook heerlijk naar vochtig bos en houtvuurtjes. Vanochtend eerst nog een wandeling gemaakt voordat de boot ons op het strand op zou pikken. Ondertussen was de wind flink aangetrokken, en tijdens onze tocht naar de andere kant van de baai, waar de watertaxi aan land zou gaan, werden we gezandstraald (en dat is deze keer niet in overdrachtelijke zin bedoeld). Er was nauwelijks tegen in te lopen. En ook moeilijk aan boord klauteren met onze spullen (helaas, geen foto, we waren te druk). Vreemd genoeg was het dan één baai verder weer zo goed als windstil. De boot pikte op allerlei strandjes mensen op of zette ze af, die daar dan gingen wandelen, zwemmen, kayakken en wat dies meer zij. Na anderhalf uur kwamen we in Kaiteriteri aan land. Toen hadden we nog zo'n 300 auto-kilometers voor de boeg, dus pas aan het eind van de middag zijn we gearriveerd aan de westkust, in Punakaiki.

Punakaiki's "Claim to Fame" zijn haar blowholes & pancake rocks. Blowholes zijn gaten in de rotskust die de kracht van de branding in verticale richting weten om te buigen, zodat het zeewater als een soort geyser de lucht in spuit. En pancake rocks bestaan uit lijsteen dat door bijzondere geologische processen in keurige plakjes is afgezet. Een soort spekkoek dus, maar dan anders. En zó uniek dat men speciaal hier naar toe is gekomen om ze te filmen voor de BBC-documentaire 'Walking with Dinosaurs'. Blijkbaar zjn de experts van mening dat in de tijd van de dinosaurussen pancake rocks alomtegenwoordig waren (of op z'n minst onmisbaar in het programma).

Op de foto's:
- boven: Awaroa Bay (nog zonder wind)
- onder, links: Pancake Rocks bij Punakaiki
- onder. rechts: per boot op weg naar Kaiteriteri

zondag 30 januari 2011

Abel Tasman NP

Wandeldag in Abel Tasman. Eerst naar Onetahuti Beach, ongeveer een uur verwijderd van de Awaroa Lodge. Onderweg komen we veel mensen tegen die een langere trek doen en ergens hebben afgesproken met de watertaxi voor een latere pick-up. Zo ook een wat gehaaste figuur die het tijdstip voor het rendez-vous al bijna had laten passeren en het juiste strand niet kon vinden. Hoewel wij hem toch echt goed de weg uitlegden, vertrok hij in volle vaart in de verkeerde richting. En als je hier je taxi mist (en geen verblijf hebt geboekt, zoals wij), dan wordt het een nachtje in de jungle. Verder prima wandelweer, half bewolkt en niet te heet. Voor langere wandelingen moet je hier goed rekening houden met de getijden, omdat op elk pad wel stukken voorkomen die alleen bij laag water zijn te belopen. In de middag hebben we Awaroa Bay verkend. Maar niet alle stukjes, want op sommige plaatsen word je behoorlijk belaagd door vogels die je met schijnaanvallen(?) bij hun nest vandaan proberen te lokken. In de omgeving van de Lodge zijn ook nog een aantal paden uitgezet in de wetlands, maar, zoals de naam al aangeeft, die zijn te nat.

De foto's spreken voor zich.

zaterdag 29 januari 2011

Naar Abel Tasman NP

Vandaag vroeg opgestaan, want we hebben een redelijk lange rit voor de boeg, én we moeten op tijd aankomen bij de watertaxi die ons naar ons verblijf in het Abel Tasman National Park zal vervoeren. Van Kaikoura rijden we terug richting Blenheim (dat deden we gisteren dus andersom, niet zo héél handig gepland), en daarbij komen we dus weer door de uitgestrekte Marlborough wijngaarden.

De uitvalsbasis voor Abel Tasman Natonal Park is Kaiteriteri, Daar laat iedereen z'n auto staan (bij gebrek aan verdere weg) en stapt over op een watertaxi. De boten die men daarvoor gebruikt zijn geschikt om op vrijwel elk zandstrand aan te leggen. Er komt dan een hele lange loopplank te voorschijn, die er voor zorgt dat je met droge voeten kunt opstappen of afstappen. De meesten gaan (blijkbaar) voor een dagtripje, want slechts voorzien van een klein dagrugzakje. Wij verblijven hier twee nachten, dus nemen onze koffers mee. Die passen nog nét op de loopplank.

Onderweg naar de Awaroa Lodge wordt onze boot 'belaagd' door dolfijnen, maar daarvoor zullen jullie ons op ons woord moeten geloven, want de foto's van dit evenement bevatten slechts ongerepte stukjes woelige zee. De Lodge zelf is bijzonder fraai, en bijzonder eco: eigen groentetuin, zonnepanelen, eigen waterfiltering, etcetera. Wel jammer in dit verband dat er soms ook gasten per vliegtuigje arriveren.

Het park zelf is vernoemd naar onze beroemde landgenoot Abel Tasman, die in 1642 is langs komen varen, overigens zonder aan land te gaan want die Maori's leken hem niet pluis. Desondanks meende hij voldoende gezien te hebben om hem aan Zeeland te herinneren, vandaar Nieuw Zeeland.

Morgen aan de wandel.

Bij de foto's:
- boven: de uitgestrekte wijngaarden van Marlborough
- onder: landing op het strand bij de Awaroa Lodge in Abel Tasman National Park

vrijdag 28 januari 2011

Kaikoura

Vandaag is een stralende dag. Eerst met het bootje terug naar Picton, dan de nieuwe huurauto ophalen, en vervolgens als de wiedeweerga naar Kaikoura, want daar is veel te doen en we hebben maar één middag. Onderweg hebben de Marlborough doorkruisd, het meest bekende wijngebied van Nieuw Zeeland, maar ja, don't drink & drive. De Marlborough-wijnen zijn verder ook vrij onvermijdbaar in elk restaurant, samen met andere NZ-wijnen en soms een Australische wijn vanwege het goede nabuurschap. Aan Franse wijn doet men hier in het geheel niet.

In Kaikoura verblijven we in een prachtig gelegen Bed & Breakfast, met uitzicht over de ruige kustlijn. Mensen komen in de winter naar deze plek om te skieen in de vlakbij liggende bergen, en in de zomer om walvissen & dolfijnen te spotten die hier in ruime mate rond zwemmen, en om crayfish (kreeft) te eten. Omdat we wat later arriveren, zou onze enige whale-and-dolphin-spotting optie de helicopter zijn, maar dat hebben we maar gelaten voor wat het was. In plaats daarvan hebben we een prachtige wandeling gemaakt over het Kaikoura schiereiland, van Point Kean tot Whales Bay, bovenlangs heen en vlak langs het water over de rotsige kustlijn terug. Van bovenaf mooi uitzichten, en onderlangs close encounters met penguins & zeeleeuwen.

Bij de foto's:
- boven: zeeleeuwen bij Kaikoura
- onder, links: Loes bij Whalers Bay
- onder, rechts: Ronald in de vluchtheuvel, voor als het vee te opdringerig wordt(?). Vandaag niet veel vee.

donderdag 27 januari 2011

Portage

Dit wordt weer een verhaaltje over de natuur. Want die is hier, in ons resort in de Marlborough Sounds, in overweldigende mate aanwezig. Door processen die zich hier hebben afgespeeld tijdens de laatste ijstijd (tot nu toe), is de grens tussen land & zee extreem verbrokkeld, waardoor de kustlijnen enorm kronkelig & lang zijn geworden.

We hebben vandaag twee wandelingen gemaakt. De eerste was een deel van de Queen Charlotte Track, die in totaal uit 71 kilometer aan wandelpad bestaat. Wij hebben geen idee wie deze Queen Charlotte eigenlijk was, en of zij dit pad ook, deels of in haar geheel, heeft afgelegd. Wij deden het deel van ons hotel in Portage tot aan de Black Rock Lookout (althans, een mooi uitzichtspunt dat wij als zodanig hebben gedefinieerd, bij gebrek aan een naambordje) en weer terug. En later in de middag een stukje van de 'doorgaande weg' (dat is een groot woord voor het gebodene) naar Kenepuru. En overal mooie uitzichten op de Queen Charlotte Sound en de Kenepuru Sound (of alletwee tegelijk). En overal het opvallende gekwetter van vogels.Het is prachtig.

Bij de foto's:
- boven: Queen Charlotte Sound, Kumutoto Bay
- onder: zonsondergang boven de Kenepuru Sound, Portage Bay

woensdag 26 januari 2011

Op weg naar Portage (Zuidereiland)

Vandaag was een reisdag. We hebben net Noordereiland verlaten met de Arahura, een van de grotere ferry's die, naast de mens, ook vrachtwagens, treinstellen en heel veel campervans vervoert. De overtocht duurt een uur of drie, de eerste helft op open zee, en de tweede helft voor het doorkruisen van een 'sound' (een soort fjord á la newzealandaise). En hoewel de golven tussen Noordereiland & Zuidereiland er niet kinderachtig uit zagen, lag het schip behoorlijk stabiel.

De kustlijn van het noorden van het Zuidereiland is bijzonder grillig, en dat levert mooie uitzichten op. De ferry arriveert in Picton, en daarmee is alles gezegd over Picton. Wij moesten er echter enkele uren doorbrengen, omdat we voor het bereiken van onze eindbestemming in Portage, nóg een ferry nodig hadden, en die vertrok pas in de namiddag. Die tijd hebben we besteed aan een periode van geconcentreerde 'Belderok-spotting'. Nee, de Belderok is geen inheemse zeldzame vogel, maar een SVB-collega (Marian Belderok) die, zo hadden wij al weken geleden geconstateerd toen we onze reisplannen naast elkaar legden, op deze zelfde dag óók in Picton aanwezig zou moeten zijn. Helaas, hoe indringend ik ook om me heen keek, ik heb haar niet gezien. Mogelijk is ze met de zelfde ferry vertrokken waarmee wij in Picton aankwamen. Maar als ik haar wél had getroffen, zij doet vast de groeten aan iedereen in A'veen.

Was de eerste ferry een giga-gebeuren met foodcourt & huisbioscoop, op de tweede ferry waren we de enige passagiers (naast hééél veel flessen water). De oversteek naar Portage duurde een kleine 15 minuten, en nu zitten we hier, in een paradijselijk oord, met prachtige vergezichten. Morgen gaan we de omgeving te voet verkennen. Zoals meestal, zullen we waarschijnlijk wel weer een microscopisch klein deel van een meerdaagse 'trekking' gaan doen.

Op de foto's:
- boven: op de grote ferry, eerste blik op het Zuidereiland
- onder: uitzicht vanaf ons terras, 20.15 uur.

dinsdag 25 januari 2011

Wellington (part II)

Het lijkt een mooie zonnige dag te worden in Windy Wellington, dus beginnen we met een ritje met de Cable Car naar de heuvels rondom de stad, waar ook de Botanische Tuin is gevestigd. Het trammetje heeft wel wat weg van dat in Hong Kong: oud, rammelend, schuin omhoog, en gearriveerd voor je er erg in hebt.
In de Botanische tuin heb je prachtige uitzichten over de stad en de baai, mooie & bijzondere planten, en kunst op de koop toe.

Wellington bevat, naast allerlei galleries, terrasjes & alternatieve winkeltjes, ook het beste museum van het land (Te Papa), natuurlijk (ook) grotendeels gewijd aan de Maori-cultuur. Dus hoewel we de "tribal tattoo's" en dergelijke tot nu toe een beetje uit de weg zijn gegaan, was nu toch echt het moment gekomen om een dergelijk museum te bezoeken. Welnu, het deed geen pijn. Sterker nog, het was eigenlijk best leuk. Ook veel 'kleine geschiedenissen' van westerlingen die hier door de eeuwen heen een nieuw leven zijn begonnen. Prachtig tentoongesteld, met héél véél knopjes voor interactie tussen de bezoeker & het bezochte.

Bij de foto's:
- boven: Ronald onderwerpt in de Botanische Tuin Henry Moore's "Inner Form Sculpture" aan een nauwkeurige inspectie
- onder, links: Ronald onderwerpt Andrew Drummond's "Listening & Viewing Device" aan een nauwkeurige (inwendige) inspectie
- onder, midden: Loes in de Botanische Tuin
- onder, rechts: Loes bezoekt alvast Christchurch op het Zuidereiland, al is het dan ook virtueel (in het Te Papa museum)

maandag 24 januari 2011

Wellington

Wet, wet, wet and more to come. Dat kopte de ochtendkrant. Een hot item en ook op het TV nieuws zien we de floods in Auckland. Behalve delen van Australie heeft nu ook NZ (met name het noorder eiland) natte voeten. Het is een lange rit om van Napier naar het zuidpuntje van het noorder eiland te komen, en de hele route lang blijft het regenen. Behalve een lunchstop laten we de scenic lookouts of wijnproeverijen in de omgeving voor wat ze zijn. Als we in de middag in de buurt komen van onze bestemming, zien we achter ons een dik wolkendek en voor ons een blauwe lucht. We zijn aangekomen in Wellington, berucht om de altijd waaiende wind die veel paraplu's & kapsels in het ongerede brengt, maar nu blakend in de zon (dus geen gevaar voor de paraplu's vandaag).
Wellington is een hele relaxte stad, mooi om een baai heen gedrapeerd, en vrij goed geschikt voor voetgangers (ook al kom je af & toe toch weer bij een stoplicht uit dat tenenkrommend lang op rood staat, terwijl de auto's uit alle windstreken je voorbij zoeven). Wij doen de 'Lonely Planet Walking Tour' (waar zouden we zijn zonder dat boek), die je in korte tijd langs de belangrijkste highlights voert. Het centrum is ook niet zo groot, want tussen de zee en de steile heuvels is er maar bar weinig ruimte. Zo is er in feit ook maar één toegangsweg tot de stad, die in haar geheel op een schiereiland ligt. Heerlijke middag.

Foto's:- boven: Ronald kijkt uit over de stads-lagune- onder: Loes op Civic Centre Square (goed zoeken)

zondag 23 januari 2011

Napier

Dachten wij het gisteren al niet zo te hebben getroffen met het weer, vandaag is het helemaal feest. Zelfs ons Chateau begint er wat verlopen uit te zien onder deze gestage waterval. En daar komt de gehele rit naar Napier (aan de oostkust) geen verandering in. Om de regen te ontvluchten hebben we naarstig gezocht naar een 'overdekt uitje', en kwamen zo in het plaatselijke aquarium terecht. Bij gebrek aan andere 'overdekte uitjes', en een overschot aan kinderen, bovendien weekend, was het érg druk. Dus daarna hebben we alsnog de regen getrotseerd om Napier te bekijken. Het is namelijk een prachtig stadje. In z'n geheel omgevallen (en voor zover niet omgevallen afgebrand) ten gevolge van een grote aardbeving in 1931, is het in zijn geheel herbouwd in de stijl die toen in de mode was, te weten 'Art Deco'. En veel daarvan staat, bij gebrek aan latere aardbevingen, nog steeds overeind. Veel pastelkleuren, veel ornamenten en zelfs met de typische artdeco belettering op de gevels, erg leuk.

Ons 'avondprogramma' stond al vast sinds we enige tijd geleden in de Lonely Planet hadden gelezen dat er in Napier een Indonesisch restaurant is dat Rijsttafels serveert. De eigenaar bleek (voormalig?) Nederlander, en babbelde er lustig op los. Meer nederlandse gasten komen binnen, zelfs een van de jongens die het eten serveert komt uit nederland en reist in 6 maanden door NZ met hier en daar een baantje om wat geld te verdienen. Onderwijl werden er 20 verschillende gerechten in kleine porties op onze tafel klaargezet. Verrukkelijk (ook al heeft het niets met NZ te maken).

Bij de foto's:
- links boven: Ronald verwart een kogelvis met een zoenvis
- rechts boven: Loes met een deel van de 'Rijstafel Suprême'
- onder: Art Deco architectuur in Napier (de enige auto die deze foto ontsiert is de onze. Dus die hadden we beter ergens anders kunnen neerzetten...)