dinsdag 29 april 2014

Namibie, dag 11 (Swakopmund)

Een drukke dag in Swakopmund. In de ochtend zijn we met Marius (sterk zuid-afrikaans aandoende nederlands-hervormde blanke natuurbeschermer) op pad geweest om de zandduinen rondom de stad te verkennen (het Dorob National Park), in een iets te kleine terreinwagen met vier medereizigers. Daar zitten nog verbluffend veel beesten, als je ze weet te vinden, en Marius weet ze te vinden: slangen, hagedissen, kameleons, schorpioenen, en heel veel soorten torren. Verder veel geleerd over de geologie en geografie van het inmens grote duinengebied dat tot aan Zuid Afrika doorloopt. Slechts een heel klein deel mag door mensen betreden worden, de rest is beschermd gebied. Veel te veel foto's gemaakt (en deels al weer afgedankt). En aan het einde van de toer even rondraggen over die duinen, tot groot genoegen van de thrill-seekers in het gezelschap (hetgeen wij niet zijn). Deze duinen worden trouwens ook veel gebruikt voor films (o.a. Mad Max 4, tsja...) en produktpresentaties. Naar verluidt hebben de ozzies veel begrip voor maatregelen om beestjes te beschermen tegen een al te grote inbreuk op hun leefomstandigheden, maar roepen de gasten uit Hollywood vooral "that's ok, we will pay more".

Daarna hebben we in de middag de stad zelf (verder) verkend, o.a. met een bezoekje aan het tot luxe hotel verbouwde station (dat vacant kwam nadat de spoorlijn door het oprukkende zand onbruikbaar was geworden) en het plaatselijke museum, vol opgezette dieren, voorheen relevante stoommachines en drukpersen, foto's van historische gebeurtenissen, en veel, heel veel, foute Duitse parafernalia (zoals oorlogsonderscheidingen).

Bij de foto's:
- boven links: Loes & Jeep in een zandduin
- boven rechts: nieuwsgierige zandhagedis in close-up
- onder links: Duitse architectuur in Swakopmund
- onder rechts: Ronald (& Marius) op een zandduin

maandag 28 april 2014

Namibie, dag 10 (naar Swakopmund)

Gisteren hebben we in de namiddag nog deelgenomen aan een 'sundowner drive'. Sundowner is de naam van het (liefst alcoholische) drankje dat je neemt terwijl de zon ondergaat, bij voorkeur te nuttigen op een mooie plek in de natuur. In dit geval was dat bovenop de versteende zandduin waarnaast onze lodge ligt. Prachtige vergezichten en, op de momenten dat de andere terreinwagen vol kwetterende Fransen ver genoeg op ons voor lag, een serene sfeer. En voor ons beiden wel zo'n beetje de allereerste gin-tonic ooit!

Vandaag zijn we naar Swakopmund gereden, een rit van zo'n 300 kilometer, waarvan 250 wederom gravel. Dat werd trouwens wel steeds beter (=sneller) te berijden naarmate we de kust bij Walvisbaai naderden.

Al vrij snel na vertrek kwamen we langs Solitaire, sowieso een verplichte stop omdat het de laatste benzinepomp is voor 236 kilometer. Maar ook omdat de Nederlander Ton van der Lee, nadat hij het hectische bestaan in Nederland was ontvlucht, deze nederzeting (nou ja, deze benzinepomp + winkel + restaurant + camping) mede tot ontwikkeling heeft gebracht, en daar een boek over heeft geschreven. Deze stormachtige ontwikkeling behelst dat de pomp nu wel benzine heeft, en dat er een restaurantje is bijgekomen. Hoewel het nog steeds te klein is om gehucht te kunnen worden genoemd, vond de heer van der Lee het er inmiddels zó druk dat hij al lang weer is vertrokken, weliicht op zoek naar nog intensere rust. Al hadden we het ontbijt net achter de kiezen, we konden er niet om heen de beroemde overheerlijke appeltaart te proeven. Een eenpersoon portie met de afmeting en zwaarte van een baksteen.

Bij de foto's:
- boven links: Ronald wacht op het startsignaal voor de sundowner met twee gin-toninc (waarvan één voor Loes)
- boven rechts: stokstaartje (of familie) in Solitaire
- midden links: Loes bij 'van der Lee Cafe' in Solitaire, geopend van 12.00 tot 15.00 uur. Vreemde drinktijden hier.
- midden rechts: Solitaire
- onder: nog 200 kilometer te gaan naar Walvisbaai

zondag 27 april 2014

Namibie, dag 8 & 9 (Sesriem)

Goed, dat weten we dan ook weer: onze halve terreinwagen is niet zo onverwoestbaar als we zouden hopen. Op onze rit van Aus naar (iets voorbij) Sesriem, ruim 400 kilometer aan gravel, kregen we een lekke band met nog 100 kilometer te gaan. Het wisselen ging prima, maar het rijdt toch een stuk minder prettig als je weet dat dat niet nog eens moet gebeuren vóór je een nieuw reservewiel hebt geregeld. Dus reden we op dat laatste stuk tussen de 30 & 60, afhankelijk van het wegdek. En dan ben je dus lang onderweg.

Het was trouwens wel een heel mooie weg (landschappelijk dan, voor het wegdek zelf heb je al snel geen goed woord meer over). Langs Helmeringhausen (prima appeltaart in the middle of nowhere) en (bijna) Maltahöhe.

Afijn, het after-hours nummer van Avis kon ons niet vertellen hoe we een nieuwe band moesten regelen ('The C19? I do not know that road. Just pick any garage'. Tsja, daar zijn er hier niet zo veel van). De baliemedewerker van het hotel adviseert naar het 30 km verderop gelegen Solitaire te rijden. Daar is een garage en hebben ze vast ook wel banden. En dat het zondag is is geen probleem want het is daar altijd open..... We hebben zo onze twijfels bij dit advies. Vanochtend toch maar weer het autoverhuurbedrijf gebeld en daar was men (een andere medewerker) aanmerkelijk beter gehumeurd dan gisteren. We kregen te horen dat een nieuwe band voor ons stond te wachten in Sesriem, 80 kilometer verderop. Geen autoloze rustdag dus, zoals we ons eigenlijk hadden voorgenomen.

Eenmaal in Sesriem hebben we, met een nieuwe reserveband in de kofferbak, dan ook nog maar een stuk van de route naar Sossusvlei afgelegd: een prima geasfalteerde weg, maar wel het eenzaamste asfalt ter wereld. Want verder ligt de dichstbijzijnde asfaltweg honderden kilometers uit de buurt. Prachtige rode duinen langs die weg, van soms honderden meters hoog.

Bij de foto's:
- boven: onderweg naar The Namib Desert Lodge, nabij Sesriem
- midden: ochtendlicht in the Namin Naukluft National Park, tijdens een (hele) vroege wandeling vanuit ons verblijf. Dit zijn geen rotsen maar versteende duinen.
- onder: rood zand tussen Sossusvlei & Sesriem

vrijdag 25 april 2014

Namibie, dag 6 & 7 (Aus)

Met onze nieuwe auto reed het een stuk prettiger van de Fish River Canyon terug naar het asfalt van de B4 (op weg naar Aus), omdat je je niet voortdurend zorgen hoeft te maken of de onderkant van de wagen de bodem raakt. Hoewel, het is nog steeds geen goed idee om hard te rijden (80 kilometer of meer), wat je ongemerkt toch al snel doet, tot een onverwachte pothole je (voorlopig) weer op andere gedachten brengt.

Eenmaal aangekomen in Klein Aus Vista, maken we een mooie hike door de omgeving, langs paden die ook in de 1e wereldoorlog werden gebruikt door Duitse soldaten in hun vergeefse strijd tegen de Zuid-afrikanen en Engelsen. Sterker nog, het hele dorp Aus is ontstaan als krijgsgevangenenkamp. Hier en daar kom je nog muurtjes tegen waarachter de soldaten zich verscholen om te schieten (voor ze krijgsgevangene waren).

Vandaag hebben we een bezoek gebracht aan Kolmanskop, Luderitz & het Luderitz-schiereiland, alle zo'n 120 kilometer van Aus verwijderd.

Kolmanskop is een zeer fotogeniek verlaten dorp dat langzamerhand weer door de woestijn wordt terugveroverd, sinds in de jaren vijftig de laatste gefrustreerde diamantzoekers het dorp verlieten. In de twintiger jaren was dit vreemd genoeg een van de modernste nederzettingen ter wereld. Men had hier al stroom toen de Europse hoofdsteden nog in het duister tastten, en Duitse beroemdheden kwamen langs om de ruim 300 blanke Kolmanskoppers te vermaken in de Town Hall.

Welnu, die Town Hall ziet er nog redelijk uit (en de akoestiek is ook dik in orde, zoals blijkt uit een zeker drie minuten durende demonstratie die onze gids geeft aan de piano, met een vocale ode aan 'the peoples of africa') , maar in alle andere gebouwen (vooral huizen, maar ook een ziekenhuis en postkantoor) staat het zand soms meters hoog in de kamers, want het kan hier goed waaien. Plafonds zijn naar beneden gekomen (of zijn doende dat te doen), wankele trappen leiden naar etages waarvan je tussen de vloerplanken door naar beneden kunt kijken. Prachtige vergankelijkheid.

Luderitz is een kustplaatsje, wederom vol Duitse architectuur, die ook hier wel een beetje aan het rafelen is, maar hier is alles nog in gebruik. Zeker sinds er sinds de jaren 90 weer een nieuwe diamantmijn in de omgeving operationeel is geworden, gaat het relatief goed met Luderitz (maar niet in het donker, naar het schijnt, maar dan zijn we er al lang weer weg).

Het Luderitz schiereiland is wel het toppunt van verlatenheid, in een land dat daarin grossiert. De enige toegangsweg schampt het 'sperrgebiet', de plaatselijke, lekker foute, naam voor het honderden vierkante kilometers grote verboden gebied waar een Namibisch staatsbedrijf nog steeds naar diamanten zoekt. Het betreden van het gebied leidt tot gevangenisstraf ('or worse', meldt de reisgids omineus). En die weg komt dan uit bij Cape Diaz, vernoemd naar Bartolomeus Diaz, de eerste Europeaan die hier voet aan land zette (en snel weer vertrok, stellen wij ons zo voor).

Terug in de Desert Horse Inn blijkt er al weer Oryx op het menu te staan (de plaatselijke herten-variant).

Bij de foto's:
- boven: wandeling bij Klein Aus Vista, zicht op de Garub vlakte, terwijl Loes op de stellingsmuur zit waarachter de Duitse soldaten zich verscholen
- midden: Kolmanskop: deze kamer bevat nog een bezem aan de rechter muur, maar dit is onbegonnen werk
- links onder: verlaten huis in Kolmanskop
- rechts onder: Luderitz, Feisenkirche

woensdag 23 april 2014

Namibie, dag 4 & 5 (Fish River Canyon)

Er wonen elf te onderscheiden volkeren in Namibie, elk met hun eigen regio. Na de Herero van Windhoek en de 'Basters' van Rehoboth (een zwaar religieuze mengeling van wit & zwart), gaan we nu op weg naar de Fish River Canyon in het gebied van de Nama.

Halverwege stoppen we even bij een Quiver Tree Forrest, een plek waar veel van deze bijzondere bomen, zgn kokerbomen, bij elkaar staan, tussen het specifieke soort afbrokkelende rotsen waarmee ze volgens de beheerdster van het bos een soort symbiotische relatie hebben (hoewel ik niet precies zie hoe de rots hier voordeel aan heeft). Bijzondere plek.

De Fish River Canyon is, op die in de USA na, de grootste canyon ter wereld, en ze ligt zowat tegen de grens met Zuid Afrika in een verlaten gebied met een enkele gravel road. Na 170 kilometer gravel (nog best een opgave voor onze 'town car'), voorafgegaan door 350 kilometer aan asfalt, kwamen we aan in 'The Canyon Village'. Na zo'n rit ervaar je elk resort als een aankomst in de hemel, en dat was hier dan ook het geval. Zo'n 20 kleine gebouwtjes (2-onder-1-kap) tegen de berg op gedrapeerd, met een mooi (maar wat somber) hoofdgebouw. Het voelt allemaal nogal wild-westig aan hier, of Australisch Outback-ig.

De canyon zelf, die 20 kilometer verderop ligt, is fenomenaal. Alleen de hele erge doorzetters kunnen, onder begeleiding, een vierdaagse wandeltocht van zo'n 80 kilometer maken in de diepten van de canyon zelf, maar wij blijven aan de bovenrand. Waar je trouwens ook prachtig kunt wandelen, en dat hebben we vanochtend dan ook gedaan. De canyon is honderden kilometers lang, en is 130 miljoen jaar geleden ontstaan toen het oer-continent Gondwana in stukken brak, waardoor een deel van de Afrikaanse westkust (waaronder dus dit gebied) werd opgetild. De Fishriver, vanaf de bovenrand gezien een modderig stroompje, is de langste rivier in het land.

Inmiddels hebben we telefonisch navraag gedaan bij de Avis, en blijkt onze vervangende auto (die iets beter toegerust zou moeten zijn voor het prevalerende wegdek in deze contreien) onderweg vanuit Windhoek. Wij vonden dat twee behoorlijk lange dagritten, maar Ivan van de Avis doet dat dus in één dag (en begint, na het omruilen van de auto's, goedgemutst aan de terugweg, waarvan hij in ieder geval nog zo'n derde deel achter de kiezen wil hebben voor het donker wordt).

Afijn, wij hebben nu iets wat hoger op de poten staat en sterkere banden heeft. Maar blijkt direct ook een stuk dorstiger. Morgen weer 170 kilometer aan gravel terug omhoog, en dan op het asfalt links af naar Aus, richting kust.

Bij de foto's:
- links boven: quiver tree (kokerboom) nabij Keetmanshoop
- rechts boven: een paar huisjes van de Canyon Village (waar ze hun eigen quiver tree hebben, maar een jonkie)
- midden: gedurende een zeer eentoninge rit van 170 kilometer over gravel roads, wordt zelfs een kruising (met een andere gravel road) een evenement met de allure van een photo opportunity
- links onder: zicht op Gondwana National Park, vanuit de Canyon Village
- rechts onder: de Fish River Canyon (nou ja, een stukje daarvan)

maandag 21 april 2014

Namibie, dag 3 (Kalahari)

We vonden het hier al opvallend groen, en we begrijpen nu waarom: de Kalahari is een deeltijd-woestijn.
Net na de regentijd (nu dus) staan de velden vol met bloeiend gras, en dat wekt de (verkeerde) indruk dat het hier een lieftallige moestuin zou zijn. Dat is echter maar van korte duur, want nu er de komende maanden geen regens meer gaan komen, zal al die begroeing snel verdwenen zijn, en resteert er nog slechts een enkele struik of acacia tussen het rode zand. Trouwens, dat rode zand is nu ook hier en daar al goed zichtbaar.

Dertig kilometer van ons verblijf ligt de Anib Lodge, waar men game drives organiseert, om 05.30 (krankzinnig vroeg) of 15.30 (terug in het donker). We gingen toch maar voor de tweede optie. Vooraf hebben we ook zelf nog wat gewandeld in de buurt van de lodge. Prachtig landschap, maar de dieren laten zich zo dicht bij de menselijke activiteit nog niet zien.

Daarna met een man of tien in een open verlengde jeep, hobbel-de-bobbel, met aan het stuur nu niet eens de gebruikelijke wildlife-macho, maar een jonge zuid-afrikaanse vrouw van ergens in de twintig die hier haar wildlife stage loopt (wel met enkele tattoo's, moet ik toegeven).

Veel springbokken, Oryxen en struisvogels, en hier en daar ook een enkele zebra en wildebeest. Ok, het is niet helemaal de Serengeti of Kruger, maar toch een prachtige rit, door een vooral zilverachtig landschap, door al het bloeiende gras. De stokstaartjes, waar de Kalahari ook beroemd om is, wonen meer richting Botswana, dus die moeten we er zelf bij verzinnen.

Bij de foto's:
- links boven:Springbok in de Kalahari
- rechts boven: de familie Struis steekt over
- links onder: om 18.15 is het volslagen donker
- rechts onder: aan de wandel nabij de Anib Lodge

zondag 20 april 2014

Namibie, dag 2 (Stampriet)

We zijn in de vroege ochtend uit Windhoek vertrokken, op weg naar het Zuiden. Onderweg is de natuur nog verrassend groen (voor een woestijn-land), maar veel verkeer of dorpjes kom je niet tegen (wellicht helpt het dat het zondag is). Na een kilometer of 90 kwamen we langs Rehoboth, waarvan de gids vermeld 'the town has very little to recommend it, and there are no restaurants worth mentioning'. We waren er dan ook al (ruim) voorbij voor we er uit waren of we hier even wilden stoppen of niet. Goed, dat was het grootste dorp onze route vandaag. Wellicht is het beter om later even om te rijden over Marienthal, waar voor de koffie in ieder geval nog een Wimpy beschikbaar is.

Een andere highlight iets verderop is de steenbokskeerkring. Voor ons allebei de eerste keer dat we die (te land) passeren. Gelukkig was er nog iemand anders ter plaatse die ons portret kon maken met het Capricorn-bord (dat verder natuurlijk net zo goed op een willekeurige andere plek op aarde zou kunnen staan, maar het gaat om het idee).

Inmiddels zijn we nog weer 100 kilometer zuidelijker (en 50 kn oostelijker) aangeland in de Kalahari Farmhouse in Stampriet, aan de rand van de Kalahari woestijn. De Farmhouse heeft vee, verbouwt gewassen, doet aan kaas maken en we zien ook een wijngaard. Het gedeelte voor de gasten heeft echter een heerlijk groene, zelfs tropische aandoende tuin met klaterende watertjes, maar ook centimeters dikke insecten waarvan we de naam niet weten. De vrijstaande huisjes die achter elkaar in een rij de tuin omsluiten, zijn voor de gasten. Een mooie omgeving om te wandelen en lummelen. Morgen gaan we (onder begeleiding) de woestijn in.

Bij de foto's:
- links boven: bij de steenbokskeerkring
- rechtsboven: de Kalahari Farmhouse
- links midden: wandelen bij Stampriet
- rechts midden: men houdt hier vreemde verkiezingen: 'de boerderijnaam van het jaar', met als kandidaten Kameelrus, Dankbaar, Wegdraai, etc.
- onder: ook wandelen bij Stampriet

zaterdag 19 april 2014

Namibie, dag 1 (Windhoek)

We zijn onderweg. En met ons heel veel andere setjes van een jaar of 50. Want als je zo rond kijkt in het vliegtuig, is Namibie blijkbaar geen bestemming voor gezinnen, maar vooral voor professionele geklede safarigangers.

Het vliegtuig landt om kwart voor 5 in de ochtend. Dus ook al duurde het even voor de huurauto geregeld was, we hebben toch ruim de tijd om Windhoek nog te verkennen. Dat moet ook wel vandaag, want morgen trekken we meteen door naar de Kalahari woestijn. Gelukkig is een ruime middag ook wel voldoende om de stad te bekijken. Je kunt van alles zeggen over Windhoek, onder andere dat het bepaald geen Kaapstad is. Wel hier en daar een leuk Duits bouwwerkje van een jaar of honderd oud, en twee musea, de ene megalomaan groot en gloednieuw, en de ander gevestigd in het oudste gebouw van de stad, een fort uit 1892. Ze gaan beide alleen over de koloniale geschiedenis en de onafhankelijkheidsstrijd, en worden, als je in de juiste gemoedstoestand weet te geraken, leuk in hun drammerigheid.

Wat je ook veel ziet: grote terreinwagens met etra voorraden benzine op het dak. Onze stadsauto gaat het nog moeilijk krijgen als we eenmaal gaan buiten spelen (de 'halve terreinwagen' die we hadden besteld was even niet beschikbaar vanwege een mankement maar wordt ons, na reparatie, binnenkort achterna gebracht, al weten we nog niet precies waar & wanneer).

Ook al leek het bij aankomst nog wel even fris, dat verandert in de loop van de ochtend snel. We hebben al iets (teveel) kleur na een dag.

We doen het maar een beetje rustig aan, na wederom een doorwaakte nacht in een veel te kleine vliegtuigstoel.

Bij de foto's:
- links boven: Christuskirche, een van de leukste bouwwerken
- rechtsboven: in de Alte Veste (oude vesting)
- links onder: Loes & een Namibische vrijheidsstrijder
- rechts onder: Ronald & een (andere?) Namibische vrijheidsstrijder

donderdag 17 april 2014

Het Plan

Het plan:

Een rondje Namibie, langs
Windhoek,
Stampriet,
Fish River Canyon,
Aus,
Sossusvlei,
Swakopmund,
Damaraland,
Etosha &
Waterberg.

Goed plan!

dinsdag 31 december 2013

Cape town en omstreken, deel 5

Clanwilliam geeft je het gevoel dat het nogal ver overal vandaan ligt, en inderdaad waren we wel wat langer onderweg dan we hadden gedacht.
Het ligt langs de route naar Namibie, en is een van de weinige pleisterplaatsen die kant op.

Net om de hoek begint het Cedergebergte, waar de San (inheems volk dat vooral bekend is van Namibie) veel rotsschilderingen hebben achtergelaten. Een wandeling door dit gebied kun je beter vroeg op de dag beginnen, want het wordt hier bijna 40 graden. Dus, we hebben wel gewandeld, maar met mate. Prachtige rode rotsformaties, waarvan het soms lijkt alsof de lava nog maar net is gestold, zo onregelmatig zijn ze. En mooie wankele constructies van rotsen die zo terecht zijn gekomen dat je er onderdoor kunt kijken. De wandeling cq klimpartij begint en eindigt bij het restaurant Khoisan Kitchen. Twee witte gebouwen in de uitgestrekte vlakte, met een overdekt schaduwrijk terras om, met een koel drankje, bij te komen van de inspanning.

Terug in het stoffige stadje kun je kiezen tussen de SuperSpar, de U-Save en heel veel Rooiboswinkeltjes. Daar tussendoor nogal wat kerken van nederlandsche origine (gereformeerd, hervormd, de vrijgemaakten, artikel-31, etcetera). In de ochtend is het straatbeeld nog wel levendig, maar in de middag is er weinig te beleven in de hoofdstraat. Het is beter uit de hitte te blijven.

Vanavond is het oudejaar. Zullen er vuurpijlen knallen in Clanwilliam, of all places?

Morgen rijden we terug naar Kaapstad.

Wij wensen iedereen een goed uiteinde en een gelukkig, gezond nieuwjaar!

Bij de foto's:
- boven: in het Cedergebergte nabij Wupperthal
- linksonder: de 'Sevilla Rock Art Trail' in het Cedergebergte
- rechtsonder: de Nederlandsch Hervormde 'bloemkerk' van Clanwilliam

maandag 30 december 2013

Cape town en omstreken, deel 4

Gisteren hebben we mooie wandelingen gemaakt in en om Hermanus, maar in de middag werd het echt te heet om ons verder in te spannen, dus hebben we het Fernkloof Natural Reserve maar deels verkend en verder rondom ons verblijf gelummeld. Vandaar hoor & zie je de branding immers ook.

Vandaag een lange rit naar ons volgende verblijf in Clanwilliam. Aangezien we onderweg nog aardig wat tijd hadden doorgebracht in Franschhoek & Stellenbosch, kwamen we pas laat in de middag aan. Die twee plaatsjes behoren tot het epicentrum van de Zuidafrikaanse wijnindustrie, en staan vol oud-Hollandsche huisjes waar je leuke snuisterijen of kunstwerken kunt kopen. En heel veel rijke (blanke) winkelaars. Misschien niet helemaal het echte Zuidafrika van tegenwoordig, maar toch erg leuk. Stellenbosch heeft bovendien een universiteit en waarschijnlijk is het daardoor minder tuttig dan Franschhoek (a la de Provence).

300 kilometer verderop zijn we dan gearriveerd aan de noordkant van het Cedergebergte. Het gebied is bekend vanwege de rooibos teelt. Niet alleen thee maar ook allerlei andere producten zijn hier te koop: rooibos shampoo, rooibos shower gel, rooibos lotion, rooibos zeep, rooibos jam enz, enz. Veel hebben we hier nog niet uitgespookt. Morgen maar eens op verkenningstocht.   

Bij de foto's:
- linksboven: Namaakwalvis in Hermanus: "No entry to whale" (gelukkig maar, je moet er toch niet aan denken....)
- rechtsboven: Loes kijkt uit over Hermanus & Walker Bay vanaf de Rotary Drive
- linksonder: Franschhoek, houten beelden van mannetjes met tropenhelmen in alle maten.
- rechtsonder: Stellenbosch, 10 jaar geleden ook al eens binnen geweest, Oom Sami se winkel. Nog steeds heel vol met nog meer spulletjes

zaterdag 28 december 2013

Cape town en omstreken, deel 3


In plaats van het eerdere zonnige uitzicht begint de dag met een laaghangende grijze mist over de stad. Het is ook iets frisser. Ditmaal geen ontbijtje in de tuin.
Vandaag reizen we naar Hermanus, zo'n 100 kilometer ten oosten van Kaapstad. Niet zo ver, dus hadden we tijd voor leuke dingen onderweg.

We begonnen met de Kirstenbosch Botanical Gardens, ooit deels nog aangelegd door Jan van Riebeeck zelf in 1657 (althans, er staat ergens een heggetje met een bordje erbij waaruit moet blijken dat dat heggetje ruim 350 jaar oud is). De tuin staat bomvol prachtige bomen & planten (geen wonder in dit klimaat), met de Tafelberg en het Twaalf Apostelen gebergte op de achtergrond. Door de nattigheid van vannacht geuren de kruiden, de bloemen de bladeren en de aarde.
We wilden er nooit meer weg. Maar gingen toch...

Via een prachtige kustroute, vanaf Gordon's Bay, bijzonder geschikt voor whale-spotting (in een ander deel van het jaar), kwamen we uit bij de pinguin-kolonie van Betty's Bay. Allemaal broertjes & zusjes van de pinguin-kolonie in Simon's Town (nabij Cape Point), die we ditmaal hadden overgeslagen, dus konden we hier de schade inhalen, want ze zijn hier net zo snoezig. In grote getalen bezetten ze de grillige rotsformaties aan zee. Je kan ze ook goed horen en ruiken....

Kort daarna kwamen we aan op de Marine Drive van Hermanus. Alweer locatie nr 1 voor whalespotting. Vanuit ons bed zien & horen we de oceaan. Mooi, mooi.

Bij de foto's:
- linksboven: Ronald in Kirstenbosch Botanical Gardens
- rechtsboven: pinguins in overvloed in Betty's Bay
- linksonder: de Marine Drive van Hermanus (Sandbaai)
- rechtsonder: wrijf het er nog maar eens in: soms zijn hier walvissen te zien (tot op tien meter van de kust)