Berlijn, heerlijke stad. Deze keer is het alibi om er naar toe te gaan het 'Festival of Lights', waarbij monumentale panden als de Dom of Brandenburger Tor worden gebruikt als canvas voor spectaculaire lichtprojecties (althans, dat is het idee). Direct al de eerste avond na onze aankomst staan we voor de Dom, in afwachting van de lichtshow. Als voorafje worden alvast wat statische beelden op het gebouw geprojecteerd, ook leuk, maar nog niet helemaal waar we voor kwamen. Maar wacht, dit blijkt de hele show te zijn! Geen flitsende bewegende beelden met luidruchtige soundtrack, geen 'virtuele afbraak' met projecties van neertuimelende brokstukken. Nou, dat hebben we wel eens (veel) beter gezien.
Gelukkkig heeft de stad heel wat meer te bieden.
De volgende ochtend gaan we eerst naar de Bernauer Strasse, waar eens één van de meest opzichte delen van de muur stond, en waar nu nog steeds heel veel aan die tijd herinnert. Zoals een wand met foto's van degenen die zijn omgekomen bij hun poging om naar het Westen te vluchten, een authentieke uitzichtstoren van de Oost-duitse grensbewakers en nog veel meer.
Later op de dag gaan we langs bij de Sammlung Boros, een privé collectie met moderne kunst, gevestigd in een voormalige bunker midden in de stad (en pal naast ons hotel), die onmogelijk bleek af te breken zonder grote impact op de omgeving, en jaren voor vage doeleinden als illegale techno-feestjes is gebruikt. Totdat Christian Boros langs kwam om er de kunst die hij had aangekocht in te tonen. Een duister gebeuren, met muren van meer dan drie meter dik, geen ramen, 5 etages, en conceptuele kunst die ons in (iets te) veel detail wordt uitgelegd door een medewerker van de bunker. Fascinerend.
Bij de foto's:
- linksboven: aardige maar statische projectie op de Berliner Dom
- rechtsboven: Lichtgevende spoken van het Festival of Lights op Unter den Linden
- linksonder: de bunker van de Sammlung Boros
- rechtsonder: op de voetgangersbrug over de Spree van Bahnhof Friedrichstrasse is het nog volop DDR
zaterdag 18 oktober 2014
zondag 10 augustus 2014
Normandie (part 2)
Gisteren zijn we via Honfleur & Les Andelys naar Giverny gereden, een rit van minder dan 200 kilometer, maar met onze snelwegmijdende insteek waren we toch een groot deel van de dag onderweg.
Honfleur is het meest pitoreske plaatsje in heel Normandie, maar heeft toch ook iets treurigs: het was ooit een havenstad, maar is door zee & Seine verlaten, en per boot niet eenvoudig meer te bereiken. Wel prachtige oude huizen, en een houten kathedraal die stamt uit de tijd van de 100-jarige oorlog, toen steen alleen gebruikt mocht worden voor vestingwerken. Zeer bijzonder dat die kerk nooit is afgebrand. Het was marktdag, en op die dag is de term 'levendig' voor Honfleur een understatement. 'Bomvol' komt meer in de buurt, maar dekt de lading toch nog steeds niet helemaal.
Eenmaal aangekomen in Giverny, bleek de rij wachtenden bij de heer Monet heel erg lang. Onze aanname dat dat aan het einde van de middag wel mee zou vallen, omdat alle bussen en dagjesmensen dan wel weer eens vertrokken zouden zijn, bleek volstrekt onjuist. Na tien minuten in de rij, waarbij we niet anders dan een gebrek aan voortgang konden constateren, besloten we om de volgende ochtend (vanochtend dus) terug te komen. Ons verblijf lag toch in de buurt.
Welnu, deze ochtend was het inderdaad beter te doen. We waren als 5e of 6e aan de beurt, maar, eenmaal de kassa gepasseerd, bleek de tuin toch al weer behoorlijk vol te staan met Japanners. Wij begrepen nu dat er een aparte ingang is voor groepen, en die ging nog eerder open ook dan de ingang voor individuele reizigers. Grrr.
Desondanks: een prachtige tuin, met heel veel planten in werkelijk hallucinerende kleuren. Het meertje met de waterlelies ligt er ook nog net zo bij als op Monet's schilderijen (al staat het bruggetje nu dus wel vol). En het bijbehorende huis is ook prachtig. Zijn atelier, ook een hele mooie ruimte, is dan weer verbouwd tot gift-shop, dus dat is iets minder.
Bij de foto's:
- linksboven: de tuin in Giverny, met het huis van Monet op de achtergrond
- rechtsboven: de houten kathedraal van Honfleur
- linksonder: in Honfleur bidt men voor een behouden thuiskomst van het vissersvolk
- rechtsonder: de waterlelies van Monet
Honfleur is het meest pitoreske plaatsje in heel Normandie, maar heeft toch ook iets treurigs: het was ooit een havenstad, maar is door zee & Seine verlaten, en per boot niet eenvoudig meer te bereiken. Wel prachtige oude huizen, en een houten kathedraal die stamt uit de tijd van de 100-jarige oorlog, toen steen alleen gebruikt mocht worden voor vestingwerken. Zeer bijzonder dat die kerk nooit is afgebrand. Het was marktdag, en op die dag is de term 'levendig' voor Honfleur een understatement. 'Bomvol' komt meer in de buurt, maar dekt de lading toch nog steeds niet helemaal.
Eenmaal aangekomen in Giverny, bleek de rij wachtenden bij de heer Monet heel erg lang. Onze aanname dat dat aan het einde van de middag wel mee zou vallen, omdat alle bussen en dagjesmensen dan wel weer eens vertrokken zouden zijn, bleek volstrekt onjuist. Na tien minuten in de rij, waarbij we niet anders dan een gebrek aan voortgang konden constateren, besloten we om de volgende ochtend (vanochtend dus) terug te komen. Ons verblijf lag toch in de buurt.
Welnu, deze ochtend was het inderdaad beter te doen. We waren als 5e of 6e aan de beurt, maar, eenmaal de kassa gepasseerd, bleek de tuin toch al weer behoorlijk vol te staan met Japanners. Wij begrepen nu dat er een aparte ingang is voor groepen, en die ging nog eerder open ook dan de ingang voor individuele reizigers. Grrr.
Desondanks: een prachtige tuin, met heel veel planten in werkelijk hallucinerende kleuren. Het meertje met de waterlelies ligt er ook nog net zo bij als op Monet's schilderijen (al staat het bruggetje nu dus wel vol). En het bijbehorende huis is ook prachtig. Zijn atelier, ook een hele mooie ruimte, is dan weer verbouwd tot gift-shop, dus dat is iets minder.
Bij de foto's:
- linksboven: de tuin in Giverny, met het huis van Monet op de achtergrond
- rechtsboven: de houten kathedraal van Honfleur
- linksonder: in Honfleur bidt men voor een behouden thuiskomst van het vissersvolk
- rechtsonder: de waterlelies van Monet
vrijdag 8 augustus 2014
Normandie (part 1)
We zoeken een alibi om er deze zomer nog even tussen uit te gaan, en dat hebben we gevonden in een gepland bezoek aan de tuin van Claude Monet, de impressionistische schilder die 40 jaar lang vooral de waterlelies achter zijn eigen huis heeft geschilderd (en, toegegeven, af en toe ook nog wel wat anders). Die tuin ligt in Giverny, een dorpje langs de Seine waar we morgen heen gaan.
Maar gisteravond en vandaag zijn we eerst in Etretat, een plaatsje aan de Normandische kust waar we jaren geleden wel al eens zijn geweest.
Ze hebben hier het soort spectaculaire krijtrotsen die iedereen vooral van Groot Brittanie kent. Prachtig wandelgebied, mooie vergezichten, en trouwens óók regelmatig vereeuwigd door Monet.
Als je een kwartiertje van het dorp weg loopt langs de kust kom je vrijwel geen mens meer tegen. Het dorp zelf is ook best de moeite waard, maar wel érg braaf.
Bij de foto's:
- boven: de krijtrotsen ten noorden van Etretat.
- linksonder: Les Falaises d'Etretat
- rechtsonder: de houten pieren van Fécamp, Loes verjaagt een zeemeeuw
Maar gisteravond en vandaag zijn we eerst in Etretat, een plaatsje aan de Normandische kust waar we jaren geleden wel al eens zijn geweest.
Ze hebben hier het soort spectaculaire krijtrotsen die iedereen vooral van Groot Brittanie kent. Prachtig wandelgebied, mooie vergezichten, en trouwens óók regelmatig vereeuwigd door Monet.
Als je een kwartiertje van het dorp weg loopt langs de kust kom je vrijwel geen mens meer tegen. Het dorp zelf is ook best de moeite waard, maar wel érg braaf.
Bij de foto's:
- boven: de krijtrotsen ten noorden van Etretat.
- linksonder: Les Falaises d'Etretat
- rechtsonder: de houten pieren van Fécamp, Loes verjaagt een zeemeeuw
zondag 15 juni 2014
Kopenhagen, dag 2
De tweede dag, zaterdag, is het weer aanmerkelijk beter. We brengen de ochtend door in Christiania, nog steeds het natuurlijke verzamelpunt der onaangepasten in de stad. Hier & daar hele mooie zelfbouwhuisjes tussen het groen. En verder veel kralen en dromenvangers te koop in de hoofdstraat. Om de hoek van Christiania ligt de Vor Frelsers Kirke, waarvan de toren is voorzien van een een trap met de allure van een kurketrekker. Een interessante tocht naar boven (wel aldoor schipperen met de tegenliggers/afdalers), voor een prachtig uitzicht over de stad. Verder ook nog de botanische tuin bezocht (heel mooi, een soort Kew Gardens in het klein), en ook nog genoten van de 'moeder aller toeristische activiteiten', een rondvaart door de haven. Dat laatste zonder Sanne & Morten, die we later nog wel weer troffen voor een gezamenlijke maaltijd in Vesterbro.
Heerlijke stad, moeten we vaker doen.
Bij de foto's:
- boven: de kas van de Botanische Tuin
- midden: de Vor Frelsers Kirke, vanaf de toren
- onder: Loes & Joop in de rondvaartboot
Heerlijke stad, moeten we vaker doen.
Bij de foto's:
- boven: de kas van de Botanische Tuin
- midden: de Vor Frelsers Kirke, vanaf de toren
- onder: Loes & Joop in de rondvaartboot
zaterdag 14 juni 2014
Kopenhagen, dag 1
Een korte trip naar Kopenhagen, samen met Joop & Tineke, vooral bedoeld om Sanne & Morton te bezoeken, die hier tegenwoordig wonen.
Maar de (soms wat druilerige) vrijdagochtend beginnen we met een lange wandeling langs de Indrehavn, Slotsholmen (met het Christiansborg paleis en de oude & nieuwe koninklijke bibliotheek), Nyhavn, Amalienborg (waar we onbedoeld precies op tijd zijn voor de meest cheesy attractie van de stad, het wisselen van de wacht bij het koninklijk paleis), de zeemeermin en Kastellet.
Daarna door naar het Designmuseum Denmark, gespecialiseerd in stoelen. Bij de ingang krijgen we te horen dat je ze mag uitproberen als ze op de grond staan, maar degenen op een podium(pje) moet je met rust laten.
Na héél véél stoelen treffen we Sanne buiten, voor het museum. We vertrekken, eerst via ons hotel om huurfietsen op te halen, en daarna eerst richting Norrebro en daarna verder de stad uit richting het huis van Sanne & Morten.
Na een korte bezichtiging vertrokken we vanaf daar richting 'het eerste restuarant dat iets anders aanbiedt dan kebab of pizza' (Nordskovs Spisestue, toch al snel een minuut of 15 fietsen), en daarna snel door naar de videowall bij de Indrehaven, voor de voetbalfans in het gezelschap.
Bij de foto's:
- links boven: gezamenlijk in gevecht met de kaartjesautomaat voor de metro
- rechts boven: kastellet
- links onder: stoelen uitproberen in het Designmuseum Denmark
- rechts onder: Nederland - Spanje 1 - 1 (ruststand)
Maar de (soms wat druilerige) vrijdagochtend beginnen we met een lange wandeling langs de Indrehavn, Slotsholmen (met het Christiansborg paleis en de oude & nieuwe koninklijke bibliotheek), Nyhavn, Amalienborg (waar we onbedoeld precies op tijd zijn voor de meest cheesy attractie van de stad, het wisselen van de wacht bij het koninklijk paleis), de zeemeermin en Kastellet.
Daarna door naar het Designmuseum Denmark, gespecialiseerd in stoelen. Bij de ingang krijgen we te horen dat je ze mag uitproberen als ze op de grond staan, maar degenen op een podium(pje) moet je met rust laten.
Na héél véél stoelen treffen we Sanne buiten, voor het museum. We vertrekken, eerst via ons hotel om huurfietsen op te halen, en daarna eerst richting Norrebro en daarna verder de stad uit richting het huis van Sanne & Morten.
Na een korte bezichtiging vertrokken we vanaf daar richting 'het eerste restuarant dat iets anders aanbiedt dan kebab of pizza' (Nordskovs Spisestue, toch al snel een minuut of 15 fietsen), en daarna snel door naar de videowall bij de Indrehaven, voor de voetbalfans in het gezelschap.
Bij de foto's:
- links boven: gezamenlijk in gevecht met de kaartjesautomaat voor de metro
- rechts boven: kastellet
- links onder: stoelen uitproberen in het Designmuseum Denmark
- rechts onder: Nederland - Spanje 1 - 1 (ruststand)
donderdag 8 mei 2014
Namibie, dag 18 & 19 (Waterberg Wilderness)
Ons laatste verblijf in Namibie heet 'The Waterberg Wilderness Lodge', en ze doet haar naam eer aan, want bij de rit er naar toe hebben we onze tweede lekke band opgelopen. Terwijl we toch niet sneller dan een kilometer of 20 gingen over het slechte wegdek.
De Waterberg is een tafelberg die een paar honderd meter uitsteekt boven de Kalahari Savanne, en de lodge is gelegen in een vallei die aan drie kanten wordt omgeven door die berg. Na al ons rondrijden in en om Etosha is het prettig dat je hier prima kunt wandelen, met of zonder gids. Vanochtend maakten we een wandeling naar boven (stevige klimpartij) min of meer verplicht met gids want bovenop leven allerlei dieren waar hij ons dan tegen zou moeten beschermen. Althans hij kent de do's en dont's in geval van een confrontatie. Lucas, een wat zwijgzame onduidelijk engels sprekende gids met kiespijn, hield het voornamelijk bij het aanwijzen van pootadrukken en uitwerpselen. De dieren zelf, waaronder giraffen, buffels, rhino's, hebben we niet gezien. Wel hoor je hier dag en nacht de bavianen. Gelukkig vluchten ze meteen weg als je in hun buurt komt.
We zijn nu in spannende afwachting van meneer Avis, die ons, zoals telefonisch is beloofd, een nieuwe reserveband komt brengen (ook al kost dat een paar tientjes). Want ja, op deze wegen rondrijden zonder reserveband zou je een soort 'Namibische Roulette' kunnen noemen. Want als er weer een gaat, en je hebt geen mobiel bereik, en er is (de eerste paar uur) geen ander verkeer, dan heb je een lange dag (of erger).
Kleine update: de band is afgeleverd, zonder velg. En hoewel het personeel van de lodge in eerste instantie beweerde dat zij die nieuwe band wel op de velg zouden kunnen plaatsen, bleek dat de volgende ochtend toch niet het geval. We zijn dus vertrokken zonder werkend reservewiel, maar wél met een onbruikbare extra nieuwe band op de achterbank. Tsja.... Gelukkig hebben we nu (zo'n 70 kilometer voor Windhoek) de slechte wegen wel achter de rug.
Wat ons tot het slotwoord leidt: Namibie, een prachtig land om te bezoeken maar wel in een terreinwagen met onverwoestbare banden.
Bij de foto's:
- boven: zicht vanaf de Waterberg op de Kalahari Savanne. 800 kilometer van dit en je bent in Botswana.
- links onder: van dit soort wegen wordt onze Hyundai nerveus.
- rechts onder: Loes aan de voet van de Waterberg, met haar favoriete boom
De Waterberg is een tafelberg die een paar honderd meter uitsteekt boven de Kalahari Savanne, en de lodge is gelegen in een vallei die aan drie kanten wordt omgeven door die berg. Na al ons rondrijden in en om Etosha is het prettig dat je hier prima kunt wandelen, met of zonder gids. Vanochtend maakten we een wandeling naar boven (stevige klimpartij) min of meer verplicht met gids want bovenop leven allerlei dieren waar hij ons dan tegen zou moeten beschermen. Althans hij kent de do's en dont's in geval van een confrontatie. Lucas, een wat zwijgzame onduidelijk engels sprekende gids met kiespijn, hield het voornamelijk bij het aanwijzen van pootadrukken en uitwerpselen. De dieren zelf, waaronder giraffen, buffels, rhino's, hebben we niet gezien. Wel hoor je hier dag en nacht de bavianen. Gelukkig vluchten ze meteen weg als je in hun buurt komt.
We zijn nu in spannende afwachting van meneer Avis, die ons, zoals telefonisch is beloofd, een nieuwe reserveband komt brengen (ook al kost dat een paar tientjes). Want ja, op deze wegen rondrijden zonder reserveband zou je een soort 'Namibische Roulette' kunnen noemen. Want als er weer een gaat, en je hebt geen mobiel bereik, en er is (de eerste paar uur) geen ander verkeer, dan heb je een lange dag (of erger).
Kleine update: de band is afgeleverd, zonder velg. En hoewel het personeel van de lodge in eerste instantie beweerde dat zij die nieuwe band wel op de velg zouden kunnen plaatsen, bleek dat de volgende ochtend toch niet het geval. We zijn dus vertrokken zonder werkend reservewiel, maar wél met een onbruikbare extra nieuwe band op de achterbank. Tsja.... Gelukkig hebben we nu (zo'n 70 kilometer voor Windhoek) de slechte wegen wel achter de rug.
Wat ons tot het slotwoord leidt: Namibie, een prachtig land om te bezoeken maar wel in een terreinwagen met onverwoestbare banden.
Bij de foto's:
- boven: zicht vanaf de Waterberg op de Kalahari Savanne. 800 kilometer van dit en je bent in Botswana.
- links onder: van dit soort wegen wordt onze Hyundai nerveus.
- rechts onder: Loes aan de voet van de Waterberg, met haar favoriete boom
maandag 5 mei 2014
Namibie, dag 16 & 17 (nogmaals Etosha National Park)
Gisteren de hele dag en vanochtend hebben we dan zelf door Etosha National Park rondgereden. Dat lijkt misschien lang, maar het park is meer dan 250 kilometer breed. Een groot deel daarvan hebben we doorkruisd op weg naar ons huidige verblijf. De maximum snelheid ligt laag, en je wilt ook echt niet sneller met dit soort wegen (behalve als je een onverwoestbare terreinwagen hebt, quod non). Onderweg kom je heel wat waterholes tegen, en vaak is daar wat te zien. Vooral die bij Okaukuejo is 'beroemd' (in bepaalde kringen). Deze keer was er een grote trek gaande van honderden zebra's & wildebeest: inkomende stroom van rechts, even spartelen en drinken, uitgaande stroom links achter.
Een andere mooi plek was 'klein Namutoni', waar minstens 30 giraffen doende waren met een lijzige maandagochtend, aan alle kanten om onze auto: op een gunstige plek en dan de motor uit, vervolgens de raampjes open en genieten van alleen het geluid van de dieren.
Bij Namutoni ligt een fort dat nog door de Duitsers is gebouwd, rond 1900. De naam betekent 'grote geslachtsdelen', een misverstand dat is ontstaan omdat de plaatselijke arbeiders aan een (iets te) grondig lichamelijk onderzoek werden onderworpen vóór ze mochten meebouwen. Een behoorlijk foute plaquette herinnert aan de 'heldhaftige daden' van 7 Duitse soldaten die (iets na 1900) het fort hebben weten te verdedigen tegen een aanval van 500 man.
We slapen hier in een tent, maar dat wekt ten onrechte de indruk van een gebrek aan luxe. Want dit is een echte safari-tent, muren van canvas en ramen van gaas, een lekker bed omgeven door een bijna kamervullende klamboe, douche & toilet met stromend water en uitzicht op de bush, etcetera. Veel natuurgeluiden en de frisse (het kan behoorlijk afkoelen) lucht in de avond, nacht & ochtend. Zou niet misstaan in een glossy designblad. En tientallen soorten vogels (vooral te horen, vooral vroeg).
Bij de foto's:
- links boven: struisvogels & impala's in Lake Etosha (nu kurkdroog, en zelfs in goede doen maar een paar centimeter diep)
- links midden: spitsuur bij Okaukuejo
- links onder: overstekend 'wild'
- rechts boven: een van de vele giraffen bij Klein Namutoni
- rechts onder: de taken van de bijrijder vallen niet altijd mee.
Een andere mooi plek was 'klein Namutoni', waar minstens 30 giraffen doende waren met een lijzige maandagochtend, aan alle kanten om onze auto: op een gunstige plek en dan de motor uit, vervolgens de raampjes open en genieten van alleen het geluid van de dieren.
Bij Namutoni ligt een fort dat nog door de Duitsers is gebouwd, rond 1900. De naam betekent 'grote geslachtsdelen', een misverstand dat is ontstaan omdat de plaatselijke arbeiders aan een (iets te) grondig lichamelijk onderzoek werden onderworpen vóór ze mochten meebouwen. Een behoorlijk foute plaquette herinnert aan de 'heldhaftige daden' van 7 Duitse soldaten die (iets na 1900) het fort hebben weten te verdedigen tegen een aanval van 500 man.
We slapen hier in een tent, maar dat wekt ten onrechte de indruk van een gebrek aan luxe. Want dit is een echte safari-tent, muren van canvas en ramen van gaas, een lekker bed omgeven door een bijna kamervullende klamboe, douche & toilet met stromend water en uitzicht op de bush, etcetera. Veel natuurgeluiden en de frisse (het kan behoorlijk afkoelen) lucht in de avond, nacht & ochtend. Zou niet misstaan in een glossy designblad. En tientallen soorten vogels (vooral te horen, vooral vroeg).
Bij de foto's:
- links boven: struisvogels & impala's in Lake Etosha (nu kurkdroog, en zelfs in goede doen maar een paar centimeter diep)
- links midden: spitsuur bij Okaukuejo
- links onder: overstekend 'wild'
- rechts boven: een van de vele giraffen bij Klein Namutoni
- rechts onder: de taken van de bijrijder vallen niet altijd mee.
zaterdag 3 mei 2014
Namibie, dag 14 & 15 (Etosha National Park)
Vandaag hebben we onze eerste game drive door Etosha National Park gemaakt. Onder begeleiding van een nogal zwijgzame gids, in een open bus (en daardoor last van opwaaiend stof) en over wegen die ook voor onze eigen auto wel begaanbaar bleken. Dus gaan we het morgen nog eens overdoen, maar dan zelfstandig.
Er waren heel veel beesten te zien. Onder andere bij de Okaukuejo Waterhole, waar een slapende toerist enkele jaren geleden nog werd verrast door twee leeuwen die zich niet al te veel aantrokken van de (toenmalige) omheining en met deze 'snack' aan de haal gingen, Vandaag geen leeuwen nij deze waterhole maar wel elders in het park.
Etosha (witte plaats) is in zeker zin een succesverhaal van natuurbehoud, want het park, dat groter is dan half nederland, zit propvol dieren, die er vrij goed zijn beschermd. Maar aan de andere kant, de grote trek van wildebeest & zebra (rondreizend met de seizoenen door Angola & Namibie), die hier eeuwen plaats vond, is door menselijk ingrijpen onmogelijk gemaakt, en om de daaruit voortvloeiende problemen op te lossen heeft men hier & daar waterholes aangelegd, die in den beginne een haard van ziektekiemen bleken, waardoor men óók weer moest ingrijpen (met chemicalien). Kortom: helemaal natuurlijk is de situatie dus niet meer. Maar een dierentuin kun je het toch ook echt niet noemen, want daarvoor is het veel te groot en is het eco-systeem te complex.
Wij hebben in ieder geval al vast behoorlijk wat gezien, en hopen morgen, als we (langzaam) door het park naar onze volgende bestemming aan de oostkant reizen, nog meer te spotten.
Er waren heel veel beesten te zien. Onder andere bij de Okaukuejo Waterhole, waar een slapende toerist enkele jaren geleden nog werd verrast door twee leeuwen die zich niet al te veel aantrokken van de (toenmalige) omheining en met deze 'snack' aan de haal gingen, Vandaag geen leeuwen nij deze waterhole maar wel elders in het park.
Etosha (witte plaats) is in zeker zin een succesverhaal van natuurbehoud, want het park, dat groter is dan half nederland, zit propvol dieren, die er vrij goed zijn beschermd. Maar aan de andere kant, de grote trek van wildebeest & zebra (rondreizend met de seizoenen door Angola & Namibie), die hier eeuwen plaats vond, is door menselijk ingrijpen onmogelijk gemaakt, en om de daaruit voortvloeiende problemen op te lossen heeft men hier & daar waterholes aangelegd, die in den beginne een haard van ziektekiemen bleken, waardoor men óók weer moest ingrijpen (met chemicalien). Kortom: helemaal natuurlijk is de situatie dus niet meer. Maar een dierentuin kun je het toch ook echt niet noemen, want daarvoor is het veel te groot en is het eco-systeem te complex.
Wij hebben in ieder geval al vast behoorlijk wat gezien, en hopen morgen, als we (langzaam) door het park naar onze volgende bestemming aan de oostkant reizen, nog meer te spotten.
donderdag 1 mei 2014
Namibie, dag 12 & 13 (Skeleton Coast)
Na Swakopmund verlaten we weer de kust, op weg naar Damaraland. Maar voor het zover is rijden we nog een stukje langs de 'Skeleton Coast', inmiddels een nationaal park dat zowat doorloopt tot aan Angola in het Noorden. Ze heeft haar naam gekregen omdat hier honderden scheepswrakken langs de kust liggen. Zelfs al houdt een schip afstand tot de kust, als ze eenmaal ten prooi valt aan de gebruikelijke sterke westelijke wind en stroming is er geen houden meer aan en spoelt ze aan als een walvis op het droge. De zeemist die hier meestal in de ochtend heerst, maakt het deprimerende plaatje compleet.
Een eind verderop (ook langs de Skeleton Coast) ligt Cape Cross, waar tot 250.000 Kaapse pelsrobben (te) dicht op elkaar leven, de grootste verzameling van deze dieren op de planeet. Waarom precies hier, en waarom niet ietsje verder uit elkaar, is een raadsel, want de kust is hier net zo onherbergzaam als elders in de buurt. Fascinerend om te zien, horen & ruiken. Iets minder fascinered is, dat het gebied op vrijdag gesloten is omdat er dan 'geoogst' wordt (wat dat precies betekent mag je zelf verzinnen).
Toen hadden we er al 180 kilomter aan relatief goede kustweg op zitten, maar nog 230 kilometer gravel (en, halelujah, 30 kilometer asfalt) te gaan voor we aankwamen in de Damara Mopane Lodge. Onze vullingen houden nog net, maar we hebben besloten om het vandaag maar eens rustig aan te doen: bush-wandeling in de buurt, luieren, zwemmen (nou ja, bijna, het water bleek steenkoud). Morgen door naar Etosha National Park.
Bij de foto's:
- boven links: Skeleton Coast
- boven rechts: Cape Cross
- onder links: Cape Cross
- onder rechts: Heel veel 'winkeltjes' met zout-kristallen langs de kustweg
Een eind verderop (ook langs de Skeleton Coast) ligt Cape Cross, waar tot 250.000 Kaapse pelsrobben (te) dicht op elkaar leven, de grootste verzameling van deze dieren op de planeet. Waarom precies hier, en waarom niet ietsje verder uit elkaar, is een raadsel, want de kust is hier net zo onherbergzaam als elders in de buurt. Fascinerend om te zien, horen & ruiken. Iets minder fascinered is, dat het gebied op vrijdag gesloten is omdat er dan 'geoogst' wordt (wat dat precies betekent mag je zelf verzinnen).
Toen hadden we er al 180 kilomter aan relatief goede kustweg op zitten, maar nog 230 kilometer gravel (en, halelujah, 30 kilometer asfalt) te gaan voor we aankwamen in de Damara Mopane Lodge. Onze vullingen houden nog net, maar we hebben besloten om het vandaag maar eens rustig aan te doen: bush-wandeling in de buurt, luieren, zwemmen (nou ja, bijna, het water bleek steenkoud). Morgen door naar Etosha National Park.
Bij de foto's:
- boven links: Skeleton Coast
- boven rechts: Cape Cross
- onder links: Cape Cross
- onder rechts: Heel veel 'winkeltjes' met zout-kristallen langs de kustweg
dinsdag 29 april 2014
Namibie, dag 11 (Swakopmund)
Een drukke dag in Swakopmund. In de ochtend zijn we met Marius (sterk zuid-afrikaans aandoende nederlands-hervormde blanke natuurbeschermer) op pad geweest om de zandduinen rondom de stad te verkennen (het Dorob National Park), in een iets te kleine terreinwagen met vier medereizigers. Daar zitten nog verbluffend veel beesten, als je ze weet te vinden, en Marius weet ze te vinden: slangen, hagedissen, kameleons, schorpioenen, en heel veel soorten torren. Verder veel geleerd over de geologie en geografie van het inmens grote duinengebied dat tot aan Zuid Afrika doorloopt. Slechts een heel klein deel mag door mensen betreden worden, de rest is beschermd gebied. Veel te veel foto's gemaakt (en deels al weer afgedankt). En aan het einde van de toer even rondraggen over die duinen, tot groot genoegen van de thrill-seekers in het gezelschap (hetgeen wij niet zijn). Deze duinen worden trouwens ook veel gebruikt voor films (o.a. Mad Max 4, tsja...) en produktpresentaties. Naar verluidt hebben de ozzies veel begrip voor maatregelen om beestjes te beschermen tegen een al te grote inbreuk op hun leefomstandigheden, maar roepen de gasten uit Hollywood vooral "that's ok, we will pay more".
Daarna hebben we in de middag de stad zelf (verder) verkend, o.a. met een bezoekje aan het tot luxe hotel verbouwde station (dat vacant kwam nadat de spoorlijn door het oprukkende zand onbruikbaar was geworden) en het plaatselijke museum, vol opgezette dieren, voorheen relevante stoommachines en drukpersen, foto's van historische gebeurtenissen, en veel, heel veel, foute Duitse parafernalia (zoals oorlogsonderscheidingen).
Bij de foto's:
- boven links: Loes & Jeep in een zandduin
- boven rechts: nieuwsgierige zandhagedis in close-up
- onder links: Duitse architectuur in Swakopmund
- onder rechts: Ronald (& Marius) op een zandduin
Daarna hebben we in de middag de stad zelf (verder) verkend, o.a. met een bezoekje aan het tot luxe hotel verbouwde station (dat vacant kwam nadat de spoorlijn door het oprukkende zand onbruikbaar was geworden) en het plaatselijke museum, vol opgezette dieren, voorheen relevante stoommachines en drukpersen, foto's van historische gebeurtenissen, en veel, heel veel, foute Duitse parafernalia (zoals oorlogsonderscheidingen).
Bij de foto's:
- boven links: Loes & Jeep in een zandduin
- boven rechts: nieuwsgierige zandhagedis in close-up
- onder links: Duitse architectuur in Swakopmund
- onder rechts: Ronald (& Marius) op een zandduin
maandag 28 april 2014
Namibie, dag 10 (naar Swakopmund)
Gisteren hebben we in de namiddag nog deelgenomen aan een 'sundowner drive'. Sundowner is de naam van het (liefst alcoholische) drankje dat je neemt terwijl de zon ondergaat, bij voorkeur te nuttigen op een mooie plek in de natuur. In dit geval was dat bovenop de versteende zandduin waarnaast onze lodge ligt. Prachtige vergezichten en, op de momenten dat de andere terreinwagen vol kwetterende Fransen ver genoeg op ons voor lag, een serene sfeer. En voor ons beiden wel zo'n beetje de allereerste gin-tonic ooit!
Vandaag zijn we naar Swakopmund gereden, een rit van zo'n 300 kilometer, waarvan 250 wederom gravel. Dat werd trouwens wel steeds beter (=sneller) te berijden naarmate we de kust bij Walvisbaai naderden.
Al vrij snel na vertrek kwamen we langs Solitaire, sowieso een verplichte stop omdat het de laatste benzinepomp is voor 236 kilometer. Maar ook omdat de Nederlander Ton van der Lee, nadat hij het hectische bestaan in Nederland was ontvlucht, deze nederzeting (nou ja, deze benzinepomp + winkel + restaurant + camping) mede tot ontwikkeling heeft gebracht, en daar een boek over heeft geschreven. Deze stormachtige ontwikkeling behelst dat de pomp nu wel benzine heeft, en dat er een restaurantje is bijgekomen. Hoewel het nog steeds te klein is om gehucht te kunnen worden genoemd, vond de heer van der Lee het er inmiddels zó druk dat hij al lang weer is vertrokken, weliicht op zoek naar nog intensere rust. Al hadden we het ontbijt net achter de kiezen, we konden er niet om heen de beroemde overheerlijke appeltaart te proeven. Een eenpersoon portie met de afmeting en zwaarte van een baksteen.
Bij de foto's:
- boven links: Ronald wacht op het startsignaal voor de sundowner met twee gin-toninc (waarvan één voor Loes)
- boven rechts: stokstaartje (of familie) in Solitaire
- midden links: Loes bij 'van der Lee Cafe' in Solitaire, geopend van 12.00 tot 15.00 uur. Vreemde drinktijden hier.
- midden rechts: Solitaire
- onder: nog 200 kilometer te gaan naar Walvisbaai
Vandaag zijn we naar Swakopmund gereden, een rit van zo'n 300 kilometer, waarvan 250 wederom gravel. Dat werd trouwens wel steeds beter (=sneller) te berijden naarmate we de kust bij Walvisbaai naderden.
Al vrij snel na vertrek kwamen we langs Solitaire, sowieso een verplichte stop omdat het de laatste benzinepomp is voor 236 kilometer. Maar ook omdat de Nederlander Ton van der Lee, nadat hij het hectische bestaan in Nederland was ontvlucht, deze nederzeting (nou ja, deze benzinepomp + winkel + restaurant + camping) mede tot ontwikkeling heeft gebracht, en daar een boek over heeft geschreven. Deze stormachtige ontwikkeling behelst dat de pomp nu wel benzine heeft, en dat er een restaurantje is bijgekomen. Hoewel het nog steeds te klein is om gehucht te kunnen worden genoemd, vond de heer van der Lee het er inmiddels zó druk dat hij al lang weer is vertrokken, weliicht op zoek naar nog intensere rust. Al hadden we het ontbijt net achter de kiezen, we konden er niet om heen de beroemde overheerlijke appeltaart te proeven. Een eenpersoon portie met de afmeting en zwaarte van een baksteen.
Bij de foto's:
- boven links: Ronald wacht op het startsignaal voor de sundowner met twee gin-toninc (waarvan één voor Loes)
- boven rechts: stokstaartje (of familie) in Solitaire
- midden links: Loes bij 'van der Lee Cafe' in Solitaire, geopend van 12.00 tot 15.00 uur. Vreemde drinktijden hier.
- midden rechts: Solitaire
- onder: nog 200 kilometer te gaan naar Walvisbaai
zondag 27 april 2014
Namibie, dag 8 & 9 (Sesriem)
Goed, dat weten we dan ook weer: onze halve terreinwagen is niet zo onverwoestbaar als we zouden hopen. Op onze rit van Aus naar (iets voorbij) Sesriem, ruim 400 kilometer aan gravel, kregen we een lekke band met nog 100 kilometer te gaan. Het wisselen ging prima, maar het rijdt toch een stuk minder prettig als je weet dat dat niet nog eens moet gebeuren vóór je een nieuw reservewiel hebt geregeld. Dus reden we op dat laatste stuk tussen de 30 & 60, afhankelijk van het wegdek. En dan ben je dus lang onderweg.
Het was trouwens wel een heel mooie weg (landschappelijk dan, voor het wegdek zelf heb je al snel geen goed woord meer over). Langs Helmeringhausen (prima appeltaart in the middle of nowhere) en (bijna) Maltahöhe.
Afijn, het after-hours nummer van Avis kon ons niet vertellen hoe we een nieuwe band moesten regelen ('The C19? I do not know that road. Just pick any garage'. Tsja, daar zijn er hier niet zo veel van). De baliemedewerker van het hotel adviseert naar het 30 km verderop gelegen Solitaire te rijden. Daar is een garage en hebben ze vast ook wel banden. En dat het zondag is is geen probleem want het is daar altijd open..... We hebben zo onze twijfels bij dit advies. Vanochtend toch maar weer het autoverhuurbedrijf gebeld en daar was men (een andere medewerker) aanmerkelijk beter gehumeurd dan gisteren. We kregen te horen dat een nieuwe band voor ons stond te wachten in Sesriem, 80 kilometer verderop. Geen autoloze rustdag dus, zoals we ons eigenlijk hadden voorgenomen.
Eenmaal in Sesriem hebben we, met een nieuwe reserveband in de kofferbak, dan ook nog maar een stuk van de route naar Sossusvlei afgelegd: een prima geasfalteerde weg, maar wel het eenzaamste asfalt ter wereld. Want verder ligt de dichstbijzijnde asfaltweg honderden kilometers uit de buurt. Prachtige rode duinen langs die weg, van soms honderden meters hoog.
Bij de foto's:
- boven: onderweg naar The Namib Desert Lodge, nabij Sesriem
- midden: ochtendlicht in the Namin Naukluft National Park, tijdens een (hele) vroege wandeling vanuit ons verblijf. Dit zijn geen rotsen maar versteende duinen.
- onder: rood zand tussen Sossusvlei & Sesriem
Het was trouwens wel een heel mooie weg (landschappelijk dan, voor het wegdek zelf heb je al snel geen goed woord meer over). Langs Helmeringhausen (prima appeltaart in the middle of nowhere) en (bijna) Maltahöhe.
Afijn, het after-hours nummer van Avis kon ons niet vertellen hoe we een nieuwe band moesten regelen ('The C19? I do not know that road. Just pick any garage'. Tsja, daar zijn er hier niet zo veel van). De baliemedewerker van het hotel adviseert naar het 30 km verderop gelegen Solitaire te rijden. Daar is een garage en hebben ze vast ook wel banden. En dat het zondag is is geen probleem want het is daar altijd open..... We hebben zo onze twijfels bij dit advies. Vanochtend toch maar weer het autoverhuurbedrijf gebeld en daar was men (een andere medewerker) aanmerkelijk beter gehumeurd dan gisteren. We kregen te horen dat een nieuwe band voor ons stond te wachten in Sesriem, 80 kilometer verderop. Geen autoloze rustdag dus, zoals we ons eigenlijk hadden voorgenomen.
Eenmaal in Sesriem hebben we, met een nieuwe reserveband in de kofferbak, dan ook nog maar een stuk van de route naar Sossusvlei afgelegd: een prima geasfalteerde weg, maar wel het eenzaamste asfalt ter wereld. Want verder ligt de dichstbijzijnde asfaltweg honderden kilometers uit de buurt. Prachtige rode duinen langs die weg, van soms honderden meters hoog.
Bij de foto's:
- boven: onderweg naar The Namib Desert Lodge, nabij Sesriem
- midden: ochtendlicht in the Namin Naukluft National Park, tijdens een (hele) vroege wandeling vanuit ons verblijf. Dit zijn geen rotsen maar versteende duinen.
- onder: rood zand tussen Sossusvlei & Sesriem
Abonneren op:
Posts (Atom)











