woensdag 31 juli 2013

Griekenland, part 3

Van Xirokampi zijn we (via de oostkant) doorgereisd naar de meest zuidelijke punt van de Mani (en daarmee van Europa). De Mani is de naam van het middelste schiereiland dat onder aan de Peloponnesos bungelt, en naar verluidt een van de meest desolate delen van Griekenland. Inderdaad wordt alles steeds leger & ruiger, en de weg steeds smaller, naarmate je verder het schiereiland op komt. De dorpjes (voor zover...) zijn goeddeels verlaten, en staan vol stenen torens waarmee men indruk wilde maken op de buren (maar ja, de buren hadden de zelfde ambitie). De wegen slingeren niet alleen, maar zijn ook vrij steil: ons eenvoudige koekblik moet regelmatig terug naar twee om de hellingen te halen.

We verblijven in Gerolimenas, net een paar kilometer vóór Kaap Tenaron, waar we vanochtend naar toe zijn gereden, en op het uiterste puntje naar de vuurtoren zijn  gelopen/geklauterd (6.30 op, ontbijt achteraf). Op de terugweg nog wat rondgeneusd in Vathia, het plaatsje met de meeste torens hier in de omgeving (en ook vrijwel geen inwoners meer). Vergeleken daarmee is Gerolimenas een werelds dorp, met keuze uit wel 6 restaurantjes. Maar ook daar worden die afgewisseld met vervallen of ingestorte panden. We verblijven in een soort gerestaureerde havengebouwen, met muren van een halve meter dik (dat blijft dus best goed koel binnen).

Vandaag iets te veel zon gehad (toen we gisteren de buurt van Sparta verlieten sprak men daar dan ook over een aanstaande hittegolf, met temperaturen tot 40 graden. Maar waarschijnlijk is het hier aan zee wel iets 'koeler'). We vermoeden dat de kleur wel weer wat is bijgetrokken voor dat we terug gaan.

Bij de foto's:
- boven: zicht op Vathia, diep in de Mani
- onder, links: verlaten bergrug in de Mani, met Panda (van Fiat)
- onder, rechts: Terugkijkend vanaf Kaap Tenaron

maandag 29 juli 2013

Griekenland, part 2

Na een lange rit zijn we gisteren aangekomen in Xirokampi, een niemendalletje in de buurt van Sparta & Mistras. De weg leidde vanaf Nafplion eerst lange tijd langs de kust, maar ging daarna al slingerend flink de hoogte in. Bij elk dorp was het bidden om de afwezigheid van tegenliggers, want smal, smal, smal. Gelukkig waren er inderdaad zo goed als geen tegenliggers, waardoor we ons standpunt over bidden wellicht moeten herzien (of niet).

Vandaag eerst naar Mystras, de laatste standplaats van een handjevol Byzantijnen die de Turkse belegering van Constantinopel (Istanbul) in 1453 hadden weten te overleven en ontvluchten. Toen de Turken ook hier arriveerden in 1460 was het definitief gedaan met het Byzantijnse rijk (en eigenlijk dus ook het Romeinse rijk, waar het de natuurlijke voortzetting van was). Dat heeft een complete stad aan hele mooi ruines opgeleverd, met een enkel nog gebruikt Grieks-Orthodox kerkje. Veel geklauter, maar ook weer veel te zien.

In de middag door naar een haventje & strandje (Gythion) over een weg waar je 50 mag (en waar ik ook keurig 50 doe, ik heb voorlopig al genoeg buitenlandse bekeuringen), en waar we dus continue nerveuze Grieken in onze kofferbak hebben zitten, die bij de minste of geringste (on)mogelijkheid inhalen, half op de ene weghelft en half op de andere weghelft bivakerend. Als de Griekse staat nu eens zou beginnen om de zwarte vuilniszakken te verwijderen van de vele flitspalen die er toch wel degelijk staan, dan was het begrotingstekort zo opgelost. Hoe dan ook, lekkere lunch aan de haven en een paar fijne uurtjes op het strand en in het water.

Bij de foto's:
- boven: Larissa Castle, vanaf Nafplion
- midden: Mystras, overzicht
- onder, links: nonnen & priesters in Mystras
- onder, rechts: Loes bij de Pantanassa kerk (Mystras)

zondag 28 juli 2013

Griekenland, part 1

Nafplion is onze eerste halte op de Peloponnesos. Ooit de eerste hoofdstad van Griekenland (een paar jaar vanaf 1821), en pitoresk ingeklemd tussen 3 Venetiaanse forten (waarvan één op een eilandje voor de kust). Na onze vlucht naar Athene en aansluitende autorit van een uur of twee (over tolwegen met héél véél tolhuisjes) komen we een beetje in de kreukels aan, maar gelukkig kun je in Griekenland tot laat terecht voor je avondmaal, en na verse vis en gevulde courgettes knapten we alleszins op.

De dag daarna hebben we Mycene bezocht, vooral bekend vanwege het feit dat Agamemnon hier ooit de baas was, en die kennen we van de Trojaanse oorlog. Dit alles moet zich hebben afgespeeld ergens rond de 13e eeuw voor Christus. Vandaag staan er vooral nog wat muren overeind en één stadspoort, op een prachtige lokatie met verre vistas rondom. En nog weinig volk op de been zo vroeg op de ochtend. Als we vertrekken arriveren net de eerste tourbussen.

Vandaar door naar Kefalari, waar een Grieks-orthodoxe kerk is aangebouwd tegen enkele grotten waar men al eerder de goden aanbad, en dat dan gelegen aan een bevallig riviertje dat hier ontspringt uit de bergen. Geen mens te bekennen, behalve een slaperige bewaker in de kerk. Op de terugweg ook nog even Tyrins aangedaan, maar dat is een soort second-best Mycene en had niet echt gehoeven.

Nee, dan de wandeling 'om de punt' bij Nafplion. Een prachtig voetpad (verder geen grote weg te bekennen) pal langs de hoge rotsen (een enkele keer er doorheen met een tunneltje), met mooi uitzicht op de baai en flink wat zeewind. Topwandeling.

Inmiddels is het zondag. In de ochtend hebben we het hooggelegen grootste Venetiaanse fort van Nafplion bezocht, vroeg in de ochten, nog voor de hitte weer in alle hevigheid toeslaat. Dat is veel werk: de lokale traditie spreekt van 999 treden voor je boven bent, en hoewel niet iedereen het eens is met dat exacte aantal, zijn het in ieder geval genoeg treden om amechtig de eindstreep te halen (en dan nog terug...). Het uitzicht maakt dat goed (vertel je je zelf dan maar, als je weer op adem bent).

Bij de foto's:
- boven: Kefalari, de kerk van Zoodohos Piri
- onder, links: uitzicht vanuit de opgravingen van Mycene
- onder, rechts: Baywatch Greek Style in Nea Kios (hopelijk wordt de slapende strandwacht in zijn uitzichtspost op tijd gewekt als er iets aan de hand is)

dinsdag 30 april 2013

Berlijn City Trip

We waren een paar dagen in Berlijn.

Het is nog maar kort geleden dat we hier voor het laatst verbleven (2011), maar we waren toen nog lang niet klaar met de stad.

Deze keer hebben we van te voren on line een bezoekje aan de Reichstag aangevraagd. Het lijkt wel alsof je op een intercontinentale vlucht stapt, want je 'handbagage' moet door een röntgen-apparaat, en zelf moet je ook door een detectie-poortje. Maar ja, ze hebben hier natuurlijk ook eerder te maken gehad met Nederlandse brandstichters (in 1933 namelijk). Als je daarna op het dak van de Reichstag staat is dat toch de moeite waard vanwege het prachtige uitzicht. Voor de audioguide (Duits degelijk in zo'n 20 talen te verkrijgen) moet je niet té snel lopen, want het omgevingsbewuste apparaatje begint dan al aan het volgende verhaal terwijl het vorige nog niet is afgerond. Om dit probleem zoveel mogelijk te voorkomen zegt de zalvende stem ook om de haverklap 'blijft u hier even rustig staan en geniet van x, y of z'.

We hebben deze keer nogal wat tijd besteed aan leuke wijken buiten het centrum (met wat bescheidener bezienswaardigheden), zoals Scheunenviertel, Prenzlauer Berg & (zuid) Kreuzberg. Al deze wijken zijn aan het veryuppen, een proces dat in Scheunenviertel het verste lijkt gevorderd, met een enorme rijkdom aan galerieën en terrassen. Prenzlauer Berg & Kreuzberg zijn duidelijk nog wat rafeliger, maar ook hier is de biologische straatmarkt, espresso-bar en kinderbakfiets aan een sterke opmars bezig. Heerlijke plekken om rond te zwerven.

Op zondagavond hebben we een afspraak met Teske & Joop die, onafhankelijk van elkaar, toevallig ook in de stad zijn voor een medisch congres. We bezoeken samen ons favoriete restaurant van de vorige keer in Kreuzberg (Defne).

Net als de vorige keer pakken we twee musea mee van het 'museum-insel', maar twee andere. Van de 5 resteert er nu dus nog één voor een volgende trip. De Alte Nationalgalerie bevat (meer) schilderkunst uit de 19e eeuw (dan je lief is), en (of 'maar') het Neues Museum is alleen al een bezoek waard vanwege de wereldberoemde buste van Nefertite, die hier in haar eentje een hele zaal tot haar beschikking krijgt. Daarnaast hebben ze er nog veel meer mooi Egyptisch spul. Bijkomend voordeel: er zit een dak op, want mooi weer was het zeker niet aldoor.

Op weg naar de Bergmannstrasse in Kreuzberg, passeerden we toevallig het Dreifaltigkeitskirchhof, waar Felix Mendelssohn zijn laatste rustplaats blijkt te hebben gevonden. En hoewel in het geheel geen fan, is het graf van een beroemde dode altijd een blik waard.


Minder geslaagd vonden we het Joods Museum. Hier wordt nog eens flink de boodschap erin gehamerd, dat het HEEL ERG is wat hen allemaal is aangedaan. Dat is natuurlijk ook zo, maar dat hoeft natuurlijk niet per sé geillustreerd te worden met een jodenster in een verduisterde vitrine in een verduisterde gang in een gebouw (vrijwel) zonder ramen. Hele simpele, en daardoor saaie, symboliek met grote moddervoeten.

Afgezien daarvan. Wederom: een heerlijke stad, met heel veel energie. En we zijn nóg niet klaar, dus wie weet.

Bij de foto's:
- links boven: zicht vanaf de glazen koepel (een ontwerp van Norman Foster) van de Reichstag
- rechts boven: Ronald in de Holocaust Memorial
- links onder: samen in de externe glazen lift van ons 'Hotel Wall Street' (met idd. het motief van dollars in het tapijt)
- midden onder: street art in Scheunenviertel (Auguststrasse)
- rechts onder: een galerie in de Auguststrasse




zaterdag 29 december 2012

Curacao, part 6

Ons laatste avondmaal op Curacao werd begeleid door een restaurant-muzikant. Je treft ze hier wel vaker, alleen of met z'n tweeën. De meeste muziek komt uit een elektronisch doosje, daarbij wordt dan live wat getoeterd of getrommeld, en vaak is er ook een bescheiden lichtshow.

Op 1e kerstdag waren we al blootgesteld aan iemand die het licht-romantische repertoire vertolkte op een steel-drum, een instrument dat niet bij uitstek geschikt bleek om lyrische zanglijnen of zwoele saxofoonsolo's te emuleren.

De muzikant van gisteravond daarentegen ging er véél te hard tegenaan met woest gezongen versie's van 'NEW YORK! NEW YORK!' en 'I DID IT MY WAY!'.

Onze tijd hier zit er bijna op. En één ding dat we zeker niet zullen missen: de muggen. Niet eerder hebben we (althans op deze planeet) daadkrachtiger insecten aangetroffen als hier. Als we de slaapkamer uitkomen grijpen we eerst naar de spuitbus en voorzien we de onbedekte delen van ons lichaam (inclusief hoofd) van een beschermend laagje. Dat helpt dan een uur of één. En dat is nogal vreemd op een eiland waar het altijd waait. Wij hebben de indruk dat het op magische wijze vooral om de muggen heen waait.

En verder?

Curacao heeft best mooie natuur (vooral richting noord-westen), verschillende landhuizen die het bezoeken waard zijn en Willemstad is ook heel leuk, vooral de wijken Punda, Otrabanda en Pietermaai. Met een weekje heb je alle interressante zaken wel gezien, en resteert het in alle opzichten (zeker ook visuele) luidruchtige Caribische strandleven.

Bij de foto's:
- boven: de voormalige Shell olie-raffinaderij. Inmiddels in andere handen, maar (minstens) nog net zo vervuilend als voorheen.
- linksonder: Ronald bekijkt de concurrentie (AOW vanaf 60 jaar, maar slechts 350 euro per maand)
- rechtsonder: Loes op de Koningin Emmabrug, met Otrabanda en Koningin Julianabrug op de achtergrond

donderdag 27 december 2012

Curacao, part 5

Het grootste natuurpark van Curacao is Christoffelpark, op de noord-west punt gelegen rondom de Christoffel-berg, die met 375 meter het hoogste punt van het eiland is (het lijkt Nederland wel, was de Vaalserberg niet net zo hoog?).

Gisteren, 2e kerstdag, hebben we het bezocht, d.w.z. doorkruist met de auto en af en toe een uitstapje gemaakt bij de mooiere plekken met uitzicht of bezienswaardigheid. Er zijn ook van die typen die te voet de gehele berg beklimmen maar dan moet je erg vroeg opstaan om de ergste hitte van de dag te vermijden.

De route bestaat uit een smal éénrichtingsverkeer pad dat enorm stijgt en daalt, dus het was hard werken voor onze auto (die niet zo van hard werken houdt maar het rondje door het park toch heeft weten vol te maken). Intussen prachtige vergezichten op de kust links en rechts, en héél véél hagedissen (het struikgewas knispert dat het een aard heeft als je langs loopt).

Bij de ingang van het park ligt Landhuis Savonet, een van de mooiste landhuizen van het eiland. In dit geval prachtig gerestaureerd en stijlvol ingericht, in dit geval nu eens niet met een goedbedoeld exposé over de slavernij maar over de bewoners door de jaren heen.

Nu we naar eigen inzicht wel genoeg culturele & groene punten hebben verzameld, zijn we vanochtend maar eens naar het strand gegaan. En wel naar Blauw Baai (ook wel Blue Bay Village), een 'gated community' (d.w.z. een verzameling huizen, huisjes en appartementen, al dan niet met golfbaan, met een hek er omheen en een slagboom er voor) vlak om de hoek van Julianadorp. Een heerlijk strand, nog vrijwel leeg om een uur of tien, met gelukkig voor witmans (Ronald) ook voldoende schaduw, want anders is het snel bekeken. Een heerlijke dag luieren aan de kust.

Bij de foto's:
- linksboven: flashback 2 the fifties: oud-hollandse wegwijzers (in dit geval naar o.a. 'pannekoek'), volledig onderhoudsvrij.
- rechtsboven: zicht op Landhuis Savonet vanuit Christoffelpark.
- onder: strand bij Blauw Baai.

woensdag 26 december 2012

Curacao, part 4

Kerstochtend, tijd voor een nieuwe wandeling.

Deze keer bij Boka Ascension, een kilometer of 15 naar het Noord-Westen vanaf Julianadorp. Hier voert een mooi pad door het 'krabbenbos' (inderdaad, een bos vol krabben) naar de woeste oost-kust waar je, als je geluk hebt (quod non) schildpadden kunt vinden.

Af en toe werd ons de weg versperd door een grote modderpoel, maar met wat omtrekkende bewegingen zijn we er in geslaagd de kust te bereiken. Mooi, leeg, gebied, veel cactussen en hier en daar uitzicht op Landhuis Ascension.

Daarna door naar Landhuis Dokterstuin voor de lunch, blijkbaar een typisch Kerst-uitje voor de lokale bevolking, want er zaten aardig wat mooi opgedirkte Curacaoenaars (met name de dames) te genieten van een hapje en een drankje. Van de behoorlijk uitgebreide kaart wilden wij graag respectievelijk okra-soep en cactus-soep, maar die kaart bleek hier eerder een intentieverklaring dan een opsomming van leverbare gerechten, dus werd het voor ons beiden geitensoep.Ook niet verkeerd (maar ja, het is geen okra-soep respectievelijk cactus-soep).

Bij de foto's:
- boven: leguaan-aan-huis in Julianadorp
- linksonder: goed nieuws voor degenen die deze eerdere foto van mij nog scherp op het netvlies hebben staan: omdat ik vergeten was een zwembroek mee te nemen, was ik aangewezen op het plaatselijke aanbod, en daarvan was dit exemplaar, hoewel misschien moeilijk voorstelbaar, het meest acceptabel.
- rechtsonder: wandelen tussen de cactussen bij Boka Ascension.

dinsdag 25 december 2012

Curacao, part 3

Vandaag hebben we het zuid-oosten van het eiland verkend.

Dat is landschappelijk aanzienlijk minder interessant dan het noord-westen. Een groot deel is niet te bezoeken, omdat het privé-bezit is van een mensenschuwe familie. En de rest is behoorlijk volgebouwd. Eigenlijk kan je wel zeggen dat de buitenwijken van Willemstad gewoon doorlopen tot aan de kust. In deze streek heb je dan ook échte files (het koste ons zeker een half uur extra om terug te keren naar downtown Willemstad).

Toch is dit gebied erg populair bij rijken, celebreties & Nederlandse package-toeristen. De resorts aan de kust hebben inderdaad mooie strandjes, en zijn verder van alle gemakken voorzien, dus dan hoef je de deur niet uit.

De Caracas-baai is wel een mooi rustig plekje, tenminste, als je geen moeite hebt met een horizon die vervuild wordt door een scheepswrak, een afgedankte ferry-catamaran zo groot als een kathedraal en een tijdelijk hier afgemeerde, nog véél grotere, booreiland-achtige constructie die wel wat weg heeft van de Starship Enterprise, en ongeveer net zo veel herrie maakt.

Even verderop ligt 'Laguna Jan Thiel', het epicentrum van het package-tourisme. Cabana's & lounge-bedden alom, lekker chill muziekje op de achtergrond, cocktail er bij, helemaal klaar.

Na een dus wat stroeve terugtocht, hebben we in Otrabanda het Kura Hulanda Museum bezocht. Smaakvol ingericht, mooie collectie. En ja, we weten het nu wel zeker, slavernij was echt geen pretje...

Inmiddels is het kerst-avond, dus prettige kerst gewenst allemaal.

Bij de foto's:
- links: Big Mama (links) & Ronald (rechts) bij het Kura Hulanda museum. Je komt ze trouwens in het echt nog wel 'bigger' tegen.
- rechts: de Caracasbaai, met de verkommerende 'Seamaster' en links boven het 'Quarantainegebouw', waarvan onze reisgids meldt: 'prachtig gerestaureerd, maar bij gebrek aan bestemming weer vervallen'. Sic Transit Gloria Mundi.

zondag 23 december 2012

Curacao, part 2

Willemstad is een fascinerende mix van verval & revitalisatie. Heel veel historische oud-Hollandse pandjes, maar een groot deel daarvan staat op instorten of is dat stadium zelfs al ruim gepasseerd. En pal daarnaast staat dan een mooi gerestaureerd 'grachtenpand' met een lik verse paarse verf.

De wijk die (tot voor kort) het meest was uitgewoond (door een vrijwel onstuitbare vloed aan cocaine-gerelateerde criminaliteit), is weer tot bloei gebracht door de inspanningen (en het geld) van één man, Jacob Gelt Dekker. Dit deel van Otrabanda is nu een soort omheind boetiek-hotel geworden, niet naar ieders wens maar ontegenzeggelijk erg pitoresk, en vast ook heel prettig om te verblijven. Overigens had Gelt Dekker later zoveel kritiek op de regering dat hij tot persona-non-grata is uitgeroepen. We eindigden de dag in een Indiaas restaurant onder de open (en gelukkig weer droge) hemel.

In de ochtend hebben we flamingoes gespot in de Sint Marie baai bij Sint Willebrordus. Via hele smalle maar langgerekte schiereilandjes kun je een heel eind de baai in, en kom je vlakbij de vogels (tot ze het welletjes vinden natuurlijk en 300 meter verderop gaan zitten). In de buurt liggen landhuis Hermanus (gesloten) en landhuis Jan Kock (geopend, maar het had net zo goed gesloten kunnen zijn, want het is ingericht als 'galerie', met de kleinst denkbare letter 'g'). Gelukkig bleek landhuis Knip vandaag wél geopend. En dat interieur was zeker wel de moeite waard. En de niet te vermijden (plaatselijke) geschiedenis van de slavernij wordt hier nog eens uit de doeken gedaan.

Overigens is het goed te merken dat we hier in de regentijd zitten. Er komen buien voorbij die je in 3 seconden weten te doorweken. En we hebben onze auto, na een wandeling door de stad, ook wel eens aangetroffen middenin een vijver met een doorsnee van een meter of tien. Er zat niets anders op dan al hinkend de kortste route naar het linker portier te nemen (dan bleef de andere voet in ieder geval nog droog).

Bij de foto's:
- boven: een deel van Kura Hulanda, het boetiek-hotel dat de revival van de wijk Otrabanda in gang heeft gezet.
- linksonder: kolibrie op bezoek in ons tuintje.
- rechtsonder: flamingoes en de kerk van Sint Willebrordus.

zaterdag 22 december 2012

Curacao, part 1

Goed, het duurt twee a drie speelfilms in een Jumbo, maar dan heb je de winterse kou & duisternis van Nederland een heel eind achter je gelaten.

Als we aankomen in Curacao is het een graad of dertig en vrijwel onbewolkt. En nadat de formaliteiten op de luchhaven eenmaal achter de rug zijn, duurt het ook niet lang voor we in ons verblijf zijn aangekomen, want Kas Di Ala ligt misschien een kilometer of vijf van het vliegveld, in Julianadorp. Een leuk appartementje, samen met vier anderen gegroepeerd rondom een zwembad(je). En het is er rustig, want veel andere gasten zijn er (nog) niet.

De dag van aankomst doen we het verder rustig aan, want die dag duurt nu al een uur of twintig.

Op vrijdag nemen we de auto naar het Noordwesten. De route is niet lastig te vinden, want er is eigenlijk maar een weg die die kant op gaat. Links & rechts af & toe mooie landhuizen in verschillende stadia van verval en met opvallende kleuren.

Onze eerste stop is het Shete Boka National Park, een stukje van de ruige noordwest kust, met mooie rotsformaties die ontstaan zijn door eeuwen van beukende branding. De wind waait hier altijd sterk en altijd vanuit de zelfde hoek, dus zijn de golven hier behoorlijk hoog. Mooie wandelingen, en prima terrein om eens goed te verbranden (blijkt later).

Daarna via Westpunt (inderdaad de meest westelijke, maar ook de meest noordelijke plaats van Curacao) door naar Landhuis Knip, één van de mooiere exemplaren die je kunt bezoeken. Dat wil zeggen: 'zou moeten kunnen bezoeken', want alles zit op slot alsof dat al langere tijd het geval is. Nu ja, van buiten is het ook mooi.

Net als het nabijgelegen strand 'de kleine knip', dat met de kleur van het zand en van het water aan alle juiste cliches beantwoordt. Hier gaan we terug komen met zwembroek & handdoek.

Bij de foto's:
- boven: Ronald heeft het mooiste bankje weten te bemachtigen in Shete Boka National Park.
- linksonder: de Koningin Emmabrug in Willemstad gaat net open
- rechtsonder: Landhuis Knip, met één ontsierende auto op de foto (namelijk die van ons).

zaterdag 29 september 2012

Wenen, dag 2

Voor degenen die daar naar zoeken, is er in Wenen natuurlijk genoeg romantiek te vinden; barok-paleizen & paarderijtuigjes te over. De historische koffiehuizen-cultuur is ook nog steeds goed vertegenwoordigd, met bijvoorbeeld 'Cafe Central', waar Sigmund Freud kind aan huis was. Of Café Pruckel, vermoedelijk de meest authentieke jaren-vijftig-experience buiten Noord Korea.

Maar wij besteden onze tijd toch vooral weer aan Gustav Klimt (deze keer in het Leopold-museum, waar ze ook veel van Egon Schiele hebben, een beduidend minder gezellige schilder, maar wel met een stijl die eerder het begin van het nieuwe is, en niet zozeer het einde van het oude (zoals Klimt)).

En in de namiddag hebben we het Prater Pretpark bezocht, vol moderne én ouderwetse attracties, en op deze nazomerse zaterdag ook vol mannen in lederhosen & vrouwen in dirndl-outfit. Ook veel bier & schlagerzangers in de buurt. Een heel authentieke ervaring, maar niet te lang.

Echter, het moet gezegd, Wenen valt alleszins mee hoor. Het was hier prima te doen.

Op de foto's:
- linksboven: Cafe Central
- rechtsboven: ouderwets vermaak in Prater
- onder: Loes in het Leopold-museum, voor 'tod und leben' van Klimt.

vrijdag 28 september 2012

Wenen, dag 1

Hoewel Oostenrijk tot nu toe altijd stevig ergens onderaan ons lijstje met 'te bezoeken landen' bungelde, is dat ineens veranderd nu blijkt dat het Gustav Klimt-jaar is, met veel bijbehorende tentoonstellingen in vooral Wenen. Dus dan maar eens naar Wenen.

Al op het vliegveld wordt je verwelkomd met Klimt's beroemdste doek, 'de Kus', en dat nog wel in vijfvoud. Het origineel hangt in het 'Oberes Belvedere', een slot dat niet bewoond werd (dat deed men in het 'Unteres Belvedere', aan de andere kant van de tuin), maar alleen diende om indruk te maken op het bezoek. Welnu, als we onszelf even als 'bezoek' zien, dan is dat gelukt. Heel veel Klimt, en het is in het echt toch de moeite waard, ondanks een eventuele eerdere kennismaking met het werk op koffiemokken & onderzetters.

De grote boulevards worden vooral gedomineerd door neoclassicistische bouwwerken die niet uitblinken in bescheidenheid. Maar hier & daar zijn ook genoeg Jugendstil-parels te vinden (die trouwens óók niet uitblinken in bescheidenheid). Zoals het gebouw van de 'Secession' (de afvallige kunstenaars die rond 1900 hun eigen weg besloten te gaan, en zich niet langer wensten te conformeren aan de gevestigde kunst-orde). Of het Majolika Haus van Otto Wagner.



Op de foto's:
- linksboven: namaak Klimt's op de luchthaven
- rechtsboven: zicht vanuit het 'Oberes Belvedere' op het 'Unteres Belvedere' en de tussenliggende tuin
- linksonder: Jugendstil metrostation op de Karlsplatz van Otto Wagner
- rechtsonder: held op de Heldenplatz